Marcos 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Toen begon Hij hun parabels te vertellen: “Iemand plantte een wijngaard aan, plaatste een omheining, groef een wijnperskuil en bouwde een wachttoren. Toen verpachtte hij de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis.
1 Depois Jesus começou a falar por meio de parábolas . Ele disse:
2 In de oogsttijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn aandeel in de opbrengst van de wijngaard van hen te ontvangen.
2 Quando chegou o tempo da colheita, o dono enviou um empregado para receber a sua parte.
3 Maar ze grepen hem, sloegen hem in elkaar en stuurden hem met lege handen weg.
3 Mas os lavradores agarraram o empregado, bateram nele e o mandaram de volta sem nada.
4 Vervolgens stuurde hij een andere knecht naar hen toe, maar ze sloegen hem op het hoofd en vernederden hem.
4 O dono mandou mais um empregado, mas eles bateram na cabeça dele e o trataram de um modo vergonhoso.
5 Hij stuurde nog iemand, maar hem doodden ze. Hij stuurde er nog veel meer, en sommigen daarvan sloegen ze in elkaar, anderen doodden ze.
5 E ainda outro foi mandado para lá, mas os lavradores o mataram. E o mesmo aconteceu com muitos mais — uns foram surrados, e outros foram mortos.
6 Toen hij uiteindelijk maar één persoon over had, zijn dierbare zoon, stuurde hij hem, want hij dacht: mijn zoon zullen ze wel respecteren.
6 E agora a única pessoa que o dono da plantação tinha para mandar lá era o seu querido filho. Finalmente ele o mandou, pensando assim: “O meu filho eles vão respeitar.”
7 Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: ‘Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden; dan is de erfenis van ons.’
7 Mas os lavradores disseram uns aos outros: “Este é o filho do dono; ele vai herdar a plantação. Vamos matá-lo, e a plantação será nossa.”
8 Ze grepen hem, doodden hem en gooiden hem de wijngaard uit.
8 — Então agarraram o filho, e o mataram, e jogaram o corpo para fora da plantação.
9 Wat gaat de eigenaar van de wijngaard nu doen? Hij zal komen, de wijnbouwers ombrengen en de wijngaard aan anderen geven.
9 Aí Jesus perguntou:
10 Hebben jullie dit Schriftgedeelte niet gelezen:
10 Vocês não leram o que as
11 — ausente —
11 Isso foi feito pelo Senhor
12 Toen wilden de hoofdpriesters, Schriftgeleerden en oudsten Jezus arresteren, want ze beseften dat de parabel over hen ging. Maar ze lieten Hem met rust en vertrokken, omdat ze bang waren voor de menigte.
12 Os líderes judeus sabiam que a parábola era contra eles e quiseram prender Jesus, mas tinham medo do povo. Por isso deixaram Jesus em paz e foram embora.
13 Later stuurden ze enkele farizeeën en aanhangers van Herodes op Hem af om Hem in zijn eigen woorden te vangen.
13 Depois mandaram que alguns fariseus e alguns membros do partido de Herodes fossem falar com Jesus a fim de conseguirem alguma prova contra ele.
14 Toen ze bij Hem waren gekomen, zeiden ze: “Leraar, wij weten dat U oprecht bent. U laat zich door niemand beïnvloeden en praat niemand naar de mond, maar U onderwijst naar waarheid hoe men Gods weg moet bewandelen. Is het toegestaan om de keizerlijke belasting te betalen, of niet? Moeten we betalen, of mag het niet?”
14 Eles chegaram e disseram: — Mestre, sabemos que o senhor é honesto e não se importa com a opinião dos outros. O senhor não julga pela aparência, mas ensina a verdade sobre a maneira de viver que Deus exige. Diga: é ou não é contra a nossa
15 Maar Jezus doorzag hun hypocrisie. Hij zei: “Waarom stellen jullie Mij op de proef? Breng Mij een denarie en laat Me die zien.”
15 Mas Jesus percebeu a malícia deles e respondeu:
16 Ze brachten Hem een munt en Hij vroeg: “Wie staat hierop afgebeeld? En welke naam staat erop?” Ze antwoordden: “Van de keizer.”
16 Eles trouxeram, e ele perguntou: Eles responderam: — São do Imperador.
17 Jezus zei tegen hen: “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.” Toen waren ze stomverbaasd over Hem.
17 Então Jesus disse: E eles ficaram admirados com Jesus.
18 Daarna kwamen er sadduceeën bij Hem. (Sadduceeën beweren dat er geen verrijzenis is.) Zij vroegen Hem:
18 Alguns saduceus , os quais afirmam que ninguém ressuscita, chegaram perto de Jesus e disseram:
19 “Leraar, volgens de geschriften van Mozes moet iemand van wie de broer sterft en een vrouw maar geen kinderen nalaat, met de weduwe trouwen en zo voor nakomelingen zorgen voor zijn gestorven broer.
19 — Mestre, Moisés escreveu para nós a seguinte lei : “Se um homem morrer e deixar a esposa sem filhos, o irmão dele deve casar com a viúva, para terem filhos, que serão considerados filhos do irmão que morreu.”
20 Maar er waren eens zeven broers. De eerste trouwde, maar hij stierf kinderloos.
20 Acontece que havia sete irmãos. O mais velho casou e morreu sem deixar filhos.
21 De tweede broer trouwde met de weduwe, maar stierf ook zonder nakomelingen. Zo verging het ook de derde.
21 O segundo casou com a viúva e morreu sem deixar filhos. Aconteceu a mesma coisa com o terceiro.
22 De zeven broers lieten geen nakomelingen achter en als laatste van allen stierf de vrouw.
22 Afinal, os sete irmãos casaram com a mesma mulher e morreram sem deixar filhos. Depois de todos eles, a mulher também morreu.
23 Van wie wordt zij de echtgenote bij de verrijzenis? Want ze zijn alle zeven met haar getrouwd geweest!”
23 Portanto, no dia da ressurreição, quando todos os mortos tornarem a viver, de qual dos sete a mulher vai ser esposa? Pois todos eles casaram com ela!
24 Jezus zei tegen hen: “Jullie zitten op een dwaalspoor. Komt dat niet doordat jullie noch de Schriften, noch Gods macht begrijpen?
24 Jesus respondeu:
25 Wanneer de mensen uit de dood verrijzen, trouwen ze niet, maar zijn ze als engelen in de hemel.
25 Pois, quando os mortos ressuscitarem, serão como os anjos do céu, e ninguém casará.
26 En wat de verrijzenis van de doden betreft, hebben jullie niet in het boek van Mozes gelezen, in het gedeelte over de doornstruik, dat God tegen hem zei: ‘Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob’?
26 Vocês nunca leram no
27 Hij is niet de God van doden, maar van levenden. Jullie zitten er ver naast.”
27 E Deus não é Deus dos mortos e sim dos vivos. Vocês estão completamente errados!
28 Een van de Schriftgeleerden was dichterbij gekomen, had hen horen debatteren, besefte dat Jezus hun een goed antwoord had gegeven, en vroeg Hem: “Welk gebod is het belangrijkste van al?”
28 Um mestre da Lei que estava ali ouviu a discussão. Viu que Jesus tinha dado uma boa resposta e por isso perguntou: — Qual é o mais importante de todos os mandamentos da
29 Jezus antwoordde: “Het belangrijkste gebod is: Luister, Israël! De Heer is onze God, de Heer is één.
29 Jesus respondeu:
30 Heb de Heer, je God, lief met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand en met al je kracht.
30 Ame o Senhor, seu Deus, com todo o coração, com toda a alma, com toda a mente e com todas as forças.”
31 Het tweede is: Heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt. Er bestaat geen belangrijker gebod dan deze twee.”
31 E o segundo mais importante é este: “Ame os outros como você ama a você mesmo.” Não existe outro mandamento mais importante do que esses dois.
32 De Schriftgeleerde zei: “Dat is juist, Leraar. Er is inderdaad maar één God; een ander is er niet.
32 Então o mestre da Lei disse a Jesus: — Muito bem, Mestre! O senhor disse a verdade. Ele é o único Deus, e não existe outro além dele.
33 Hem liefhebben met heel je hart, heel je verstand en al je kracht en je naaste liefhebben zoals je jezelf liefhebt is belangrijker dan alle soorten offers.”
33 Devemos amar a Deus com todo o nosso coração, com toda a nossa mente e com todas as nossas forças e também devemos amar os outros como amamos a nós mesmos. Pois é melhor obedecer a estes dois mandamentos do que trazer animais para serem queimados no altar e oferecer outros sacrifícios a Deus.
34 Toen Jezus zag dat de Schriftgeleerde een verstandig antwoord had gegeven, zei Hij tegen hem: “U bevindt zich niet ver van Gods koninkrijk.” Nu durfde niemand nog vragen aan Hem te stellen.
34 Jesus viu que o mestre da Lei tinha respondido com sabedoria e disse: Depois disso ninguém tinha coragem de fazer mais perguntas a Jesus.
35 Tijdens het onderwijzen op het tempelterrein vroeg Jezus: “Waarom zeggen de Schriftgeleerden dat de Messias de zoon van David is?
35 Quando Jesus estava ensinando no pátio do Templo, perguntou:
36 David verklaarde toch zelf, aangestuurd door de Heilige Geest:
36 Pois Davi, inspirado pelo Espírito Santo, escreveu:
37 David zelf noemt Hem zijn Heer. Hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?” Het grote publiek luisterde graag naar Hem.
37 O próprio Davi chama o Messias de Senhor. Portanto, como é que o Messias pode ser descendente de Davi? Uma grande multidão escutava com prazer o que Jesus ensinava.
38 Tijdens het onderwijzen zei Jezus ook: “Pas op voor de Schriftgeleerden. Zij houden ervan, in prachtige gewaden rond te wandelen, met respect te worden begroet op het marktplein,
38 Ele dizia ao povo:
39 en de beste plaatsen in te nemen in de synagogen en bij feestmalen.
39 preferem os lugares de honra nas
40 Maar ze slokken de huizen van weduwen op en bidden lange gebeden voor de schijn. Ze zullen extra zwaar worden gestraft.”
40 Exploram as viúvas e roubam os seus bens; e, para disfarçarem, fazem orações compridas. Portanto, o castigo que eles vão sofrer será pior ainda!
41 Jezus ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in staken. Veel rijke mensen gaven grote bedragen,
41 Jesus estava no pátio do Templo, sentado perto da caixa das ofertas, olhando com atenção as pessoas que punham dinheiro ali. Muitos ricos davam muito dinheiro.
42 maar een arme weduwe stak er twee kopermuntjes in ter waarde van een kwadrans.
42 Então chegou uma viúva pobre e pôs na caixa duas moedinhas de pouco valor.
43 Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: “Ik verzeker jullie dat deze arme weduwe meer in de offerkist heeft gestoken dan alle anderen.
43 Aí Jesus chamou os discípulos e disse:
44 Want zij gaven allen iets vanuit hun overvloed, maar deze vrouw gaf vanuit haar armoede alles wat ze had, haar hele levensonderhoud.”
44 Porque os outros deram do que estava sobrando. Porém ela, que é tão pobre, deu tudo o que tinha para viver.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Marcos 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.