Lucas 21

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen Jezus opkeek, zag Hij dat rijke mensen hun giften in de offerkist staken.
1 Estando Jesus a observar, viu os ricos lançarem suas ofertas no gazofilácio.
2 Ook zag Hij dat een arme weduwe er twee kopermuntjes in stak.
2 Viu também certa viúva pobre lançar ali duas pequenas moedas;
3 Hij zei: “Ik verzeker jullie dat deze arme weduwe meer heeft gegeven dan alle anderen,
3 e disse: Verdadeiramente, vos digo que esta viúva pobre deu mais do que todos.
4 want zij allen hebben hun gift gegeven vanuit hun overvloed, maar deze vrouw gaf vanuit haar armoede alles wat ze had om van te leven.”
4 Porque todos estes deram como oferta daquilo que lhes sobrava; esta, porém, da sua pobreza deu tudo o que possuía, todo o seu sustento.
5 Toen sommigen zeiden dat het tempelterrein met mooie stenen en aan God gewijde geschenken was versierd, zei Jezus:
5 Falavam alguns a respeito do templo, como estava ornado de belas pedras e de dádivas;
6 “Er komt een tijd dat alles wat jullie hier zien verwoest zal worden; geen steen zal op de andere worden gelaten.”
6 então, disse Jesus: Vedes estas coisas? Dias virão em que não ficará pedra sobre pedra que não seja derribada.
7 Men vroeg Hem: “Leraar, wanneer zal dat zijn en wat zal het teken zijn dat het op het punt staat te gebeuren?”
7 Perguntaram-lhe: Mestre, quando sucederá isto? E que sinal haverá de quando estas coisas estiverem para se cumprir?
8 Jezus zei: “Pas op, laat je niet misleiden, want er zullen veel mensen komen die zich mijn naam toe-eigenen, zich voor Mij uitgeven en zeggen: ‘Het is bijna zover.’ Loop niet achter hen aan.
8 Respondeu ele: Vede que não sejais enganados; porque muitos virão em meu nome, dizendo: Sou eu! E também: Chegou a hora! Não os sigais.
9 Wanneer jullie horen van oorlogen en onlusten, wees dan niet angstig; die dingen moeten eerst gebeuren, maar het einde is dan nog niet meteen aangebroken.”
9 Quando ouvirdes falar de guerras e revoluções, não vos assusteis; pois é necessário que primeiro aconteçam estas coisas, mas o fim não será logo.
10 Jezus vervolgde: “Volken en koninkrijken zullen tegen elkaar oorlog voeren,
10 Então, lhes disse: Levantar-se-á nação contra nação, e reino, contra reino;
11 er zullen zware aardbevingen zijn, hongersnoden en epidemieën op allerlei plaatsen, en schrikwekkende en grote tekenen in de lucht.
11 haverá grandes terremotos, epidemias e fome em vários lugares, coisas espantosas e também grandes sinais do céu.
12 Maar vooraleer dat alles gebeurt, zal men jullie oppakken en vervolgen; men zal jullie aan de synagogen uitleveren en gevangenzetten en jullie voor koningen en heersers leiden omwille van mijn naam.
12 Antes, porém, de todas estas coisas, lançarão mão de vós e vos perseguirão, entregando-vos às sinagogas e aos cárceres, levando-vos à presença de reis e governadores, por causa do meu nome;
13 Voor jullie is dat een kans om van Mij te getuigen.
13 e isto vos acontecerá para que deis testemunho.
14 Neem je daarom voor om geen verdedigingstoespraak voor te bereiden.
14 Assentai, pois, em vosso coração de não vos preocupardes com o que haveis de responder;
15 Ik zal je namelijk wijze woorden ingeven, die door geen van jullie tegenstanders zal kunnen worden betwist of weerlegd.
15 porque eu vos darei boca e sabedoria a que não poderão resistir, nem contradizer todos quantos se vos opuserem.
16 Jullie zullen zelfs door je ouders, broers, zussen, familie en vrienden worden verraden en sommigen van jullie zullen door hun toedoen worden gedood.
16 E sereis entregues até por vossos pais, irmãos, parentes e amigos; e matarão alguns dentre vós.
17 Iedereen zal jullie haten omwille van mijn naam.
17 De todos sereis odiados por causa do meu nome.
18 Toch zal er geen haar op je hoofd verloren gaan.
18 Contudo, não se perderá um só fio de cabelo da vossa cabeça.
19 Houd stand; dan zullen jullie het ware leven ontvangen.
19 É na vossa perseverança que ganhareis a vossa alma.
20 Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legers wordt omsingeld, moeten jullie beseffen dat de stad binnenkort zal worden verwoest.
20 Quando, porém, virdes Jerusalém sitiada de exércitos, sabei que está próxima a sua devastação.
21 Dan moeten de mensen in Judea de bergen invluchten; zij die in de stad zijn, moeten vertrekken en zij die op het land zijn moeten de stad niet binnengaan.
21 Então, os que estiverem na Judeia, fujam para os montes; os que se encontrarem dentro da cidade, retirem-se; e os que estiverem nos campos, não entrem nela.
22 Want dat is de periode van vergelding, wanneer alles wat in de Schriften staat, in vervulling gaat.
22 Porque estes dias são de vingança, para se cumprir tudo o que está escrito.
23 Het zal verschrikkelijk zijn voor vrouwen die in die periode zwanger zijn of borstvoeding geven, want het land zal zwaar lijden en het volk zal worden gestraft.
23 Ai das que estiverem grávidas e das que amamentarem naqueles dias! Porque haverá grande aflição na terra e ira contra este povo.
24 De mensen zullen met het zwaard worden omgebracht of naar het buitenland worden weggevoerd. Jeruzalem zal door de andere volken worden vertrappeld totdat de tijd van de niet-Joden voorbij is.
24 Cairão a fio de espada e serão levados cativos para todas as nações; e, até que os tempos dos gentios se completem, Jerusalém será pisada por eles.
25 Dan zullen er wonderlijke tekenen zijn aan de zon, maan en sterren, en op aarde zullen de volken ontdaan van angst zijn door het bulderen en golven van de zee.
25 Haverá sinais no sol, na lua e nas estrelas; sobre a terra, angústia entre as nações em perplexidade por causa do bramido do mar e das ondas;
26 Mensen zullen flauwvallen van angst en bezorgdheid over wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemellichamen zullen uit koers raken.
26 haverá homens que desmaiarão de terror e pela expectativa das coisas que sobrevirão ao mundo; pois os poderes dos céus serão abalados.
27 En dan zal men de Mensenzoon zien komen, op een wolk en met macht en grote hemelse pracht.
27 Então, se verá o Filho do Homem vindo numa nuvem, com poder e grande glória.
28 Wanneer deze dingen beginnen te gebeuren, ga dan op de uitkijk staan, want jullie staan op het punt te worden verlost.”
28 Ora, ao começarem estas coisas a suceder, exultai e erguei a vossa cabeça; porque a vossa redenção se aproxima.
29 Hij vertelde hun een parabel: “Kijk eens naar de vijgenboom en naar alle andere bomen.
29 Ainda lhes propôs uma parábola, dizendo: Vede a figueira e todas as árvores.
30 Zodra ze uitlopen, zien jullie dat en weten jullie dat het bijna zomer is.
30 Quando começam a brotar, vendo-o, sabeis, por vós mesmos, que o verão está próximo.
31 Op dezelfde manier kunnen jullie, wanneer je deze dingen ziet gebeuren, weten dat Gods koninkrijk dichtbij is.
31 Assim também, quando virdes acontecerem estas coisas, sabei que está próximo o reino de Deus.
32 Ik verzeker jullie, dit volk zal niet vergaan voordat dit alles gebeurt.
32 Em verdade vos digo que não passará esta geração, sem que tudo isto aconteça.
33 De hemel en de aarde zullen vergaan, maar mijn woorden zullen nooit vergaan.
33 Passará o céu e a terra, porém as minhas palavras não passarão.
34 Pas op, laat je niet in beslag nemen door amusement, dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, want die dag zal jullie plots overvallen,
34 Acautelai-vos por vós mesmos, para que nunca vos suceda que o vosso coração fique sobrecarregado com as consequências da orgia, da embriaguez e das preocupações deste mundo, e para que aquele dia não venha sobre vós repentinamente, como um laço.
35 zoals een val die dichtklapt. Die dag komt namelijk voor iedereen die op aarde leeft.
35 Pois há de sobrevir a todos os que vivem sobre a face de toda a terra.
36 Wees dus waakzaam en bid voortdurend dat jullie in staat zullen zijn, te ontkomen aan al deze dingen die op het punt staan te gebeuren, en dat jullie voor de Mensenzoon zullen mogen verschijnen.”
36 Vigiai, pois, a todo tempo, orando, para que possais escapar de todas estas coisas que têm de suceder e estar em pé na presença do Filho do Homem.
37 Overdag gaf Jezus steeds onderwijs op het tempelterrein, maar 's avonds ging Hij de stad uit om de nacht door te brengen op de berg die Olijfberg heet.
37 Jesus ensinava todos os dias no templo, mas à noite, saindo, ia pousar no monte chamado das Oliveiras.
38 En 's ochtends vroeg kwam al het volk naar het tempelterrein om naar Hem te luisteren.
38 E todo o povo madrugava para ir ter com ele no templo, a fim de ouvi-lo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 21, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.