Hebreus 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Zoals we hebben gezien, worden we omringd door een grote menigte getuigen. Laten we ons daarom ontdoen van elke last die ons hindert, meer bepaald de zonde, en vastbesloten de wedren lopen die voor ons ligt.
1 Portanto, também nós, visto que temos a rodear-nos tão grande nuvem de testemunhas, desembaraçando-nos de todo peso e do pecado que tenazmente nos assedia, corramos, com perseverança, a carreira que nos está proposta,
2 Laten we daarbij onze blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof. Wegens de vreugde die voor Hem lag, verdroeg Hij het kruis, zonder zich om de schande te bekommeren, en nam Hij plaats aan Gods rechterzijde, op de troon.
2 olhando firmemente para o Autor e Consumador da fé, Jesus, o qual, em troca da alegria que lhe estava proposta, suportou a cruz, não fazendo caso da ignomínia, e está assentado à destra do trono de Deus.
3 Bedenk hoeveel tegenstand van zondaars Hij heeft verdragen; zo verlies je niet de moed en de wilskracht.
3 Considerai, pois, atentamente, aquele que suportou tamanha oposição dos pecadores contra si mesmo, para que não vos fatigueis, desmaiando em vossa alma.
4 In jullie worsteling met de zonde hebben jullie nog niet weerstand geboden tot het uiterste.
4 Ora, na vossa luta contra o pecado, ainda não tendes resistido até ao sangue
5 Zijn jullie vergeten hoe God jullie aanspoort als zijn zonen? “Mijn zoon, neem de terechtwijzing door de Heer niet te licht op, raak niet ontmoedigd wanneer je door Hem wordt vermaand.
5 e estais esquecidos da exortação que, como a filhos, discorre convosco: Filho meu, não menosprezes a correção que vem do Senhor, nem desmaies quando por ele és reprovado;
6 Want de Heer wijst terecht wie Hij liefheeft; Hij bestraft ieder die Hij als zijn zoon aanvaardt.”
6 porque o Senhor corrige a quem ama e açoita a todo filho a quem recebe.
7 Wat jullie moeten doorstaan is bedoeld als terechtwijzing. God behandelt jullie als zonen. En welke zoon wordt niet door zijn vader terechtgewezen?
7 É para disciplina que perseverais (Deus vos trata como filhos); pois que filho há que o pai não corrige?
8 Als jullie niet zouden worden terechtgewezen, dan zouden jullie onwettige kinderen zijn, geen erkende zonen.
8 Mas, se estais sem correção, de que todos se têm tornado participantes, logo, sois bastardos e não filhos.
9 Bovendien, als we zelfs onze aardse vaders respecteerden toen die ons terechtwezen, dan moeten we ons des te meer schikken naar onze hemelse Vader en zo het leven bemachtigen.
9 Além disso, tínhamos os nossos pais segundo a carne, que nos corrigiam, e os respeitávamos; não havemos de estar em muito maior submissão ao Pai espiritual e, então, viveremos?
10 Onze aardse vaders hebben ons korte tijd naar best vermogen terechtgewezen, maar Hij doet het voor onze bestwil, opdat wij deel mogen krijgen aan zijn heiligheid.
10 Pois eles nos corrigiam por pouco tempo, segundo melhor lhes parecia; Deus, porém, nos disciplina para aproveitamento, a fim de sermos participantes da sua santidade.
11 Alle terechtwijzing lijkt op het moment zelf geen vreugde maar verdriet op te leveren, maar naderhand levert het voor wie ervan leert een oogst van vrede en rechtvaardigheid op.
11 Toda disciplina, com efeito, no momento não parece ser motivo de alegria, mas de tristeza; ao depois, entretanto, produz fruto pacífico aos que têm sido por ela exercitados, fruto de justiça.
12 Versterk dus je slappe handen en knikkende knieën,
12 Por isso, restabelecei as mãos descaídas e os joelhos trôpegos;
13 en bewandel rechte paden, zodat je niet nog zwakker maar gezonder wordt.
13 e fazei caminhos retos para os pés, para que não se extravie o que é manco; antes, seja curado.
14 Streef naar vrede met alle mensen en naar een zuiver leven; wie dat niet doet, zal immers de Heer niet onder ogen kunnen komen.
14 Segui a paz com todos e a santificação, sem a qual ninguém verá o Senhor,
15 Zie erop toe dat niemand Gods genade loslaat en uitgroeit van een bittere scheut tot een gifplant die velen kwelt en besmet.
15 atentando, diligentemente, por que ninguém seja faltoso, separando-se da graça de Deus; nem haja alguma raiz de amargura que, brotando, vos perturbe, e, por meio dela, muitos sejam contaminados;
16 Laat dus niemand bij jullie zich bezighouden met seksueel wangedrag of goddeloos gedrag, zoals Esau, die voor een enkele maaltijd zijn eigen erfrecht als oudste zoon verkocht.
16 nem haja algum impuro ou profano, como foi Esaú, o qual, por um repasto, vendeu o seu direito de primogenitura.
17 Zoals jullie weten werd hij later afgewezen, toen hij de zegen probeerde te bemachtigen; hij kon geen manier vinden om het gebeurde ongedaan te maken, hoewel hij er onder tranen naar zocht.
17 Pois sabeis também que, posteriormente, querendo herdar a bênção, foi rejeitado, pois não achou lugar de arrependimento, embora, com lágrimas, o tivesse buscado.
18 Jullie zijn niet genaderd tot iets tastbaars – een berg die in brand staat en in duisternis gehuld is en waar het dondert en stormt.
18 Ora, não tendes chegado ao fogo palpável e ardente, e à escuridão, e às trevas, e à tempestade,
19 Er schalt geen trompet en er klinkt geen stem zoals destijds, toen zij die het hoorden smeekten om niet langer te worden toegesproken.
19 e ao clangor da trombeta, e ao som de palavras tais, que quantos o ouviram suplicaram que não se lhes falasse mais,
20 Zij vonden hetgeen hun werd opgelegd ondraaglijk, want zelfs een dier dat de berg zou aanraken, moest worden gestenigd.
20 pois já não suportavam o que lhes era ordenado: Até um animal, se tocar o monte, será apedrejado.
21 Wat zij zagen was zo angstwekkend dat Mozes zei: “Ik sidder van angst”.
21 Na verdade, de tal modo era horrível o espetáculo, que Moisés disse: Sinto-me aterrado e trêmulo!
22 Nee, jullie zijn genaderd tot de berg Sion, de stad van de God die leven geeft, het hemelse Jeruzalem, een bijeenkomst van ontzaglijk veel engelen,
22 Mas tendes chegado ao monte Sião e à cidade do Deus vivo, a Jerusalém celestial, e a incontáveis hostes de anjos, e à universal assembleia
23 een feestelijk samenzijn van mensen die het eerstgeboorterecht hebben ontvangen, die in de hemel zijn ingeschreven. Jullie zijn genaderd tot God, de rechter van alle mensen, en tot de geesten van hen die met God in het reine zijn en de volmaaktheid hebben bereikt.
23 e igreja dos primogênitos arrolados nos céus, e a Deus, o Juiz de todos, e aos espíritos dos justos aperfeiçoados,
24 Jullie zijn genaderd tot Jezus, de bemiddelaar van het nieuwe verbond, en tot het zuiverende bloed dat duidelijker spreekt dan het bloed van Abel.
24 e a Jesus, o Mediador da nova aliança, e ao sangue da aspersão que fala coisas superiores ao que fala o próprio Abel.
25 Zie erop toe dat je niet weigert te luisteren naar de God die spreekt. Want als anderen niet zijn ontkomen toen ze weigerden te luisteren naar de God die hen waarschuwde op aarde, dan zullen wij zeker niet ontkomen als wij weigeren te luisteren naar de God die ons waarschuwt vanuit de hemel.
25 Tende cuidado, não recuseis ao que fala. Pois, se não escaparam aqueles que recusaram ouvir quem, divinamente, os advertia sobre a terra, muito menos nós, os que nos desviamos daquele que dos céus nos adverte,
26 Destijds deed zijn stem de aarde beven, maar nu heeft Hij beloofd: “Nog eenmaal zal Ik niet enkel de aarde maar ook de hemel doen beven”.
26 aquele, cuja voz abalou, então, a terra; agora, porém, ele promete, dizendo: Ainda uma vez por todas, farei abalar não só a terra, mas também o céu.
27 Dit “nog eenmaal” duidt erop dat hetgeen geschapen is door die beving zal vergaan, zodat enkel het onwankelbare overblijft.
27 Ora, esta palavra: Ainda uma vez por todas significa a remoção dessas coisas abaladas, como tinham sido feitas, para que as coisas que não são abaladas permaneçam.
28 Laten we, nu we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, onze dankbaarheid tonen door God te aanbidden op een wijze die Hij goedkeurt: met eerbied en ontzag.
28 Por isso, recebendo nós um reino inabalável, retenhamos a graça, pela qual sirvamos a Deus de modo agradável, com reverência e santo temor;
29 Immers: onze God “is als een vuur dat alles verteert”.
29 porque o nosso Deus é fogo consumidor.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.