Mateus 13

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Diezelfde dag verliet Jezus het huis en ging Hij bij het meer zitten.
1 Naquele mesmo dia Jesus saiu de casa, foi para a beira do lago da Galileia, sentou-se ali e começou a ensinar.
2 Er verzamelde zich zo'n grote mensenmassa om Hem heen, dat Hij in een boot plaatsnam, terwijl alle mensen op de oever bleven staan.
2 A multidão que se ajuntou em volta dele era tão grande, que ele entrou num barco e sentou-se; e o povo ficou em pé na praia.
3 Hij vertelde hun van alles in de vorm van parabels. Hij zei: “Er was eens een zaaier die ging zaaien.
3 Jesus usou parábolas para ensinar muitas coisas. Ele disse:
4 Tijdens het zaaien vielen er wat zaadjes langs het pad en de vogels kwamen ze oppikken.
4 Quando estava espalhando as sementes, algumas caíram na beira do caminho, e os passarinhos comeram tudo.
5 Andere zaadjes vielen in ondiepe laagjes aarde op rotsgrond. De plantjes schoten meteen op, omdat de aarde ondiep was.
5 Outra parte das sementes caiu num lugar onde havia muitas pedras e pouca terra. As sementes brotaram logo porque a terra não era funda.
6 Maar toen de zon hoog kwam te staan, verschroeiden de plantjes; en omdat ze geen wortels hadden, gingen ze dood.
6 Mas, quando o sol apareceu, queimou as plantas, e elas secaram porque não tinham raízes.
7 Nog andere zaadjes vielen tussen het onkruid en het onkruid kwam op en verstikte hen.
7 Outras sementes caíram no meio de espinhos, que cresceram e sufocaram as plantas.
8 Weer andere zaadjes vielen in goede aarde en leverden een goede oogst op, wel honderd-, zestig- of dertigmaal zoveel als er was gezaaid.
8 Mas as sementes que caíram em terra boa produziram na base de cem, de sessenta e de trinta grãos por um.
9 Als je oren hebt, luister dan!”
9 E Jesus terminou, dizendo:
10 Later kwamen Jezus' leerlingen Hem vragen: “Waarom spreekt U de mensen toe in de vorm van parabels?”
10 Então os discípulos chegaram perto de Jesus e perguntaram: — Por que é que o senhor usa
11 Hij antwoordde: “Omdat het jullie is gegeven de geheimen van Gods rijk te kennen, maar hun is dat niet gegeven.
11 Jesus respondeu:
12 Want aan wie heeft, zal nog meer worden gegeven, zodat hij overvloed zal hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs hetgeen hij heeft worden afgenomen.
12 Pois quem tem receberá mais, para que tenha mais ainda. Mas quem não tem, até o pouco que tem lhe será tirado.
13 Daarom spreek Ik hen toe in parabels, zodat ze wel zien maar niet begrijpen, en wel horen maar niet verstaan.
13 É por isso que eu uso parábolas para falar com essas pessoas. Porque elas olham e não enxergam; escutam e não ouvem, nem entendem.
14 Voor hen is de volgende profetie van Jesaja in vervulling gegaan:
14 E assim acontece com essas pessoas o que disse o
15 — ausente —
15 Pois a mente deste povo está fechada:
16 Maar omdat jullie ogen zien en jullie oren horen, zijn ze gezegend.
16 Jesus continuou, dizendo:
17 Want Ik verzeker jullie: veel profeten en rechtvaardige mensen wilden graag zien wat jullie zien, maar ze hebben het niet gezien. En ze wilden graag horen wat jullie horen, maar ze hebben het niet gehoord.
17 Eu afirmo a vocês que isto é verdade: muitos profetas e muitas outras pessoas do povo de Deus gostariam de ver o que vocês estão vendo, mas não puderam; e gostariam de ouvir o que vocês estão ouvindo, mas não ouviram.
18 Luister dus naar de uitleg van de parabel van de zaaier:
18 — Então escutem e aprendam o que a
19 Telkens wanneer iemand de boodschap van het koninkrijk hoort en deze niet begrijpt, komt de duivel weggrissen wat in het hart van die persoon was gezaaid. Dit is wat langs het pad is gezaaid.
19 As pessoas que ouvem a mensagem do vem e tira o que foi semeado no coração delas.
20 Wat op de rotsgrond is gezaaid, is als de persoon die de boodschap hoort en haar meteen vol vreugde aanvaardt.
20 As sementes que foram semeadas onde havia muitas pedras são as pessoas que ouvem a mensagem e a aceitam logo com alegria,
21 Maar hij is oppervlakkig en het raakt niet diep in hem geworteld. Zodra er verdrukking of vervolging komt omwille van het evangelie, komt hij ten val.
21 mas duram pouco porque não têm raiz. E, quando por causa da mensagem chegam os sofrimentos e as perseguições, elas logo abandonam a sua fé.
22 En wat tussen het onkruid is gezaaid, is als de persoon die de boodschap hoort, maar de zorgen van dit leven en de misleiding van de rijkdom verstikken de boodschap, zodat deze niets oplevert.
22 Outras pessoas são parecidas com as sementes que foram semeadas no meio dos espinhos. Elas ouvem a mensagem, mas as preocupações deste mundo e a ilusão das riquezas sufocam a mensagem, e essas pessoas não produzem frutos.
23 Wat in goede aarde is gezaaid, is als de persoon die het evangelie hoort, het begrijpt en vruchten voortbrengt; in het ene geval honderd-, in het andere zestig- en in nog een ander geval dertigmaal zoveel als er was gezaaid.”
23 E as sementes que foram semeadas em terra boa são aquelas pessoas que ouvem, e entendem a mensagem, e produzem uma grande colheita: umas, cem; outras, sessenta; e ainda outras, trinta vezes mais do que foi semeado.
24 Jezus vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met iemand die goed zaad in zijn akker zaaide.
24 Jesus contou outra parábola . Ele disse ao povo:
25 Maar terwijl iedereen sliep, kwam zijn vijand schadelijk onkruid tussen het graan zaaien en ging hij weer weg.
25 Certa noite, quando todos estavam dormindo, veio um inimigo, semeou no meio do trigo uma erva ruim, chamada joio, e depois foi embora.
26 Toen de plantjes opkwamen en aren vormden, verscheen ook het schadelijk onkruid.
26 Quando as plantas cresceram, e se formaram as espigas, o joio apareceu.
27 De knechten van de landeigenaar vroegen hem: ‘Meneer, u had toch goed zaad in uw akker gezaaid? Waar komt dat schadelijk onkruid dan vandaan?’
27 Aí os empregados do dono das terras chegaram e disseram: “Patrão, o senhor semeou sementes boas nas suas terras. De onde será que veio este joio?”
28 Hij antwoordde: ‘Dat heeft een vijand gedaan.’ De knechten vroegen hem: ‘Wilt u dat we gaan wieden?’
28 — “Foi algum inimigo que fez isso!”, respondeu ele.
29 Maar hij antwoordde: ‘Nee, want als jullie het onkruid zouden wieden, zouden jullie ook de wortels van het graan lostrekken.
29 — “Não”, respondeu ele, “porque, quando vocês forem tirar o joio, poderão arrancar também o trigo.
30 Laat het allemaal samen opgroeien tot de oogsttijd. Dan zal ik tegen de maaiers zeggen: Breng eerst het onkruid bijeen en maak er bundels van om te verbranden, en oogst dan het graan en breng het naar mijn schuur.’”
30 Deixem o trigo e o joio crescerem juntos até o tempo da colheita. Então eu direi aos trabalhadores que vão fazer a colheita: ‘Arranquem primeiro o joio e amarrem em feixes para ser queimado. Depois colham o trigo e ponham no meu depósito.’ ”
31 Jezus vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met een mosterdzaadje dat iemand in zijn akker zaaide.
31 Jesus contou outra parábola . Ele disse ao povo:
32 Het is kleiner dan alle andere zaden, maar wanneer het uitgroeit, is het de grootste van de moestuinplanten en wordt het een boom, zodat de vogels in zijn takken komen nestelen.”
32 Ela é a menor de todas as sementes; mas, quando cresce, torna-se a maior de todas as plantas. Ela até chega a ser uma árvore, de modo que os passarinhos vêm e fazem ninhos nos seus ramos.
33 Hij vertelde hun nog een parabel: “Het is met Gods rijk als met desem die door een vrouw vermengd werd met drie porties meel, totdat het deeg volledig doordesemd was.”
33 Jesus contou mais esta parábola para o povo:
34 Jezus vertelde dat alles aan de mensenmassa in de vorm van parabels; Hij vertelde hun niets zonder parabels te gebruiken.
34 Jesus usava parábolas para dizer tudo isso ao povo. Ele não dizia nada a eles sem ser por meio de parábolas.
35 Zo gingen de volgende woorden van de profeet Jesaja in vervulling: “Ik open mijn mond om in parabels te spreken, ik maak bekend wat vanaf de schepping van de wereld verborgen is geweest.”
35 Isso aconteceu para se cumprir o que o profeta tinha dito: “Usarei parábolas quando falar com esse povo e explicarei coisas desconhecidas desde a criação do mundo.”
36 Nadat Hij afscheid had genomen van de mensenmassa, ging Hij naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en vroegen: “Wilt U de parabel van het schadelijk onkruid op de akker aan ons uitleggen?”
36 Então Jesus deixou a multidão e voltou para casa. Os discípulos chegaram perto dele e perguntaram: — Conte para nós o que quer dizer a
37 Jezus antwoordde: “De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon.
37 Jesus respondeu:
38 De akker is de wereld en het goede zaad zijn de onderdanen van het koninkrijk. Het schadelijk onkruid, dat zijn de onderdanen van de duivel.
38 O terreno é o mundo. As sementes boas são as pessoas que pertencem ao .
39 De vijand die hen zaaide is de duivel, de oogst is het einde van de wereld en zij die de oogst binnenhalen zijn engelen.
39 O inimigo que semeia o joio é o próprio Diabo. A colheita é o fim dos tempos, e os que fazem a colheita são os anjos.
40 En zoals het schadelijk onkruid bijeengebracht en verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij het einde van de wereld.
40 Assim como o joio é ajuntado e jogado no fogo, assim também será no fim dos tempos.
41 De Mensenzoon zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alles uit zijn koninkrijk dat tot zonde aanzet en ieder die het slechte doet bijeenbrengen.
41 O Filho do Homem mandará os seus anjos, e eles ajuntarão e tirarão do seu Reino todos os que fazem com que os outros pequem e também todos os que praticam o mal.
42 Die zullen in de brandende oven worden gegooid en daar zal worden geweend en met de tanden geknarst.
42 Depois os anjos jogarão essas pessoas na fornalha de fogo, onde vão chorar e ranger os dentes de desespero.
43 Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Als je oren hebt, luister dan!
43 Então o povo de Deus brilhará como o sol no Reino do seu Pai. Se vocês têm ouvidos para ouvir, então ouçam.
44 Het is met Gods rijk als met een schat die in een akker is verborgen, en die door iemand wordt gevonden en weer toegedekt. Hij is er zo blij over dat hij weggaat, alles verkoopt wat hij heeft en die akker koopt.
44 — O
45 Het is met Gods rijk ook als met een zakenman die op zoek was naar mooie parels.
45 — O
46 Hij vond een parel die zo kostbaar was, dat hij al zijn bezittingen verkocht om die parel te kopen.
46 Quando encontra uma pérola que é mesmo de grande valor, ele vai, vende tudo o que tem e compra a pérola.
47 Het is met Gods rijk ook als met een lang visnet dat in het meer werd gegooid en waarin allerlei vissen werden gevangen.
47 — O
48 Toen het vol was, werd het aan wal getrokken en men ging zitten om de goede vissen in emmers te doen en de slechte weg te gooien.
48 E, quando está cheia, os pescadores a arrastam para a praia e sentam para separar os peixes: os que prestam são postos dentro dos cestos, e os que não prestam são jogados fora.
49 Zo zal het zijn bij het einde van de wereld. De engelen zullen eropuit gaan en de slechte mensen scheiden van de rechtvaardige.
49 No fim dos tempos também será assim: os anjos sairão, e separarão as pessoas más das boas,
50 Ze zullen de slechte mensen in de brandende oven gooien en daar zal worden geweend en met de tanden geknarst.
50 e jogarão as pessoas más na fornalha de fogo. E ali elas vão chorar e ranger os dentes de desespero.
51 Hebben jullie dit alles begrepen?” De leerlingen antwoordden: “Ja.”
51 Então Jesus perguntou aos discípulos: — Sim! — responderam eles.
52 Jezus zei tegen hen: “Daarom is iedere Schriftgeleerde die een leerling in Gods rijk is geworden, als een huiseigenaar die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen tevoorschijn haalt.”
52 Jesus disse:
53 Toen Jezus deze parabels had afgerond, vertrok Hij daarvandaan.
53 Quando Jesus acabou de contar essas parábolas , saiu dali
54 Hij kwam in zijn thuisstad en onderwees de mensen daar in hun synagoge, zodat ze diep onder de indruk waren en vroegen: “Vanwaar haalt Hij die wijsheid en die wonderen?
54 e voltou para a cidade de Nazaré, onde ele tinha morado. Ele ensinava na sinagoga , e os que o ouviam ficavam admirados e perguntavam: — De onde vêm a sabedoria dele e o poder que ele tem para fazer milagres?
55 Is dit niet de zoon van de bouwer? Heet zijn moeder niet Maria en zijn broers Jakobus, Jozef, Simon en Judas?
55 Por acaso ele não é o filho do carpinteiro? A sua mãe não é Maria? Ele não é irmão de Tiago, José, Simão e Judas?
56 En wonen niet al zijn zussen bij ons? Waar haalt Hij dat alles dan vandaan?”
56 Todas as suas irmãs não moram aqui? De onde é que ele consegue tudo isso?
57 Ze ergerden zich aan Hem, maar Jezus zei tegen hen: “Het is alleen in zijn thuisstad en in zijn eigen huis dat een profeet geen eer ontvangt.”
57 Por isso ficaram desiludidos com ele. Mas Jesus disse:
58 En wegens hun ongeloof deed Hij daar slechts weinig wonderen.
58 Jesus não pôde fazer muitos milagres ali porque eles não tinham fé.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.