Marcos 15

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Zodra het ochtend werd, kwamen de hoofdpriesters met de oudsten, Schriftgeleerden en de hele Joodse raad tot een gezamenlijk besluit. Ze leidden Jezus gebonden weg en leverden Hem over aan Pilatus.
1 Logo pela manhã, entraram em conselho os principais sacerdotes com os anciãos, os escribas e todo o Sinédrio; e, amarrando a Jesus, levaram-no e o entregaram a Pilatos.
2 Pilatus vroeg Hem: “Bent U de koning van de Joden?” Jezus antwoordde: “U zegt het zelf.”
2 Pilatos o interrogou: És tu o rei dos judeus? Respondeu Jesus: Tu o dizes.
3 De hoofdpriesters brachten allerlei beschuldigingen tegen Hem in.
3 Então, os principais sacerdotes o acusavam de muitas coisas.
4 Pilatus vroeg verder: “Geeft U geen antwoord? U hoort toch waarvan ze U beschuldigen!”
4 Tornou Pilatos a interrogá-lo: Nada respondes? Vê quantas acusações te fazem!
5 Maar Jezus gaf nog altijd geen antwoord, wat Pilatus verwonderde.
5 Jesus, porém, não respondeu palavra, a ponto de Pilatos muito se admirar.
6 Gewoonlijk liet Pilatus tijdens het feest een gevangene vrij op verzoek van het volk.
6 Ora, por ocasião da festa, era costume soltar ao povo um dos presos, qualquer que eles pedissem.
7 Iemand die Barabbas heette, zat gevangen met de opstandelingen die zich tijdens het oproer aan moord hadden schuldig gemaakt.
7 Havia um, chamado Barrabás, preso com amotinadores, os quais em um tumulto haviam cometido homicídio.
8 Toen de menigte naar Pilatus toe ging met het verzoek om te doen wat hij gewoonlijk deed,
8 Vindo a multidão, começou a pedir que lhes fizesse como de costume.
9 stelde Pilatus voor: “Willen jullie dat ik de koning van de Joden vrijlaat?”
9 E Pilatos lhes respondeu, dizendo: Quereis que eu vos solte o rei dos judeus?
10 Hij besefte namelijk dat de hoofdpriesters Jezus hadden uitgeleverd uit afgunst.
10 Pois ele bem percebia que por inveja os principais sacerdotes lho haviam entregado.
11 Maar de hoofdpriesters hitsten de menigte op om te eisen dat Barabbas zou worden vrijgelaten.
11 Mas estes incitaram a multidão no sentido de que lhes soltasse, de preferência, Barrabás.
12 Daarom vroeg Pilatus hen: “Wat willen jullie dat ik doe met de Man die jullie de koning van de Joden noemen?”
12 Mas Pilatos lhes perguntou: Que farei, então, deste a quem chamais o rei dos judeus?
13 De mensen riepen terug: “Kruisig Hem!”
13 Eles, porém, clamavam: Crucifica-o!
14 Pilatus vroeg: “Wat heeft Hij dan misdaan?” Toen riepen ze nog luider: “Kruisig Hem!”
14 Mas Pilatos lhes disse: Que mal fez ele? E eles gritavam cada vez mais: Crucifica-o!
15 Pilatus besloot om de menigte tevreden te stellen. Daarom liet hij Barabbas vrij, maar Jezus liet hij geselen en vervolgens wegleiden om te worden gekruisigd.
15 Então, Pilatos, querendo contentar a multidão, soltou-lhes Barrabás; e, após mandar açoitar a Jesus, entregou-o para ser crucificado.
16 De soldaten leidden Jezus het paleis – dat wil zeggen: het hoofdkwartier – binnen en riepen hun gehele legerafdeling bijeen.
16 Então, os soldados o levaram para dentro do palácio, que é o pretório, e reuniram todo o destacamento.
17 Vervolgens trokken ze Jezus een paarse mantel aan en vlochten ze een krans van doorntakken die ze Hem als een kroon opzetten.
17 Vestiram-no de púrpura e, tecendo uma coroa de espinhos, lha puseram na cabeça.
18 Ze begonnen Hem te “begroeten”: “Gegroet, koning van de Joden!”
18 E o saudavam, dizendo: Salve, rei dos judeus!
19 Ze sloegen Hem op het hoofd met een rietstok, bespuwden Hem en knielden om Hem te ‘eren’.
19 Davam-lhe na cabeça com um caniço, cuspiam nele e, pondo-se de joelhos, o adoravam.
20 Nadat ze zo de spot met Jezus hadden gedreven, trokken ze Hem de paarse mantel uit en zijn eigen kleren aan. Vervolgens leidden ze Hem naar buiten om Hem te kruisigen.
20 Depois de o terem escarnecido, despiram-lhe a púrpura e o vestiram com as suas próprias vestes. Então, conduziram Jesus para fora, com o fim de o crucificarem.
21 Er was een voorbijganger die van het land kwam, Simon van Cyrene, de vader van Alexander en Rufus. Hem dwongen ze, Jezus' kruis te dragen.
21 E obrigaram a Simão Cireneu, que passava, vindo do campo, pai de Alexandre e de Rufo, a carregar-lhe a cruz.
22 Ze brachten Hem naar de plaats die Golgota heet. Dat betekent: Schedelplaats.
22 E levaram Jesus para o Gólgota, que quer dizer Lugar da Caveira.
23 Daar reikten ze Jezus wijn met mirre aan, maar Hij weigerde die.
23 Deram-lhe a beber vinho com mirra; ele, porém, não tomou.
24 Toen kruisigden ze Hem. Zijn kleren verdeelden ze onder elkaar door middel van verloting.
24 Então, o crucificaram e repartiram entre si as vestes dele, lançando-lhes sorte, para ver o que levaria cada um.
25 Het was negen uur 's ochtends toen ze Hem kruisigden.
25 Era a hora terceira quando o crucificaram.
26 Op het bordje met de aanklacht tegen Hem stond: “De koning van de Joden.”
26 E, por cima, estava, em epígrafe, a sua acusação: O Rei dos Judeus .
27 Samen met Jezus werden twee misdadigers gekruisigd: de ene rechts en de andere links van Hem.
27 Com ele crucificaram dois ladrões, um à sua direita, e outro à sua esquerda.
28 — ausente —
28 [E cumpriu-se a Escritura que diz: Com malfeitores foi contado. ]
29 De voorbijgangers beledigden Jezus door hoofdschuddend te roepen: “Ha, Jij die de tempel verwoest en binnen drie dagen herbouwt!
29 Os que iam passando, blasfemavam dele, meneando a cabeça e dizendo: Ah! Tu que destróis o santuário e, em três dias, o reedificas!
30 Red Jezelf en kom van het kruis af!”
30 Salva-te a ti mesmo, descendo da cruz!
31 Ook de hoofdpriesters en de Schriftgeleerden bespotten Hem, door tegen elkaar te zeggen: “Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden kan Hij niet.
31 De igual modo, os principais sacerdotes com os escribas, escarnecendo, entre si diziam: Salvou os outros, a si mesmo não pode salvar-se;
32 Laat die Messias, die koning van Israël, maar van het kruis afkomen. Als we dat zien, zullen we geloven.” Zelfs zij die samen met Jezus werden gekruisigd, bespotten Hem.
32 desça agora da cruz o Cristo, o rei de Israel, para que vejamos e creiamos. Também os que com ele foram crucificados o insultavam.
33 Om twaalf uur werd het donker in het hele land, tot drie uur 's middags.
33 Chegada a hora sexta, houve trevas sobre toda a terra até a hora nona.
34 Om drie uur 's middags riep Jezus luid: “Eloï, Eloï, lama sabachtani?” Dat betekent: Mijn God, Mijn God, waarom heeft U Mij verlaten?
34 À hora nona, clamou Jesus em alta voz: Eloí, Eloí, lamá sabactâni? Que quer dizer: Deus meu, Deus meu, por que me desamparaste?
35 Sommigen die dichtbij stonden, hoorden dat en zeiden: “Hoor je dat? Hij roept Elia.”
35 Alguns dos que ali estavam, ouvindo isto, diziam: Vede, chama por Elias!
36 Iemand haalde snel een spons, vulde die met zure wijn en stak hem op een stok om Jezus te drinken te geven, terwijl hij zei: “Wacht, laten we kijken of Elia Hem van het kruis komt halen.”
36 E um deles correu a embeber uma esponja em vinagre e, pondo-a na ponta de um caniço, deu-lhe de beber, dizendo: Deixai, vejamos se Elias vem tirá-lo!
37 Maar Jezus slaakte een luide kreet en stierf.
37 Mas Jesus, dando um grande brado, expirou.
38 Toen scheurde het tempelgordijn van boven naar beneden in tweeën.
38 E o véu do santuário rasgou-se em duas partes, de alto a baixo.
39 Toen de centurio die tegenover Jezus stond, zag dat Hij op die wijze was gestorven, zei hij: “Deze man was werkelijk de Zoon van God.”
39 O centurião que estava em frente dele, vendo que assim expirara, disse: Verdadeiramente, este homem era o Filho de Deus.
40 Er waren vrouwen die vanop een afstand toekeken, waaronder Maria van Magdala, Maria de moeder van Jakobus de Jongere en van Joses, en Salome.
40 Estavam também ali algumas mulheres, observando de longe; entre elas, Maria Madalena, Maria, mãe de Tiago, o menor, e de José, e Salomé;
41 Zij hadden Jezus gevolgd en gediend toen Hij in Galilea was. Er waren ook veel andere vrouwen bij, die met Hem naar Jeruzalem waren meegekomen.
41 as quais, quando Jesus estava na Galileia, o acompanhavam e serviam; e, além destas, muitas outras que haviam subido com ele para Jerusalém.
42 Het was Voorbereidingsdag, de dag voor de sabbat. Toen het avond werd,
42 Ao cair da tarde, por ser o dia da preparação, isto é, a véspera do sábado,
43 vatte Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de Joodse raad die zelf ook Gods koninkrijk verwachtte, moed en ging hij Pilatus vragen om Jezus' lichaam.
43 vindo José de Arimateia, ilustre membro do Sinédrio, que também esperava o reino de Deus, dirigiu-se resolutamente a Pilatos e pediu o corpo de Jesus.
44 Pilatus verbaasde zich erover dat Jezus al gestorven zou zijn en ontbood de centurio om hem te vragen of Hij al gestorven was.
44 Mas Pilatos admirou-se de que ele já tivesse morrido. E, tendo chamado o centurião, perguntou-lhe se havia muito que morrera.
45 Pas toen hij het van de centurio zelf had vernomen, gaf hij het lichaam vrij aan Jozef.
45 Após certificar-se, pela informação do comandante, cedeu o corpo a José.
46 Jozef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis, wikkelde Hem in het linnen, legde Hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang van dat graf.
46 Este, baixando o corpo da cruz, envolveu-o em um lençol que comprara e o depositou em um túmulo que tinha sido aberto numa rocha; e rolou uma pedra para a entrada do túmulo.
47 Maria van Magdala en Maria de moeder van Joses zagen waar Jezus was neergelegd.
47 Ora, Maria Madalena e Maria, mãe de José, observaram onde ele foi posto.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Marcos 15, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.