Mateus 11

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Nadat Jezus zijn instructies aan zijn twaalf leerlingen had afgerond, vertrok Hij om in de steden in dat gebied te onderwijzen en te preken.
1 Ora, tendo acabado Jesus de dar estas instruções a seus doze discípulos, partiu dali a ensinar e a pregar nas cidades deles.
2 Toen Johannes de Doper in de gevangenis hoorde wat de Messias aan het doen was, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus toe
2 Quando João ouviu, no cárcere, falar das obras de Cristo, mandou por seus discípulos perguntar-lhe:
3 met de vraag: “Bent U degene die zou komen, of moeten we iemand anders verwachten?”
3 És tu aquele que estava para vir ou havemos de esperar outro?
4 Jezus antwoordde: “Ga Johannes verslag uitbrengen van wat jullie horen en zien:
4 E Jesus, respondendo, disse-lhes: Ide e anunciai a João o que estais ouvindo e vendo:
5 blinde mensen kunnen weer zien, verlamde mensen beginnen te stappen, mensen met een huidziekte worden rein, dove mensen kunnen weer horen, dode mensen verrijzen, en aan arme mensen wordt het evangelie verkondigd.
5 os cegos veem, os coxos andam, os leprosos são purificados, os surdos ouvem, os mortos são ressuscitados, e aos pobres está sendo pregado o evangelho.
6 Wie zich niet aan Mij ergert, is gezegend.”
6 E bem-aventurado é aquele que não achar em mim motivo de tropeço.
7 Toen de leerlingen van Johannes vertrokken, zei Jezus over hem tegen de mensenmassa: “Wat zijn jullie gaan bekijken in de wildernis? Riet dat wuift in de wind?
7 Então, em partindo eles, passou Jesus a dizer ao povo a respeito de João: Que saístes a ver no deserto? Um caniço agitado pelo vento?
8 Nee! Wat gingen jullie bekijken: een man in mooie kleren? Nee, de mensen in mooie kleren bevinden zich in paleizen.
8 Sim, que saístes a ver? Um homem vestido de roupas finas? Ora, os que vestem roupas finas assistem nos palácios reais.
9 Wat gingen jullie dan wel bekijken? Een profeet? Jazeker, zeg Ik jullie, iemand die meer is dan een profeet.
9 Mas para que saístes? Para ver um profeta? Sim, eu vos digo, e muito mais que profeta.
10 Hij is het over wie werd geschreven:
10 Este é de quem está escrito:
11 Ik verzeker jullie: onder hen die uit een vrouw zijn geboren, is er niemand opgestaan die belangrijker is dan Johannes de Doper, maar in Gods rijk is de geringste belangrijker dan hij.
11 Em verdade vos digo: entre os nascidos de mulher, ninguém apareceu maior do que João Batista; mas o menor no reino dos céus é maior do que ele.
12 En vanaf de periode dat Johannes de Doper optrad tot nu toe wordt Gods rijk bestormd en de bestormers proberen het binnen te dringen.
12 Desde os dias de João Batista até agora, o reino dos céus é tomado por esforço, e os que se esforçam se apoderam dele.
13 Want alle Profeten en de Wet hebben erover geprofeteerd totdat Johannes kwam.
13 Porque todos os Profetas e a Lei profetizaram até João.
14 En als jullie bereid zijn om het te aanvaarden: Johannes is Elia, die zou komen.
14 E, se o quereis reconhecer, ele mesmo é Elias, que estava para vir.
15 Als je oren hebt, luister dan!
15 Quem tem ouvidos [para ouvir], ouça.
16 Waarmee zal ik dit soort mensen vergelijken? Ze zijn als kinderen die op de marktpleinen zitten en naar anderen roepen:
16 Mas a quem hei de comparar esta geração? É semelhante a meninos que, sentados nas praças, gritam aos companheiros:
17 — ausente —
17 Nós vos tocamos flauta, e não dançastes;
18 Want toen Johannes kwam en niet at of dronk, zeiden ze: ‘Hij heeft een demon in zich.’
18 Pois veio João, que não comia nem bebia, e dizem: Tem demônio!
19 Maar toen de Mensenzoon kwam en wel at en dronk, zeiden ze: ‘Kijk, een veelvraat en een dronkaard, een vriend van belastinginners en zondaars!’ De juistheid van wijsheid wordt aangetoond door de daden die erop gebaseerd zijn.”
19 Veio o Filho do Homem, que come e bebe, e dizem: Eis aí um glutão e bebedor de vinho, amigo de publicanos e pecadores! Mas a sabedoria é justificada por suas obras.
20 Toen begon Jezus de steden waar de meeste van zijn wonderen waren gebeurd, te verwijten dat ze niet tot inkeer waren gekomen:
20 Passou, então, Jesus a increpar as cidades nas quais ele operara numerosos milagres, pelo fato de não se terem arrependido:
21 “Wee jou, Chorazin, wee jou, Betsaïda, want als de wonderen die bij jullie zijn gebeurd, in Tyrus en Sidon hadden plaatsgevonden, dan zou men daar allang in zak en as hebben gezeten en tot inkeer zijn gekomen.
21 Ai de ti, Corazim! Ai de ti, Betsaida! Porque, se em Tiro e em Sidom se tivessem operado os milagres que em vós se fizeram, há muito que elas se teriam arrependido com pano de saco e cinza.
22 Maar Ik zeg jullie: op de Oordeelsdag zal het draaglijker zijn voor de mensen van Tyrus en Sidon dan voor jullie.
22 E, contudo, vos digo: no Dia do Juízo, haverá menos rigor para Tiro e Sidom do que para vós outras.
23 En jij, Kafarnaüm, zal jij worden verheven naar de hemel? Nee, je zal worden verlaagd naar het dodenrijk. Want als de wonderen die bij jou zijn gebeurd, in Sodom hadden plaatsgevonden, dan zou het vandaag nog bestaan.
23 Tu, Cafarnaum, elevar-te-ás, porventura, até ao céu? Descerás até ao inferno; porque, se em Sodoma se tivessem operado os milagres que em ti se fizeram, teria ela permanecido até ao dia de hoje.
24 Maar Ik zeg jullie: op de Oordeelsdag zal het draaglijker zijn voor het land Sodom dan voor jou.”
24 Digo-vos, porém, que menos rigor haverá, no Dia do Juízo, para com a terra de Sodoma do que para contigo.
25 In die tijd zei Jezus ook: “Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen hebt verborgen voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt onthuld aan eenvoudigen.
25 Por aquele tempo, exclamou Jesus: Graças te dou, ó Pai, Senhor do céu e da terra, porque ocultaste estas coisas aos sábios e instruídos e as revelaste aos pequeninos.
26 Ja, Vader, want zo is het goed in uw ogen.
26 Sim, ó Pai, porque assim foi do teu agrado.
27 Alles is door mijn Vader aan Mij toevertrouwd. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon en zij aan wie de Zoon Hem wenst bekend te maken.
27 Tudo me foi entregue por meu Pai. Ninguém conhece o Filho, senão o Pai; e ninguém conhece o Pai, senão o Filho e aquele a quem o Filho o quiser revelar.
28 Kom bij Mij, iedereen die afgemat en zwaar beladen is, en Ik zal jullie rust geven.
28 Vinde a mim, todos os que estais cansados e sobrecarregados, e eu vos aliviarei.
29 Draag mijn juk en leer van Mij, want Ik heb een zachtmoedig en nederig hart. Dan zullen jullie innerlijke rust vinden.
29 Tomai sobre vós o meu jugo e aprendei de mim, porque sou manso e humilde de coração; e achareis descanso para a vossa alma.
30 Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”
30 Porque o meu jugo é suave, e o meu fardo é leve.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 11, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.