Lucas 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Intussen waren er zoveel mensen toegestroomd, dat ze elkaar verdrongen. Jezus begon te spreken, in de eerste plaats tot zijn leerlingen: “Wees op je hoede voor de desem – dat wil zeggen: de hypocrisie – van de farizeeën.
1 Milhares de pessoas se ajuntaram, de tal maneira que umas pisavam as outras. Então Jesus disse primeiro aos discípulos:
2 Er is niets verborgen dat niet zal worden onthuld en er is niets geheim dat niet zal worden bekendgemaakt.
2 Tudo o que está coberto vai ser descoberto, e o que está escondido será conhecido.
3 Wat jullie in het donker hebben gezegd, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie in de binnenkamer hebben gefluisterd, zal van de daken worden verkondigd.
3 Assim tudo o que vocês disserem na escuridão será ouvido na luz do dia. E tudo o que disserem em segredo, dentro de um quarto fechado, será anunciado abertamente.
4 Mijn vrienden, Ik zeg jullie: wees niet bang voor wie wel het lichaam doden maar verder niets kunnen doen.
4 Jesus continuou:
5 Ik zal jullie vertellen voor wie jullie wel bang moeten zijn: wees bang voor Degene die de macht heeft om je in de hel te gooien nadat je lichaam is gedood. Jazeker, Ik zeg jullie: voor Hem moeten jullie bang zijn.
5 Vou mostrar a vocês de quem devem ter medo: tenham medo de Deus, que, depois de matar o corpo, tem poder para jogar a pessoa no inferno. Sim, repito: tenham medo de Deus.
6 Worden mussen niet per vijf verkocht voor twee kopermuntjes? Toch is er niet één die niet door God wordt opgemerkt.
6 — Por acaso não é verdade que cinco passarinhos são vendidos por algumas moedinhas? No entanto Deus não esquece nenhum deles.
7 En alle haren op je hoofd zijn geteld. Wees dus niet bang; jullie zijn veel meer waard dan mussen.
7 Até os fios dos cabelos de vocês estão todos contados. Não tenham medo, pois vocês valem mais do que muitos passarinhos!
8 Ik zeg jullie: ieder die Mij erkent bij de mensen, zal door de Mensenzoon worden erkend bij Gods engelen.
8 Jesus disse ainda:
9 Maar wie Mij verloochent bij de mensen, zal worden verloochend bij Gods engelen.
9 Mas aquele que disser publicamente que não é meu, o Filho do Homem também dirá diante dos anjos de Deus que essa pessoa não é dele.
10 Ieder die iets lelijks zegt over de Mensenzoon, kan worden vergeven, maar wie de Heilige Geest belastert, zal niet worden vergeven.
10 — Quem falar contra o Filho do Homem será perdoado, porém quem
11 Wanneer jullie voor de synagogen, heersers en gezaghebbers worden gesleept, maak je dan niet bezorgd over hoe je jezelf moet verdedigen of wat je moet zeggen,
11 — Quando levarem vocês para serem julgados nas
12 want de Heilige Geest zal je op dat moment leren wat je moet zeggen.”
12 Pois naquela hora o Espírito Santo lhes ensinará o que devem dizer.
13 Iemand in de menigte zei tegen Jezus: “Leraar, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.”
13 Um homem que estava no meio da multidão disse a Jesus: — Mestre, mande o meu irmão repartir comigo a herança que o nosso pai nos deixou.
14 Maar Jezus antwoordde: “Wie heeft Mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?”
14 Jesus disse:
15 Toen zei Jezus tegen hen: “Pas op; wees op je hoede voor iedere vorm van hebzucht, want zelfs als iemand veel bezittingen heeft, is hij niet meester van zijn leven.”
15 E continuou, dizendo a todos:
16 Jezus vertelde hun een parabel: “Er was eens een rijk man, met land dat een grote oogst had opgeleverd.
16 Então Jesus contou a seguinte parábola :
17 Hij begon zich af te vragen: Wat zal ik doen? Ik heb geen plaats om mijn oogst op te slaan.
17 Então ele começou a pensar: “Eu não tenho lugar para guardar toda esta colheita. O que é que vou fazer?
18 Toen zei hij: ‘Ik zal het volgende doen: ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen. Daarin zal ik al mijn graan en mijn voorraden bewaren.
18 Ah! Já sei! — disse para si mesmo. — Vou derrubar os meus depósitos de cereais e construir outros maiores ainda. Neles guardarei todas as minhas colheitas junto com tudo o que tenho.
19 Dan zal ik tegen mezelf zeggen: Jongen, je hebt veel voorraden opgeslagen waar je vele jaren van kan leven. Ontspan je: eet, drink en geniet.’
19 Então direi a mim mesmo: ‘Homem feliz! Você tem tudo de bom que precisa para muitos anos. Agora descanse, coma, beba e alegre-se.’ ”
20 Maar God zei tegen hem: ‘Jij dwaas, vannacht zal Ik je leven van je opeisen; wie krijgt dan wat je voor jezelf hebt opgespaard?’
20 Mas Deus lhe disse: “Seu tolo! Esta noite você vai morrer; aí quem ficará com tudo o que você guardou?”
21 Zo zal het de persoon vergaan die rijkdom voor zichzelf vergaart maar in Gods ogen niet rijk is.”
21 Jesus concluiu:
22 Jezus zei tegen zijn leerlingen: “Daarom zeg Ik jullie: wees niet ongerust over je leven, over wat je zal eten of drinken, of over je lichaam, over hoe je je zal kleden.
22 Então Jesus disse aos seus discípulos:
23 Het leven is immers meer dan eten en het lichaam is meer dan kledij.
23 Pois a vida é mais importante do que a comida, e o corpo é mais importante do que as roupas.
24 Kijk naar de raven: zij zaaien of oogsten niet en ze hebben geen opslagruimte of schuur, maar toch geeft God hun te eten. Jullie zijn toch meer waard dan de vogels?
24 Vejam os corvos: não semeiam, não colhem, não têm despensas nem depósitos, mas Deus dá de comer a eles. Será que vocês não valem muito mais do que os pássaros?
25 Wie van jullie kan door ongerust te zijn een uur aan zijn leven toevoegen?
25 Qual de vocês pode encompridar a sua vida, por mais que se preocupe com isso?
26 Als jullie zelfs zoiets kleins niet kunnen, waarom zouden jullie dan bezorgd zijn over het overige?
26 Portanto, se vocês não podem conseguir uma coisa assim tão pequena, por que se preocupam com as outras?
27 Kijk hoe de wilde bloemen groeien: ze spinnen en weven niet en toch, zeg Ik jullie, was zelfs Salomo in al zijn pracht niet zo mooi gekleed als zij.
27 Vejam como crescem as flores do campo: elas não trabalham, nem fazem roupas para si mesmas. Mas eu afirmo a vocês que nem mesmo Salomão, sendo tão rico, usava roupas tão bonitas como uma dessas flores.
28 Als God het gras dat vandaag op het veld staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo mooi kleedt, zal Hij jullie, kleingelovigen, dan niet nog beter kleden?
28 É Deus quem veste a erva do campo, que hoje está aqui e amanhã desaparece, queimada no forno. Então é claro que ele vestirá também vocês, que têm uma fé tão pequena!
29 Vraag je niet voortdurend af wat je zal eten en drinken; wees niet bezorgd.
29 Portanto, não fiquem aflitos, procurando sempre o que comer ou o que beber.
30 Dat zijn allemaal zaken die de volken van deze wereld najagen; je Vader weet dat je ze nodig hebt.
30 Pois os pagãos deste mundo é que estão sempre procurando todas essas coisas. O Pai de vocês sabe que vocês precisam de tudo isso.
31 Geef daarentegen prioriteit aan Gods koninkrijk; dan zullen ook deze dingen aan jullie worden gegeven.
31 Portanto, ponham em primeiro lugar na sua vida o
32 Wees niet bang, kleine kudde, want jullie Vader heeft in zijn goedheid besloten het koninkrijk aan jullie te geven.
32 Jesus continuou:
33 Verkoop je bezittingen en geef aan de armen; zo maak je voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar geen dief in de buurt komt en die niet door motten wordt aangetast.
33 Vendam tudo o que vocês têm e deem o dinheiro aos pobres. Arranjem bolsas que não se estragam e guardem as suas riquezas no céu, onde elas nunca se acabarão; porque lá os ladrões não podem roubá-las, e as traças não podem destruí-las.
34 Want waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn.
34 Pois onde estiverem as suas riquezas, aí estará o coração de vocês.
35 Zorg dat jullie klaarstaan en dat je lamp brandt.
35 E Jesus disse ainda:
36 Wees als mensen die hun baas opwachten wanneer hij terugkeert van het huwelijksfeest, zodat ze meteen kunnen opendoen wanneer hij arriveert en aanklopt.
36 Sejam como os empregados que esperam pelo patrão, que vai voltar da festa de casamento. Logo que ele bate na porta, os empregados vão abrir.
37 De knechten die de baas bij zijn terugkomst aantreft terwijl ze op de uitkijk staan, zijn gezegend. Ik verzeker jullie dat hij hen aan tafel zal laten plaatsnemen, zich zal klaarmaken en hen zal komen bedienen.
37 Felizes aqueles empregados que o patrão encontra acordados e preparados! Eu afirmo a vocês que isto é verdade: o próprio patrão se preparará para servi-los, mandará que se sentem à mesa e ele mesmo os servirá.
38 Ze zijn gezegend, of hij nu komt rond middernacht of in de vroege uurtjes.
38 Eles serão felizes se o patrão os encontrar alertas, mesmo que chegue à meia-noite ou até mais tarde.
39 Dit moeten jullie weten: als de huiseigenaar zou weten hoe laat de dief komt, zou hij niet in zijn huis laten inbreken.
39 Lembrem disto: se o dono da casa soubesse a que hora o ladrão viria, não o deixaria arrombar a sua casa.
40 Ook jullie moeten voorbereid zijn, want de Mensenzoon komt op een onverwacht tijdstip.”
40 Vocês, também, fiquem alertas, porque o
41 Petrus vroeg: “Heer, is deze parabel voor ons bedoeld, of voor iedereen?”
41 Então Pedro perguntou: — Senhor, essa
42 De Heer antwoordde: “Wie is de trouwe en verstandige beheerder die door zijn heer over het personeel is aangesteld om hun op tijd hun portie eten te geven?
42 O Senhor respondeu:
43 De dienaar die door zijn heer bij diens thuiskomst aan het werk wordt aangetroffen, is gezegend.
43 Feliz aquele empregado que estiver fazendo isso quando o patrão chegar!
44 Ik verzeker jullie dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen.
44 Eu afirmo a vocês que, de fato, o patrão vai colocá-lo como encarregado de toda a sua propriedade.
45 Als de dienaar echter denkt: mijn heer komt nog lang niet, en als hij dan de knechten en dienstbodes begint te mishandelen en zelf eet, drinkt en dronken wordt,
45 Mas imaginem o que acontecerá se aquele empregado pensar que o seu patrão está demorando muito para voltar. E imaginem que esse empregado comece a bater nos outros empregados e empregadas e a comer e a beber até ficar bêbado.
46 dan zal de heer van die dienaar komen op een dag en een tijdstip die de dienaar niet verwacht of kent, hem de doodstraf opleggen en hem dezelfde bestemming geven als de misdadigers.
46 Então o patrão voltará no dia em que o empregado menos espera e na hora que ele não sabe. Aí o patrão mandará cortar o empregado em pedaços e o condenará a ir para o lugar aonde os desobedientes vão.
47 De dienaar die weet wat zijn heer wil, en er niet naar handelt en geen voorbereidingen treft, zal veel slaag krijgen.
47 — O empregado que sabe qual é a vontade do patrão, mas não se prepara e não faz o que ele quer, será castigado com muitas chicotadas.
48 Maar wie zonder het te beseffen dingen doet waarvoor hij straf verdient, zal weinig slaag krijgen. Want van ieder aan wie veel is gegeven, zal veel worden geëist, en van de mensen aan wie veel is toevertrouwd, zal veel worden gevraagd.
48 Mas o empregado que não sabe o que o patrão quer e faz alguma coisa que merece castigo, esse empregado será castigado com poucas chicotadas. Assim será pedido muito de quem recebe muito; e, daquele a quem muito é dado, muito mais será pedido.
49 Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen en Ik zou graag willen dat het nu reeds wordt aangestoken.
49 Jesus continuou:
50 Maar er is een doop die Ik moet ondergaan en dat weegt zwaar op Mij zolang het nog niet is gebeurd.
50 Tenho de receber um batismo e como estou aflito até que isso aconteça!
51 Denken jullie dat Ik ben gekomen om vrede op aarde te brengen? Nee, zeg Ik jullie, Ik breng verdeeldheid.
51 Vocês pensam que eu vim trazer paz ao mundo? Pois eu afirmo a vocês que não vim trazer paz, mas divisão.
52 Voortaan zal het zo zijn dat een familie van vijf personen verdeeld zal zijn: drie tegen twee en twee tegen drie.
52 Porque daqui em diante uma família de cinco pessoas ficará dividida: três contra duas e duas contra três.
53 Vaders zullen tegen hun zoon zijn en zonen tegen hun vader, moeders tegen hun dochter en dochters tegen hun moeder, schoonmoeders tegen hun schoondochter en schoondochters tegen hun schoonmoeder.”
53 Os pais vão ficar contra os filhos, e os filhos, contra os pais. As mães vão ficar contra as filhas, e as filhas, contra as mães. As sogras vão ficar contra as noras, e as noras, contra as sogras.
54 Jezus zei tegen de mensenmassa: “Als jullie een wolk uit het westen zien komen, zeggen jullie meteen: ‘Er komt een bui.’ En dan gebeurt dat.
54 Jesus disse também ao povo:
55 En als de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie: ‘Vandaag wordt het heet.’ En dan gebeurt dat.
55 E, quando sentem o vento sul soprando, dizem: “Vai fazer calor.” E faz mesmo.
56 Jullie hypocrieten, jullie kunnen de dingen die jullie op aarde en in de lucht zien wel interpreteren; hoe is het mogelijk dat jullie de huidige tijd niet kunnen interpreteren?
56 Hipócritas! Vocês sabem explicar os sinais da terra e do céu. Então por que não sabem explicar o que querem dizer os sinais desta época?
57 Waarom kunnen jullie niet zelf beoordelen wat rechtvaardig is?
57 E Jesus terminou, dizendo:
58 Wanneer je met je tegenstander onderweg bent naar de autoriteiten, probeer dan met hem tot een vergelijk te komen; anders kan je voor de rechter worden gesleept, zodat de rechter je aan de gerechtsdienaar uitlevert en de gerechtsdienaar je in de gevangenis gooit.
58 Se alguém fizer uma acusação contra você e levá-lo ao tribunal, faça o possível para resolver a questão enquanto ainda está no caminho com essa pessoa. Isso para que ela não o leve ao juiz, o juiz o entregue ao guarda, e o guarda ponha você na cadeia.
59 Ik verzeker je, je zal daar in geen geval uitkomen voordat je de laatste cent hebt betaald.”
59 Eu lhe afirmo que você não sairá dali enquanto não pagar a multa toda.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Lucas 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.