Mateus 20

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Het is met Gods rijk als met een man, een landeigenaar, die er 's ochtends op uitging om arbeiders in te huren voor het werk in zijn wijngaard.
1 Porque o Reino dos céus é semelhante a um homem, pai de família, que saiu de madrugada a assalariar trabalhadores para a sua vinha.
2 Nadat hij met de arbeiders had afgesproken dat ze ieder een dagloon van een denarie zouden verdienen, stuurde hij hen zijn wijngaard in.
2 E, ajustando com os trabalhadores a um dinheiro por dia, mandou-os para a sua vinha.
3 En toen hij er halverwege de ochtend weer op uitging, zag hij anderen werkloos op het marktplein staan.
3 E, saindo perto da hora terceira, viu outros que estavam ociosos na praça.
4 Hij zei tegen hen: ‘Gaan jullie ook in de wijngaard werken, en ik zal jullie een rechtvaardig loon geven.’
4 E disse-lhes: Ide vós também para a vinha, e dar-vos-ei o que for justo. E eles foram.
5 Dus gingen zij aan de slag. En toen hij rond het middaguur en halverwege de middag nogmaals ging, deed hij hetzelfde.
5 Saindo outra vez, perto da hora sexta e nona, fez o mesmo.
6 Tegen het einde van de middag ging hij opnieuw en trof hij nog anderen aan die daar stonden. Hij vroeg hen: ‘Waarom hebben jullie hier de hele dag staan nietsdoen?’
6 E, saindo perto da hora undécima, encontrou outros que estavam ociosos e perguntou-lhes: Por que estais ociosos todo o dia?
7 Ze antwoordden: ‘Omdat niemand ons heeft ingehuurd.’ Hij zei tegen hen: ‘Gaan jullie ook maar in de wijngaard werken.’
7 Disseram-lhe eles: Porque ninguém nos assalariou. Diz-lhes ele: Ide vós também para a vinha e recebereis o que for justo.
8 Toen het avond werd, zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn opziener: ‘Roep de arbeiders en geef hun het loon, te beginnen met de laatsten, tot en met de eersten.’
8 E, aproximando-se a noite, diz o senhor da vinha ao seu mordomo: Chama os trabalhadores, e paga-lhes o salário, começando pelos derradeiros até aos primeiros.
9 Zij die tegen het einde van de dag waren gekomen, ontvingen ieder een denarie.
9 E, chegando os que
10 En toen de eersten aan de beurt waren, dachten ze dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder een denarie.
10 vindo, porém, os primeiros, cuidaram que haviam de receber mais; mas, do mesmo modo, receberam um dinheiro cada um.
11 Nadat ze die hadden ontvangen, begonnen ze tegen de landeigenaar te klagen:
11 E, recebendo-
12 ‘Zij die het laatst zijn ingehuurd, hebben slechts een uur gewerkt, en u stelt hen aan ons gelijk, terwijl wij de hele dag in de hitte hebben gezwoegd.’
12 dizendo: Estes derradeiros trabalharam
13 Maar hij antwoordde: ‘Vriend, ik behandel je niet verkeerd. Je had toch een denarie met mij afgesproken?
13 Mas ele, respondendo, disse a um deles: Amigo, não te faço injustiça; não ajustaste tu comigo um dinheiro?
14 Neem wat je toekomt en vertrek, maar ik wens deze arbeider die het laatst was ingehuurd hetzelfde bedrag te geven als aan jou.
14 Toma o
15 Of mag ik soms niet met mijn geld doen wat ik wil? Of ben je jaloers geworden omdat ik vrijgevig ben?’
15 Ou não me é lícito fazer o que quiser do Ou é mau o teu olho porque eu sou bom?
16 Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.”
16 Assim, os derradeiros serão primeiros, e os primeiros, derradeiros, porque muitos são chamados, mas poucos, escolhidos.
17 Jezus ging naar Jeruzalem. Onderweg nam Hij zijn twaalf leerlingen apart en zei tegen hen:
17 E, subindo Jesus a Jerusalém, chamou à parte os seus doze discípulos e, no caminho, disse-lhes:
18 “Luister, we gaan naar Jeruzalem. Daar zal de Mensenzoon worden uitgeleverd aan de hoofdpriesters en Schriftgeleerden. Zij zullen Hem ter dood veroordelen
18 Eis que vamos para Jerusalém, e o Filho do Homem será entregue aos príncipes dos sacerdotes e aos escribas, e condená-lo-ão à morte.
19 en Hem aan de niet-Joden uitleveren om te worden bespot, gegeseld en gekruisigd, maar op de derde dag zal Hij verrijzen.”
19 E o entregarão aos gentios para que
20 Toen kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs naar Jezus toe, samen met haar zonen. Ze knielde om iets van Hem te vragen.
20 Então, se aproximou dele a mãe dos filhos de Zebedeu, com seus filhos, adorando- o e fazendo-lhe um pedido.
21 Jezus vroeg haar: “Wat is je wens?” Zij antwoordde: “Zou mijn ene zoon rechts van U mogen zitten in uw koninkrijk, en mijn andere zoon links?”
21 E ele diz-lhe: Que queres? Ela respondeu: Dize que estes meus dois filhos se assentem um à tua direita e outro à tua esquerda, no teu Reino.
22 Jezus antwoordde: “Jullie weten niet wat jullie vragen. Kunnen jullie dezelfde beker leegdrinken als Ik?” Ze zeiden: “Dat kunnen we.”
22 Jesus, porém, respondendo, disse: Não sabeis o que pedis; podeis vós beber o cálice que eu hei de beber e ser batizados com o batismo com que eu sou batizado? Dizem-lhe eles: Podemos.
23 Jezus zei tegen hen: “Mijn beker zullen jullie wel leegdrinken, maar het is niet aan Mij om te bepalen wie rechts of links van Mij mag zitten. Die plaatsen zijn voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.”
23 E diz-lhes ele: Na verdade bebereis o meu cálice, mas o assentar-se à minha direita ou à minha esquerda não me pertence dá-lo, mas é para aqueles para quem meu Pai o tem preparado.
24 Toen de tien andere leerlingen van Jezus hiervan hoorden, waren ze kwaad op de twee broers.
24 E, quando os dez ouviram isso, indignaram-se contra os dois irmãos.
25 Jezus riep hen bij zich en zei: “Jullie weten dat het bij de andere volken zo is dat hun leiders de baas over hen spelen en hun heersers hun gezag over hen laten gelden.
25 Então, Jesus, chamando-os para junto de si, disse: Bem sabeis que pelos príncipes dos gentios são estes dominados e que os grandes exercem autoridade sobre eles.
26 Bij jullie is dat niet zo. Integendeel, wie onder jullie belangrijk wil worden, moet jullie dienaar zijn
26 Não será assim entre vós; mas todo aquele que quiser, entre vós, fazer-se grande, que seja vosso serviçal;
27 en wie onder jullie vooraanstaand wil zijn, moet jullie slaaf zijn,
27 e qualquer que, entre vós, quiser ser o primeiro, que seja vosso servo,
28 net zoals de Mensenzoon niet is gekomen om te worden gediend, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.”
28 bem como o Filho do Homem não veio para ser servido, mas para servir e para dar a sua vida
29 Toen ze Jericho verlieten, werd Jezus gevolgd door een grote menigte.
29 E, saindo eles de Jericó, seguiu-o grande multidão.
30 Er zaten twee blinde mensen aan de kant van de weg. Omdat ze hadden gehoord dat Jezus voorbijkwam, riepen ze: “Heb medelijden met ons, Heer, Zoon van David!”
30 E eis que dois cegos, assentados junto do caminho, ouvindo que Jesus passava, clamaram, dizendo: Senhor, Filho de Davi, tem misericórdia de nós.
31 De menigte snauwde hen toe dat ze moesten zwijgen. Maar ze riepen nog luider: “Heb medelijden met ons, Heer, Zoon van David!”
31 E a multidão os repreendia, para que se calassem; eles, porém, cada vez clamavam mais, dizendo: Senhor, Filho de Davi, tem misericórdia de nós.
32 Jezus hield halt, riep hen bij zich en vroeg: “Wat willen jullie dat Ik voor jullie doe?”
32 E Jesus, parando, chamou-os e disse: Que quereis que vos faça?
33 Ze antwoordden: “Heer, we willen graag dat onze ogen worden genezen.”
33 Disseram-lhe eles: Senhor, que os nossos olhos sejam abertos.
34 Jezus kreeg medelijden met hen en raakte hun ogen aan. Meteen konden ze weer zien en volgden ze Hem.
34 Então, Jesus, movido de íntima compaixão, tocou-lhes nos olhos, e logo viram; e eles o seguiram.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 20, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.