Lucas 17

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Het is onvermijdelijk dat er struikelblokken komen, maar wee degene door wie ze komen.
1 Disse Jesus a seus discípulos: É inevitável que venham escândalos, mas ai do homem pelo qual eles vêm!
2 Hij zou beter af zijn als men een molensteen om zijn nek zou hangen en hem in zee zou gooien dan dat hij een van deze eenvoudige mensen tot zonde aanzet.
2 Melhor fora que se lhe pendurasse ao pescoço uma pedra de moinho, e fosse atirado no mar, do que fazer tropeçar a um destes pequeninos.
3 Let dus goed op. Als je naaste jou onrecht aandoet, wijs hem dan terecht. En als hij tot inkeer komt, vergeef hem dan.
3 Acautelai-vos. Se teu irmão pecar contra ti, repreende-o; se ele se arrepender, perdoa-lhe.
4 Al doet hij je zevenmaal per dag onrecht aan en komt hij zevenmaal bij je terug om te zeggen: ‘Het spijt me’, je moet hem steeds opnieuw vergeven.”
4 Se, por sete vezes no dia, pecar contra ti e, sete vezes, vier ter contigo, dizendo: Estou arrependido, perdoa-lhe.
5 De apostelen vroegen aan de Heer: “Geef ons meer geloof.”
5 Então, disseram os apóstolos ao Senhor: Aumenta-nos a fé.
6 De Heer zei: “Als jullie geloof zouden hebben ter grootte van een mosterdzaadje, dan zouden jullie tegen deze moerbeiboom zeggen: Maak je uit de grond los en ga in de zee staan, en hij zou je direct gehoorzamen.
6 Respondeu-lhes o Senhor: Se tiverdes fé como um grão de mostarda, direis a esta amoreira: Arranca-te e transplanta-te no mar; e ela vos obedecerá.
7 Wie van jullie een knecht heeft die voor hem ploegt of zijn schapen hoedt, zal tegen hem zeggen wanneer hij terugkomt van het veld: Kom snel binnen en ga aan tafel zitten?
7 Qual de vós, tendo um servo ocupado na lavoura ou em guardar o gado, lhe dirá quando ele voltar do campo: Vem já e põe-te à mesa?
8 Welnee, hij zal tegen hem zeggen: Maak wat eten klaar en bereid je voor om mij te bedienen terwijl ik eet en drink; daarna mag jij eten en drinken.
8 E que, antes, não lhe diga: Prepara-me a ceia, cinge-te e serve-me, enquanto eu como e bebo; depois, comerás tu e beberás?
9 Hij bedankt de knecht toch niet omdat die doet wat hem is opgedragen?
9 Porventura, terá de agradecer ao servo porque este fez o que lhe havia ordenado?
10 Zo is het ook met jullie; wanneer jullie alles doen wat jullie is opgedragen, moeten jullie zeggen: ‘Wij zijn slechts knechten, we hebben gedaan wat we moesten doen.’”
10 Assim também vós, depois de haverdes feito quanto vos foi ordenado, dizei: Somos servos inúteis, porque fizemos apenas o que devíamos fazer.
11 Tijdens zijn reis naar Jeruzalem kwam Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea.
11 De caminho para Jerusalém, passava Jesus pelo meio de Samaria e da Galileia.
12 Toen Hij een dorp binnenging, kwamen er tien mannen naar Hem toe met een huidziekte die hen onrein maakte. Ze bleven op enige afstand staan
12 Ao entrar numa aldeia, saíram-lhe ao encontro dez leprosos,
13 en riepen: “Heer Jezus, heb medelijden met ons!”
13 que ficaram de longe e lhe gritaram, dizendo: Jesus, Mestre, compadece-te de nós!
14 Toen Jezus hen zag, zei Hij: “Ga je aan de priesters tonen.” Terwijl ze nog onderweg waren, werden ze rein.
14 Ao vê-los, disse-lhes Jesus: Ide e mostrai-vos aos sacerdotes. Aconteceu que, indo eles, foram purificados.
15 Eén van hen keerde terug toen hij zag dat hij genezen was, en hij verheerlijkte God luidkeels.
15 Um dos dez, vendo que fora curado, voltou, dando glória a Deus em alta voz,
16 Hij liet zich aan Jezus' voeten neervallen om Hem te danken. Deze man was een Samaritaan.
16 e prostrou-se com o rosto em terra aos pés de Jesus, agradecendo-lhe; e este era samaritano.
17 Jezus reageerde: “Er zijn toch tien mensen rein gemaakt? Waar zijn de overige negen?
17 Então, Jesus lhe perguntou: Não eram dez os que foram curados? Onde estão os nove?
18 Is er niemand anders teruggekomen om God de eer te geven dan deze vreemdeling?”
18 Não houve, porventura, quem voltasse para dar glória a Deus, senão este estrangeiro?
19 En tegen de man zei Hij: “Sta op, je mag vertrekken; je geloof heeft je genezen.”
19 E disse-lhe: Levanta-te e vai; a tua fé te salvou.
20 Toen de farizeeën aan Jezus vroegen wanneer Gods koninkrijk zou komen, antwoordde Hij: “De komst van Gods koninkrijk zal niet gepaard gaan met allerlei zichtbare tekenen.
20 Interrogado pelos fariseus sobre quando viria o reino de Deus, Jesus lhes respondeu: Não vem o reino de Deus com visível aparência.
21 Er zal niet gezegd worden: ‘kijk hier’ of ‘kijk daar’, want Gods koninkrijk is in jullie midden.”
21 Nem dirão: Ei-lo aqui! Ou: Lá está! Porque o reino de Deus está dentro de vós.
22 Tegen zijn leerlingen zei Jezus: “Er zal een tijd komen dat jullie ernaar verlangen een glimp op te vangen van de tijd van de Mensenzoon, maar die niet zullen zien.
22 A seguir, dirigiu-se aos discípulos: Virá o tempo em que desejareis ver um dos dias do Filho do Homem e não o vereis.
23 Er zal tegen jullie worden gezegd: ‘kijk daar’, of ‘kijk hier’. Ga er niet op af, ren er niet heen,
23 E vos dirão: Ei-lo aqui! Ou: Lá está! Não vades nem os sigais;
24 want zoals de bliksem van de ene naar de andere kant van de lucht flitst, zo zal het zijn met de Mensenzoon wanneer Hij komt.
24 porque assim como o relâmpago, fuzilando, brilha de uma à outra extremidade do céu, assim será, no seu dia, o Filho do Homem.
25 Eerst moet Hij echter veel lijden doorstaan en door dit volk worden verworpen.
25 Mas importa que primeiro ele padeça muitas coisas e seja rejeitado por esta geração.
26 In de tijd van de Mensenzoon zal het zijn als in de tijd van Noach:
26 Assim como foi nos dias de Noé, será também nos dias do Filho do Homem:
27 De mensen gingen door met eten, drinken en trouwen tot de dag dat Noach de ark binnenging en de zondvloed kwam, waardoor ze allen omkwamen.
27 comiam, bebiam, casavam e davam-se em casamento, até ao dia em que Noé entrou na arca, e veio o dilúvio e destruiu a todos.
28 Het zal zijn als in de tijd van Lot: de mensen aten en dronken, kochten en verkochten, plantten en bouwden,
28 O mesmo aconteceu nos dias de Ló: comiam, bebiam, compravam, vendiam, plantavam e edificavam;
29 maar op de dag dat Lot Sodom verliet, regende het vuur en zwavel uit de hemel, waardoor ze allen omkwamen.
29 mas, no dia em que Ló saiu de Sodoma, choveu do céu fogo e enxofre e destruiu a todos.
30 Zo zal het ook zijn op de dag dat de Mensenzoon verschijnt.
30 Assim será no dia em que o Filho do Homem se manifestar.
31 Wie zich op die dag op het dakterras bevindt en bezittingen in huis heeft liggen, moet niet naar beneden gaan om ze op te halen. En wie op het land bezig is, moet niet naar huis terugkeren.
31 Naquele dia, quem estiver no eirado e tiver os seus bens em casa não desça para tirá-los; e de igual modo quem estiver no campo não volte para trás.
32 Denk maar aan de vrouw van Lot.
32 Lembrai-vos da mulher de Ló.
33 Wie zijn leven probeert te behouden, zal het verliezen en wie het loslaat, zal het behouden.
33 Quem quiser preservar a sua vida perdê-la-á; e quem a perder de fato a salvará.
34 Ik zeg jullie: die nacht zullen twee mannen in een bed slapen, van wie de ene wordt weggenomen en de andere achtergelaten.
34 Digo-vos que, naquela noite, dois estarão numa cama; um será tomado, e deixado o outro;
35 Van twee vrouwen die dan tezamen aan het malen zijn, wordt de ene weggenomen en de andere achtergelaten.”
35 duas mulheres estarão juntas moendo; uma será tomada, e deixada a outra.
36 — ausente —
36 [Dois estarão no campo; um será tomado, e o outro, deixado.]
37 Men vroeg Jezus: “Waar, Heer?”, en Hij zei tegen hen: “Waar het lijk ligt, daar verzamelen zich de gieren.”
37 Então, lhe perguntaram: Onde será isso, Senhor? Respondeu-lhes: Onde estiver o corpo, aí se ajuntarão também os abutres.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 17, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.