Mateus 19

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Toen Jezus uitgesproken was, vertrok Hij uit Galilea en kwam Hij in het gebied van Judea aan de overkant van de Jordaan.
1 Quando Jesus acabou de proferir estas palavras, deixou a Galileia e foi para o território da Judeia, além do Jordão.
2 Een grote mensenmassa volgde Hem en Hij genas de zieken ter plekke.
2 Grandes multidões o seguiram, e ele as curou ali.
3 Er kwamen farizeeën naar Hem toe om Hem op de proef te stellen. Ze vroegen: “Mag een man zijn vrouw wegsturen om eender welke reden?”
3 Alguns fariseus se aproximaram de Jesus e, testando-o, perguntaram: — É lícito ao homem repudiar a sua mulher por qualquer motivo?
4 Jezus antwoordde: “Hebben jullie niet gelezen dat de Schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?
4 Jesus respondeu:
5 En dat Hij zei: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw verbinden, en ze zullen samen een nieuw lichaam vormen’?
5 e que disse: “Por isso o homem deixará o seu pai e a sua mãe e se unirá à sua mulher, tornando-se os dois uma só carne”?
6 Ze zijn dus niet langer twee lichamen, maar één. Daarom moet een mens niet scheiden wat God heeft samengevoegd.”
6 De modo que já não são mais dois, porém uma só carne. Portanto, que ninguém separe o que Deus ajuntou.
7 Ze vroegen Hem: “Waarom heeft Mozes dan geboden om een echtscheidingsakte mee te geven als iemand zijn vrouw wegstuurt?”
7 Os fariseus perguntaram: — Então por que Moisés ordenou dar uma carta de divórcio e repudiar a mulher?
8 Jezus zei tegen hen: “Omdat jullie koppig zijn, gaf Mozes toestemming om je vrouw weg te sturen, maar aanvankelijk was dat niet de bedoeling.
8 Jesus respondeu:
9 Ik zeg jullie: wie zijn vrouw wegstuurt om een andere reden dan seksueel wangedrag en trouwt met een andere vrouw, pleegt echtbreuk.”
9 Eu, porém, lhes digo: quem repudiar a sua mulher, não sendo por causa de relações sexuais ilícitas, e casar com outra comete adultério.
10 Jezus' leerlingen zeiden tegen Hem: “Als het zo zit tussen man en vrouw, is het beter om niet te trouwen.”
10 Os discípulos de Jesus disseram: — Se essa é a situação do homem em relação à sua mulher, não convém casar.
11 Maar Hij zei tegen hen: “Niet iedereen kan deze leer aanvaarden, alleen zij aan wie het gegeven is.
11 Jesus, porém, lhes respondeu:
12 Want er zijn eunuchen die zo zijn vanaf hun geboorte, er zijn eunuchen die door mensen zijn gecastreerd, en er zijn mensen die als een eunuch leven omwille van Gods rijk. Laat wie dit kan aanvaarden, het aanvaarden!”
12 Porque há eunucos de nascença; há outros a quem os homens fizeram tais; e há outros que se fizeram eunucos, por causa do Reino dos Céus. Quem é apto para aceitar isto, que aceite.
13 Toen werden er kinderen bij Jezus gebracht met de bedoeling dat Hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Maar zijn leerlingen berispten de mensen.
13 Então trouxeram algumas crianças a Jesus para que ele lhes impusesse as mãos e orasse, mas os discípulos os repreendiam.
14 Jezus zei echter: “Laat de kinderen bij Mij komen en houd hen niet tegen, want Gods rijk is bestemd voor wie is zoals zij.”
14 Jesus, porém, disse:
15 Nadat Hij hun de handen had opgelegd, vertrok Hij.
15 E, tendo-lhes imposto as mãos, retirou-se dali.
16 Op dat moment kwam iemand aan Jezus vragen: “Leraar, welke goede daad moet ik doen om het eeuwig leven te krijgen?”
16 E eis que alguém, aproximando-se de Jesus, lhe perguntou: — Mestre, que farei de bom para alcançar a vida eterna?
17 Jezus vroeg hem: “Waarom vraag je Mij over het goede? Er is er maar één die goed is. Maar als je het leven wil binnengaan, houd je dan aan de geboden.”
17 Jesus respondeu:
18 Hij vroeg Hem: “Welke?” Jezus zei: “Pleeg geen moord, pleeg geen echtbreuk, steel niet, leg geen leugenachtige verklaring af,
18 E ele lhe perguntou: — Quais? Jesus respondeu:
19 eer je vader en moeder, en heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt.”
19 honre o seu pai e a sua mãe e ame o seu próximo como você ama a si mesmo.”
20 De jongeman zei tegen Hem: “Aan al die dingen heb ik me gehouden. Wat ontbreekt mij nog?”
20 O jovem disse: — Tudo isso tenho observado. O que me falta ainda?
21 Jezus antwoordde: “Als je volmaakt wil zijn, ga dan je bezittingen verkopen en geef de opbrengst aan de armen; dan zal je een schat in de hemel hebben. Kom dan terug en volg Mij.”
21 Jesus respondeu:
22 Toen de man dat antwoord hoorde, ging hij aangeslagen weg, want hij had veel bezittingen.
22 Mas o jovem, ouvindo esta palavra, retirou-se triste, porque era dono de muitas propriedades.
23 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Ik verzeker jullie, voor een rijke is het moeilijk om Gods rijk binnen te gaan.
23 Então Jesus disse aos seus discípulos:
24 Nogmaals, Ik zeg jullie: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen dan voor een rijke om Gods koninkrijk binnen te gaan.”
24 E ainda lhes digo que é mais fácil um camelo passar pelo fundo de uma agulha do que um rico entrar no Reino de Deus.
25 De leerlingen waren erg ontdaan toen ze dat hoorden. Ze zeiden: “Maar wie kan dan worden gered?”
25 Ouvindo isto, os discípulos ficaram muito admirados e perguntaram: — Sendo assim, quem pode ser salvo?
26 Jezus keek hen aan en zei: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.”
26 Jesus, olhando para eles, disse:
27 Petrus reageerde: “Wij hebben alles achtergelaten om U te volgen. Wat gebeurt er dan met ons?”
27 Então Pedro, tomando a palavra, disse: — Eis que nós deixamos tudo e seguimos o senhor; que será, pois, de nós?
28 Jezus zei tegen hem: “Ik verzeker jullie: in de nieuwe wereld, wanneer de Mensenzoon op zijn verheven troon zit, zullen jullie die Mij zijn gevolgd op twaalf tronen zitten en over de twaalf stammen van Israël rechtspreken.
28 Jesus lhes respondeu:
29 En ieder die huizen, broers, zussen, vader, moeder, kinderen of akkers heeft opgegeven omwille van mijn naam, zal honderdmaal zoveel ontvangen en deel krijgen aan het eeuwig leven.
29 E todo aquele que tiver deixado casas, irmãos, irmãs, pai, mãe, filhos ou campos, por causa do meu nome, receberá muitas vezes mais e herdará a vida eterna.
30 Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.
30 Porém muitos primeiros serão últimos; e os últimos serão primeiros.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 19, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.