Hebreus 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 De belofte dat we de rust die God aanbiedt mogen ervaren is nog steeds van kracht. Waak er dus over dat niemand van jullie alsnog blijkt tekort te schieten.
1 Temamos, pois, que, porventura, deixada a promessa de entrar no seu repouso, pareça que algum de vós fique para trás.
2 Want net als zij eertijds, hebben ook wij het goede nieuws gehoord. Het horen van de boodschap heeft hen echter niet gebaat, omdat het horen bij hen niet gepaard ging met geloof.
2 Porque também a nós foram pregadas as boas-novas, como a eles, mas a palavra da pregação nada lhes aproveitou, porquanto não estava misturada com a fé naqueles que a ouviram.
3 Wij die tot geloof gekomen zijn, hebben die rust wél ervaren. Het is zoals God heeft gezegd: “Ik was zo kwaad dat Ik zwoer dat ze de rust die Ik aanbied nooit zouden ervaren.” En dat terwijl Gods werk al sinds de schepping van de wereld af is.
3 Porque nós, os que temos crido, entramos no repouso, tal como disse: Assim, jurei na minha ira que não entrarão no meu repouso; embora as suas obras estivessem acabadas desde a fundação do mundo.
4 Hij zegt ergens over de zevende dag: “En op de zevende dag vond God rust van al het werk dat Hij gedaan had.”
4 Porque, em certo lugar, disse assim do dia sétimo: E repousou Deus de todas as suas obras no sétimo dia.
5 Maar hier lezen we: “Ze zullen de rust die Ik aanbied nooit ervaren.”
5 E outra vez neste lugar: Não entrarão no meu repouso.
6 De mogelijkheid om die rust te ervaren bestaat dus nog, maar zij die aanvankelijk het goede nieuws over de rust hadden gehoord, mochten die niet ervaren.
6 Visto, pois, que resta que alguns entrem nele e que aqueles a quem primeiro foram pregadas as boas-novas não entraram por causa da desobediência,
7 Daarom heeft God opnieuw een dag aangeduid die als “vandaag” geldt. Zoals we hebben gezien zei Hij veel later bij monde van David: “Als jullie vandaag zijn stem horen, wees dan niet eigenzinnig.”
7 determina, outra vez, um certo dia, Hoje, dizendo por Davi, muito tempo depois, como está dito: Hoje, se ouvirdes a sua voz, não endureçais o vosso coração.
8 Als Jozua hun die rust zou hebben gegeven, dan zou God later niet over een tweede kans hebben gesproken.
8 Porque, se Josué lhes houvesse dado repouso, não falaria, depois disso, de outro dia.
9 Er blijft dus een sabbatsrust beschikbaar voor Gods volk.
9 Portanto, resta ainda um repouso para o povo de Deus.
10 Want wie Gods rust heeft ervaren, mag rust vinden van het werk dat hij heeft gedaan, zoals God rust vond van het werk dat Hij had gedaan.
10 Porque aquele que entrou no seu repouso, ele próprio repousou de suas obras, como Deus das suas.
11 Laten we daarom ons best doen om die rust te ervaren – laat niemand te gronde gaan door het voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen dat de Israëlieten destijds hebben gegeven.
11 Procuremos, pois, entrar naquele repouso, para que ninguém caia no mesmo exemplo de desobediência.
12 Wat God zegt is namelijk levend, krachtig en scherper dan eender welk tweesnijdend zwaard. Het snijdt diep, tot waar zowel ziel en geest als gewrichten en merg elkaar raken, en het kan onze diepste gedachten en motieven ontleden.
12 Porque a palavra de Deus é viva, e eficaz, e mais penetrante do que qualquer espada de dois gumes, e penetra até à divisão da alma, e do espírito, e das juntas e medulas, e é apta para discernir os pensamentos e intenções do coração.
13 Niets van wat geschapen is, is voor Hem verborgen; het is allemaal open en bloot zichtbaar voor Hem aan Wie we verantwoording zullen moeten afleggen.
13 E não há criatura alguma encoberta diante dele; antes, todas as coisas estão nuas e patentes aos olhos daquele com quem temos de tratar.
14 Wij hebben een verheven hogepriester, die de hemel is binnengegaan: Jezus, de Zoon van God. Laten we daarom vasthouden aan het geloof dat we belijden.
14 Visto que temos um grande sumo sacerdote, Jesus, Filho de Deus, que penetrou nos céus, retenhamos firmemente a nossa confissão.
15 Wij hebben immers geen hogepriester die niet kan meevoelen met onze zwakheden, maar een die in alle opzichten net als wij op de proef is gesteld, echter zonder te zondigen.
15 Porque não temos um sumo sacerdote que não possa compadecer-se das nossas fraquezas; porém um que, como nós, em tudo foi tentado, mas sem pecado.
16 Laten we daarom vrijmoedig de troon van de genadige God benaderen, opdat we, telkens wanneer we hulp nodig hebben, mededogen en genade mogen ontvangen.
16 Cheguemos, pois, com confiança ao trono da graça, para que possamos alcançar misericórdia e achar graça, a fim de sermos ajudados em tempo oportuno.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.