Lucas 5

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Op een dag, toen Jezus bij het Meer van Gennesaret stond en de menigte zich rondom Hem verdrong om naar de boodschap van God te luisteren,
1 Aconteceu que, ao apertá-lo a multidão para ouvir a palavra de Deus, estava ele junto ao lago de Genesaré;
2 zag Hij twee boten bij de oever liggen. De vissers waren uitgestapt om de netten te spoelen.
2 e viu dois barcos junto à praia do lago; mas os pescadores, havendo desembarcado, lavavam as redes.
3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje het meer op te varen. Hij ging zitten en onderwees de menigte vanuit de boot.
3 Entrando em um dos barcos, que era o de Simão, pediu-lhe que o afastasse um pouco da praia; e, assentando-se, ensinava do barco as multidões.
4 Toen Hij was uitgesproken, zei Hij tegen Simon: “Vaar naar het diepe water en laat jullie netten zakken om iets te vangen.”
4 Quando acabou de falar, disse a Simão: Faze-te ao largo, e lançai as vossas redes para pescar.
5 Simon antwoordde: “Heer, we hebben de hele nacht gezwoegd en niets gevangen. Maar omdat U het zegt, zal ik de netten laten zakken.”
5 Respondeu-lhe Simão: Mestre, havendo trabalhado toda a noite, nada apanhamos, mas sob a tua palavra lançarei as redes.
6 Toen ze dat hadden gedaan, vingen ze zo'n grote hoeveelheid vis, dat de netten begonnen te scheuren.
6 Isto fazendo, apanharam grande quantidade de peixes; e rompiam-se-lhes as redes.
7 Ze wuifden naar de vissers in de andere boot, om duidelijk te maken dat die hen moesten komen helpen. Dat deden ze, en beide boten raakten zo vol dat ze begonnen te zinken.
7 Então, fizeram sinais aos companheiros do outro barco, para que fossem ajudá-los. E foram e encheram ambos os barcos, a ponto de quase irem a pique.
8 Toen Simon Petrus dat zag, viel hij voor Jezus op zijn knieën en zei hij: “Ga bij mij weg, Heer, want ik ben een zondig mens.”
8 Vendo isto, Simão Pedro prostrou-se aos pés de Jesus, dizendo: Senhor, retira-te de mim, porque sou pecador.
9 Petrus en iedereen die bij hem was, waren namelijk verbijsterd over de hoeveelheid vis die ze hadden gevangen.
9 Pois, à vista da pesca que fizeram, a admiração se apoderou dele e de todos os seus companheiros,
10 Hetzelfde gold voor Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs die met Simon samenwerkten. Toen zei Jezus tegen Simon: “Wees niet bang. Vanaf nu zal je mensen vangen.”
10 bem como de Tiago e João, filhos de Zebedeu, que eram seus sócios. Disse Jesus a Simão: Não temas; doravante serás pescador de homens.
11 Ze brachten de boten aan land, lieten alles achter en volgden Jezus.
11 E, arrastando eles os barcos sobre a praia, deixando tudo, o seguiram.
12 Op een dag, toen Jezus in een van de steden was, was er een man die volledig bedekt was met een huidziekte die hem onrein maakte. Toen hij Jezus zag, liet hij zich voor Hem neervallen en smeekte hij Hem: “Heer, als U wil, kan U mij rein maken.”
12 Aconteceu que, estando ele numa das cidades, veio à sua presença um homem coberto de lepra; ao ver a Jesus, prostrando-se com o rosto em terra, suplicou-lhe: Senhor, se quiseres, podes purificar-me.
13 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: “Ik wil het, word rein.” Meteen verdween de huidziekte.
13 E ele, estendendo a mão, tocou-lhe, dizendo: Quero, fica limpo! E, no mesmo instante, lhe desapareceu a lepra.
14 Jezus droeg hem op: “Vertel het aan niemand, maar ga je aan de priester tonen en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft opgelegd, bij wijze van getuigenis voor de mensen.”
14 Ordenou-lhe Jesus que a ninguém o dissesse, mas vai, disse, mostra-te ao sacerdote e oferece, pela tua purificação, o sacrifício que Moisés determinou, para servir de testemunho ao povo.
15 Het nieuws over Jezus verspreidde zich echter nog meer en de mensen kwamen in drommen naar Hem toe om te luisteren en zich van hun aandoeningen te laten genezen.
15 Porém o que se dizia a seu respeito cada vez mais se divulgava, e grandes multidões afluíam para o ouvirem e serem curadas de suas enfermidades.
16 Hij trok zich echter dikwijls naar eenzame plaatsen terug om te bidden.
16 Ele, porém, se retirava para lugares solitários e orava.
17 Op een dag was Jezus aan het onderwijzen in het bijzijn van farizeeën en Wetgeleerden, die uit alle dorpen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer om mensen te genezen rustte op Jezus
17 Ora, aconteceu que, num daqueles dias, estava ele ensinando, e achavam-se ali assentados fariseus e mestres da Lei, vindos de todas as aldeias da Galileia, da Judeia e de Jerusalém. E o poder do Senhor estava com ele para curar.
18 en er kwamen mannen met een verlamde op een draagbed. Ze probeerden hem naar binnen te brengen en voor Jezus neer te leggen.
18 Vieram, então, uns homens trazendo em um leito um paralítico; e procuravam introduzi-lo e pô-lo diante de Jesus.
19 Maar er waren zoveel mensen, dat ze geen manier vonden om hem naar binnen te brengen. Daarom gingen ze het dak op en lieten ze hem op zijn draagberrie door een opening in het tegeldak naar beneden zakken, tot vlak voor Jezus en tussen de mensen in.
19 E, não achando por onde introduzi-lo por causa da multidão, subindo ao eirado, o desceram no leito, por entre os ladrilhos, para o meio, diante de Jesus.
20 Jezus zag hun geloof en zei: “Vriend, je zonden zijn je vergeven.”
20 Vendo-lhes a fé, Jesus disse ao paralítico: Homem, estão perdoados os teus pecados.
21 De farizeeën en Schriftgeleerden begonnen zich af te vragen: “Wie is dit, dat Hij zo godslasterlijk spreekt? De enige die zonden kan vergeven is God!”
21 E os escribas e fariseus arrazoavam, dizendo: Quem é este que diz blasfêmias? Quem pode perdoar pecados, senão Deus?
22 Jezus wist wat ze dachten en vroeg hun: “Waarom denken jullie deze dingen?
22 Jesus, porém, conhecendo-lhes os pensamentos, disse-lhes: Que arrazoais em vosso coração?
23 Wat is gemakkelijker, zeggen: je zonden zijn vergeven, of zeggen: sta op en wandel?
23 Qual é mais fácil, dizer: Estão perdoados os teus pecados ou: Levanta-te e anda?
24 Maar, opdat jullie beseffen dat de Mensenzoon het gezag heeft om op aarde zonden te vergeven …” Toen zei Hij tegen de verlamde man: “Tegen jou zeg Ik: sta op, neem je draagberrie op en ga naar huis!”
24 Mas, para que saibais que o Filho do Homem tem sobre a terra autoridade para perdoar pecados — disse ao paralítico: Eu te ordeno: Levanta-te, toma o teu leito e vai para casa.
25 Op hetzelfde moment stond de man voor hun ogen op. Hij nam zijn bed op en vertrok naar huis terwijl hij God verheerlijkte.
25 Imediatamente, se levantou diante deles e, tomando o leito em que permanecera deitado, voltou para casa, glorificando a Deus.
26 Ze waren allemaal buiten zichzelf van verbazing en verheerlijkten God. Ze werden vervuld van ontzag en zeiden: “Vandaag hebben we wonderlijke dingen gezien!”
26 Todos ficaram atônitos, davam glória a Deus e, possuídos de temor, diziam: Hoje, vimos prodígios.
27 Daarna ging Jezus de stad uit en zag Hij een belastinginner die Levi heette bij het tolhuis zitten. Jezus zei tegen hem: “Volg Mij.”
27 Passadas estas coisas, saindo, viu um publicano, chamado Levi, assentado na coletoria, e disse-lhe: Segue-me!
28 Levi stond op, liet alles achter en volgde Hem.
28 Ele se levantou e, deixando tudo, o seguiu.
29 Levi hield in zijn huis een groot feestmaal voor Jezus. Er nam ook een grote groep belastinginners en anderen aan de maaltijd deel.
29 Então, lhe ofereceu Levi um grande banquete em sua casa; e numerosos publicanos e outros estavam com eles à mesa.
30 De farizeeën en hun Schriftgeleerden mopperden tegen Jezus' leerlingen: “Waarom eten en drinken jullie met belastinginners en zondaars?”
30 Os fariseus e seus escribas murmuravam contra os discípulos de Jesus, perguntando: Por que comeis e bebeis com os publicanos e pecadores?
31 Jezus antwoordde: “Het zijn niet de gezonde mensen die een dokter nodig hebben, maar de zieken.
31 Respondeu-lhes Jesus: Os sãos não precisam de médico, e sim os doentes.
32 Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen op te roepen om tot inkeer te komen, maar zondaars.”
32 Não vim chamar justos, e sim pecadores, ao arrependimento.
33 Er werd tegen Jezus gezegd: “De leerlingen van Johannes vasten en bidden dikwijls, en ook de leerlingen van de farizeeën, maar die van U eten en drinken er maar op los.”
33 Disseram-lhe eles: Os discípulos de João e bem assim os dos fariseus frequentemente jejuam e fazem orações; os teus, entretanto, comem e bebem.
34 Jezus antwoordde: “Je kan de gasten van de bruidegom toch niet laten vasten terwijl de bruidegom bij hen is?
34 Jesus, porém, lhes disse: Podeis fazer jejuar os convidados para o casamento, enquanto está com eles o noivo?
35 Er komt echter een tijd dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald en dan zullen ze vasten.”
35 Dias virão, contudo, em que lhes será tirado o noivo; naqueles dias, sim, jejuarão.
36 Ook vertelde Hij hun een parabel: “Niemand scheurt een stuk van een nieuwe mantel af om het op een oude mantel te naaien, want dan is de nieuwe mantel beschadigd en zit op de oude mantel een stuk stof dat er niet bij past.
36 Também lhes disse uma parábola: Ninguém tira um pedaço de veste nova e o põe em veste velha; pois rasgará a nova, e o remendo da nova não se ajustará à velha.
37 Ook giet niemand nieuwe wijn in oude wijnzakken, want dan doet de nieuwe wijn de wijnzakken barsten, stroomt de wijn weg en zijn de wijnzakken kapot.
37 E ninguém põe vinho novo em odres velhos, pois o vinho novo romperá os odres; entornar-se-á o vinho, e os odres se estragarão.
38 Nee, nieuwe wijn moet in nieuwe wijnzakken worden gegoten.
38 Pelo contrário, vinho novo deve ser posto em odres novos [e ambos se conservam].
39 En niemand die oude wijn heeft gedronken, wil de nieuwe, want hij zal zeggen dat de oude beter is.”
39 E ninguém, tendo bebido o vinho velho, prefere o novo; porque diz: O velho é excelente.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.