João 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Zes dagen voor het Pesachfeest kwam Jezus naar Betanië. Daar woonde Lazarus, die Hij uit de dood had opgewekt.
1 Seis dias antes da Páscoa , Jesus foi ao povoado de Betânia, onde morava Lázaro, a quem ele tinha ressuscitado.
2 Ter ere van Jezus werd een feestmaal gegeven en Marta diende op, terwijl Lazarus met Jezus en de andere gasten aan de maaltijd deelnam.
2 Prepararam ali um jantar para Jesus. Marta ajudava a servir, e Lázaro era um dos que estavam à mesa com ele.
3 Toen nam Maria dure, zuivere nardusolie met een gewicht van ruim driehonderd gram en zalfde daarmee Jezus' voeten. Ze droogde ze af met haar haren en het hele huis rook naar de olie.
3 Então Maria pegou um frasco cheio de um perfume muito caro, feito de nardo puro. Ela derramou o perfume nos pés de Jesus e os enxugou com os seus cabelos; e toda a casa ficou perfumada.
4 Maar Judas Iskariot – hij was een van Jezus' leerlingen en zou Hem later uitleveren – zei:
4 Mas Judas Iscariotes, o discípulo que ia trair Jesus, disse:
5 “Deze olie had verkocht kunnen worden voor driehonderd denarie en de opbrengst had aan de armen kunnen worden gegeven. Waarom is dat niet gebeurd?”
5 — Este perfume vale mais de trezentas moedas de prata . Por que não foi vendido, e o dinheiro, dado aos pobres?
6 Hij zei dit niet omdat hij zich om de armen bekommerde, maar omdat hij een dief was. Hij beheerde de kas en stal van de inkomsten.
6 Judas disse isso, não porque tivesse pena dos pobres, mas porque era ladrão. Ele tomava conta da bolsa de dinheiro e costumava tirar do que punham nela.
7 Jezus zei: “Laat haar met rust; ze wil het gebruiken om mijn lichaam te zalven ter voorbereiding van mijn begrafenis.
7 Então Jesus respondeu:
8 Er zullen altijd arme mensen bij jullie zijn, maar Ik zal niet altijd bij jullie zijn.”
8 Os pobres estarão sempre com vocês, mas eu não estarei sempre com vocês.
9 Toen bekend raakte dat Jezus daar was, kwam een grote groep Joodse mensen naar hen toe; niet alleen voor Jezus maar ook om Lazarus te zien, die door Hem uit de dood was opgewekt.
9 Muitas pessoas ficaram sabendo que Jesus estava em Betânia. Então foram até lá não só por causa dele, mas também para ver Lázaro, o homem que Jesus tinha ressuscitado.
10 De hoofdpriesters daarentegen maakten plannen om ook Lazarus te doden,
10 Então os chefes dos sacerdotes resolveram matar Lázaro também;
11 want wegens hem waren er veel Joodse mensen die zich van hen afkeerden en tot geloof in Jezus kwamen.
11 pois, por causa dele, muitos judeus estavam abandonando os seus líderes e crendo em Jesus.
12 De volgende dag hoorde de grote menigte die naar het feest was gekomen dat Jezus naar Jeruzalem onderweg was.
12 No dia seguinte, a grande multidão que tinha ido à Festa da Páscoa ouviu dizer que Jesus estava chegando a Jerusalém.
13 Ze namen de takken van palmbomen en gingen de stad uit, Hem tegemoet, terwijl ze uitriepen: “Hosanna! Gezegend is Hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.”
13 Então eles pegaram ramos de palmeiras e saíram para se encontrar com ele, gritando: — Que Deus abençoe aquele que vem em nome do Senhor! Que Deus abençoe o Rei de Israel!
14 Jezus leende een jonge ezel en ging erop zitten, zoals in de Schriften staat:
14 Jesus procurou um jumentinho e o montou, como dizem as Escrituras Sagradas :
15 “Wees niet bang, dochter van Sion, je koning is in aantocht en Hij zit op een jonge ezel.”
15 “Povo de Jerusalém, não tenha medo! Veja! Aí vem o seu Rei, montado num jumentinho!”
16 Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar nadat Jezus naar Gods glorie was teruggekeerd, herinnerden zij zich dat dit over Hem in de Schriften staat en dat het zo met Hem was gebeurd.
16 Naquela ocasião os discípulos não entenderam isso. Mas, depois de Jesus ter voltado para a presença gloriosa de Deus, eles lembraram que isso estava escrito a respeito dele e também que era isso o que tinha acontecido.
17 De vele mensen die erbij waren geweest toen Jezus Lazarus uit het graf had geroepen en uit de dood had opgewekt, waren daarvan blijven getuigen.
17 A multidão que estava com Jesus quando ele havia chamado Lázaro para fora do túmulo e o tinha ressuscitado espalhou a notícia do que tinha acontecido.
18 Daarom kwam de menigte Hem tegemoet; men had gehoord dat Hij dit wonderlijke teken had verricht.
18 E o povo foi encontrar-se com Jesus, pois ficou sabendo que ele tinha feito esse milagre.
19 De farizeeën zeiden tegen elkaar: “Jullie zien dat jullie niets hebben bereikt. Kijk, de hele wereld loopt achter Hem aan.”
19 Então os fariseus disseram uns aos outros: — Não estamos conseguindo nada! Vejam! Todos estão indo com ele!
20 Onder de mensen die naar het feest gingen om God te aanbidden, bevonden zich enkele Grieken.
20 Entre o povo que tinha ido a Jerusalém para tomar parte na festa, estavam alguns não judeus.
21 Zij benaderden Filippus uit Betsaïda in Galilea met het verzoek: “Meneer, wij zouden Jezus graag willen ontmoeten.”
21 Eles foram falar com Filipe, que era da cidade de Betsaida, na Galileia, e pediram: — Senhor, queremos ver Jesus.
22 Filippus ging het aan Andreas vertellen, en Andreas en Filippus gingen het aan Jezus vertellen.
22 Filipe foi dizer isso a André, e os dois foram falar com Jesus.
23 Jezus antwoordde: “Het moment waarop de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar wordt, is gekomen.
23 Então ele respondeu:
24 Ik zeg jullie nadrukkelijk, als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één korrel. Maar wanneer hij sterft, levert hij veel nieuwe graankorrels op.
24 Eu afirmo a vocês que isto é verdade: se um grão de trigo não for jogado na terra e não morrer, ele continuará a ser apenas um grão. Mas, se morrer, dará muito trigo.
25 Wie aan zijn leven verknocht is, zal het verliezen, maar wie in deze wereld zijn leven veracht, zal het behouden voor het eeuwig leven.
25 Quem ama a sua vida não terá a vida verdadeira; mas quem não se apega à sua vida, neste mundo, ganhará para sempre a vida verdadeira.
26 Wie Mij wil dienen, moet Mij volgen; dan zal mijn dienaar daar zijn waar Ik ben. En als iemand Mij dient, zal hij door de Vader worden geëerd.
26 Quem quiser me servir siga-me; e, onde eu estiver, ali também estará esse meu
27 Nu ben Ik hevig ontsteld. Zal Ik bidden: Vader, red Mij uit deze situatie? Nee! Ik ben immers gekomen om deze situatie te doorstaan.
27 Jesus continuou:
28 Vader, toon uw grootheid!” Toen kwam er een stem uit de hemel: “Ik heb tot nu toe steeds mijn grootheid getoond en Ik zal ook nu mijn grootheid tonen.”
28 Pai, revela a tua presença Então do céu veio uma voz, que dizia: — Eu já a revelei e a revelarei de novo.
29 De menigte die erbij stond en die de stem had gehoord, zei dat het had gedonderd. Anderen zeiden dat een engel Jezus had toegesproken.
29 A multidão que estava ali ouviu a voz e dizia que era um trovão. Outros afirmavam que um anjo tinha falado com Jesus.
30 Maar Jezus zei: “Die stem heeft niet gesproken voor Mij, maar voor jullie.
30 Mas ele disse:
31 Nu zal het oordeel over deze wereld worden geveld, nu zal de heerser van deze wereld worden onttroond.
31 Chegou a hora de este mundo ser julgado, e aquele que manda nele será expulso.
32 En wanneer Ik vanaf de aarde ben omhooggeheven, zal Ik alle mensen naar Mij toe halen.”
32 E, quando eu for levantado da terra, atrairei todas as pessoas para mim.
33 Hij zei dit om aan te geven welke dood Hij zou sterven.
33 Ele dizia isso para indicar de que maneira ia morrer.
34 Toen antwoordden de mensen: “Wij hebben uit de Wet begrepen dat de Messias voor eeuwig zal blijven. Hoe kan U zeggen dat de Mensenzoon omhooggeheven moet worden? En wie is die Mensenzoon?”
34 A multidão perguntou: — A nossa
35 Jezus zei tegen hen: “Het licht zal nog even bij jullie zijn. Wandel terwijl het nog licht is en laat je niet door het donker overvallen. Wie in het donker wandelt, weet niet waar hij heengaat.
35 Jesus respondeu:
36 Geloof in het licht zolang jullie het licht nog bij jullie hebben; dan zijn jullie kinderen van het licht.” Nadat Jezus dit had gezegd, ging Hij weg en trok Hij zich terug uit het openbare leven.
36 Enquanto vocês têm a luz, creiam na luz para que possam viver na luz. Depois que Jesus disse isso, foi embora e se escondeu do povo.
37 Ondanks dat Jezus voor hun ogen veel wonderlijke tekenen had verricht, geloofden de mensen niet in Hem.
37 Eles tinham visto Jesus fazer todos esses milagres, mas não criam nele,
38 Zo zijn de volgende woorden van de profeet Jesaja in vervulling gegaan: “Heer, wie geloofde wat hij van ons heeft gehoord? En aan wie heeft de Heer zijn macht geopenbaard?”
38 para que se cumprisse o que disse o profeta Isaías: “Senhor, quem creu na nossa mensagem? E quem viu que era o Senhor que estava agindo?”
39 De reden dat ze niet konden geloven is dat Jesaja ook heeft gezegd:
39 Não podiam crer porque, como disse Isaías:
40 “Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verstard. Zo komt het dat hun ogen niet zien, hun hart niet begrijpt en zij zich niet bekeren om zich door Mij te laten genezen.”
40 “Deus cegou os olhos deles e fechou a mente deles, para que não vejam, e não entendam, e não se voltem para ele, e sejam curados por ele.”
41 Jesaja had dat gezegd omdat hij Jezus' grootheid had gezien; daarom sprak hij over Hem.
41 Isaías disse isso porque viu a revelação da natureza divina de Jesus e falou a respeito dele.
42 Toch geloofden ook veel van de Joodse leiders in Jezus. Maar omwille van de farizeeën zeiden ze dat niet openlijk, want ze wilden niet uit de synagoge verbannen worden.
42 No entanto, muitos líderes judeus creram em Jesus, mas não falavam publicamente a favor dele para que os fariseus não os expulsassem da sinagoga .
43 Ze stelden meer prijs op goedkeuring van mensen dan op goedkeuring van God.
43 Eles gostavam mais de ser elogiados pelas pessoas do que de ser elogiados por Deus.
44 Jezus sprak luid en duidelijk: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij maar in Degene die Mij heeft gestuurd.
44 Jesus disse bem alto:
45 En wie Mij ziet, ziet Degene die Mij heeft gestuurd.
45 Quem me vê vê também aquele que me enviou.
46 Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis hoeft te blijven.
46 Eu vim ao mundo como luz para que quem crê em mim não fique na escuridão.
47 En als iemand hoort wat Ik zeg en het negeert, ben Ik het niet die hem veroordeelt. Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld te redden.
47 Se alguém ouvir a minha mensagem e não a praticar, eu não o julgo. Pois eu vim para salvar o mundo e não para julgá-lo.
48 Wie Mij afwijst en niet aanvaardt wat Ik zeg, heeft reeds een rechter: op de Laatste Dag zal hij worden veroordeeld door de woorden die Ik heb gesproken.
48 Quem me rejeita e não aceita a minha mensagem já tem quem vai julgá-lo. As palavras que eu tenho dito serão o juiz dessa pessoa no último dia.
49 Ik heb namelijk niet namens Mijzelf gesproken. De Vader die Mij heeft gestuurd, Hij heeft Mij opgedragen wat Ik precies moet zeggen.
49 — Eu não tenho falado em meu próprio nome, mas o Pai, que me enviou, é quem me ordena o que devo dizer e anunciar.
50 En Ik weet dat hetgeen Hij Mij opdraagt, het eeuwig leven brengt. Daarom zeg Ik precies wat de Vader tegen Mij heeft gezegd.”
50 E eu sei que o seu mandamento dá a vida eterna. O que eu digo é justamente aquilo que o Pai me mandou dizer.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar João 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.