Hebreus 10

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 De Wet toont slechts een schaduw van de goede dingen die komen, niet hun ware gedaante. Wie God wil benaderen, kan daarom niet volkomen worden vergeven op basis van de offers die ieder jaar opnieuw worden gebracht.
1 Ora, visto que a lei tem sombra dos bens vindouros, não a imagem real das coisas, nunca jamais pode tornar perfeitos os ofertantes, com os mesmos sacrifícios que, ano após ano, perpetuamente, eles oferecem.
2 Anders zouden de mensen wel gestopt zijn met die offers; ze zouden dan eens en voor altijd vergeven zijn en zich dus niet meer schuldig voelen over hun zonden.
2 Doutra sorte, não teriam cessado de ser oferecidos, porquanto os que prestam culto, tendo sido purificados uma vez por todas, não mais teriam consciência de pecados?
3 Maar in feite vormen die offers een jaarlijkse herinnering aan hun zonden.
3 Entretanto, nesses sacrifícios faz-se recordação de pecados todos os anos,
4 Het bloed van stieren en bokken kan geen zonden uitwissen.
4 porque é impossível que o sangue de touros e de bodes remova pecados.
5 Daarom zei Christus, toen Hij naar de wereld kwam: “U wilde geen offers en geschenken, maar U heeft Mij een lichaam geschonken.
5 Por isso, ao entrar no mundo, diz: Sacrifício e oferta não quiseste; antes, um corpo me formaste;
6 U verheugde zich niet over brand- en schuldoffers.
6 não te deleitaste com holocaustos e ofertas pelo pecado.
7 Toen zei Ik: Hier ben Ik; Ik ben gekomen om te doen wat U wil, o God, zoals over Mij in de boekrollen staat.”
7 Então, eu disse: Eis aqui estou (no rolo do livro está escrito a meu respeito), para fazer, ó Deus, a tua vontade.
8 Eerst zegt Hij: “U wilde geen offers en geschenken; U verheugde zich niet over brand- en reinigingsoffers”, hoewel deze offers worden gebracht in overeenstemming met de Wet.
8 Depois de dizer, como acima: Sacrifícios e ofertas não quiseste, nem holocaustos e oblações pelo pecado, nem com isto te deleitaste (coisas que se oferecem segundo a lei),
9 Vervolgens zegt Hij: “Hier ben Ik; Ik ben gekomen om te doen wat U wil.” Hij schaft dus het eerste af om het tweede in te stellen.
9 então, acrescentou: Eis aqui estou para fazer, ó Deus, a tua vontade. Remove o primeiro para estabelecer o segundo.
10 Overeenkomstig Gods wil zijn wij dus eens en voor altijd zuiver gemaakt doordat Jezus Christus zijn lichaam heeft geofferd.
10 Nessa vontade é que temos sido santificados, mediante a oferta do corpo de Jesus Cristo, uma vez por todas.
11 Iedere andere priester staat dag na dag bij het altaar om keer op keer dezelfde offers te brengen, die echter nooit de zonden kunnen uitwissen.
11 Ora, todo sacerdote se apresenta, dia após dia, a exercer o serviço sagrado e a oferecer muitas vezes os mesmos sacrifícios, que nunca jamais podem remover pecados;
12 Jezus Christus bracht daarentegen één offer voor onze zonden en nam vervolgens plaats aan Gods rechterzijde.
12 Jesus, porém, tendo oferecido, para sempre, um único sacrifício pelos pecados, assentou-se à destra de Deus,
13 Daar wacht Hij totdat zijn vijanden aan Hem onderworpen zijn.
13 aguardando, daí em diante, até que os seus inimigos sejam postos por estrado dos seus pés.
14 Met een enkel offer heeft Hij voor altijd volkomen vergeving voor ons tot stand gebracht die zuiver zijn gemaakt.
14 Porque, com uma única oferta, aperfeiçoou para sempre quantos estão sendo santificados.
15 Ook de Heilige Geest getuigt daarvan, want Hij zegt eerst:
15 E disto nos dá testemunho também o Espírito Santo; porquanto, após ter dito:
16 “Dit is het verbond dat Ik na die tijd met hen zal sluiten, zegt de Heer: Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen en in hun hart schrijven,
16 Esta é a aliança que farei com eles, depois daqueles dias, diz o Senhor: Porei no seu coração as minhas leis e sobre a sua mente as inscreverei,
17 Ik zal hun wandaden vergeven en niet langer aan hun zonden denken.”
17 acrescenta: Também de nenhum modo me lembrarei dos seus pecados e das suas iniquidades, para sempre.
18 En als de zonden zijn vergeven, hoeft er geen offer meer voor worden gebracht.
18 Ora, onde há remissão destes, já não há oferta pelo pecado.
19 Broeders en zusters, omdat Jezus' bloed vergoten is, mogen we vrijmoedig het Allerheiligste binnengaan.
19 Tendo, pois, irmãos, intrepidez para entrar no Santo dos Santos, pelo sangue de Jesus,
20 Doordat Hij zijn lichaam offerde, verleende Hij ons toegang tot voorbij het tempelgordijn – tot het nieuwe leven.
20 pelo novo e vivo caminho que ele nos consagrou pelo véu, isto é, pela sua carne,
21 Hij is hogepriester in Gods huis.
21 e tendo grande sacerdote sobre a casa de Deus,
22 Laten we daarom God benaderen met een oprecht hart en in de zekerheid die het geloof ons biedt, met een hart dat – omdat het besprenkeld is – vrij is van zondebesef, en met een lichaam dat met zuiver water is gewassen.
22 aproximemo-nos, com sincero coração, em plena certeza de fé, tendo o coração purificado de má consciência e lavado o corpo com água pura.
23 Laten we onverminderd trouw blijven aan onze getuigenis over de verwachting waarin wij leven. We weten immers dat Hij die beloofd heeft, trouw is.
23 Guardemos firme a confissão da esperança, sem vacilar, pois quem fez a promessa é fiel.
24 Laten we ook bedenken hoe we elkaar kunnen aanmoedigen om liefdevolle, goede daden te doen.
24 Consideremo-nos também uns aos outros, para nos estimularmos ao amor e às boas obras.
25 En laten we niet van onze samenkomsten wegblijven – zoals de gewoonte van sommigen is – maar elkaar nog meer aanmoedigen, vooral nu jullie de Dag van de Heer zien naderen.
25 Não deixemos de congregar-nos, como é costume de alguns; antes, façamos admoestações e tanto mais quanto vedes que o Dia se aproxima.
26 Want als we bewust blijven zondigen nadat we de waarheid hebben leren kennen, is er geen offer meer waarmee we vergeving van zonden kunnen verkrijgen.
26 Porque, se vivermos deliberadamente em pecado, depois de termos recebido o pleno conhecimento da verdade, já não resta sacrifício pelos pecados;
27 Dan kunnen we enkel nog angstig wachten op het Oordeel en op het laaiende vuur dat Gods vijanden zal verteren.
27 pelo contrário, certa expectação horrível de juízo e fogo vingador prestes a consumir os adversários.
28 Wie de Wet van Mozes afwees, werd zonder pardon omgebracht op basis van de verklaringen van twee of drie getuigen.
28 Sem misericórdia morre pelo depoimento de duas ou três testemunhas quem tiver rejeitado a lei de Moisés.
29 Maar wie de Zoon van God minacht, wie respectloos omgaat met het bloed van het verbond waardoor zijn schuld is weggenomen, wie de Geest die hem genade heeft verleend beledigt, verdient een veel zwaardere straf.
29 De quanto mais severo castigo julgais vós será considerado digno aquele que calcou aos pés o Filho de Deus, e profanou o sangue da aliança com o qual foi santificado, e ultrajou o Espírito da graça?
30 We weten immers Wie het is die heeft gezegd: “Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden”, en ook: “de Heer zal het oordeel over zijn volk vellen.”
30 Ora, nós conhecemos aquele que disse: A mim pertence a vingança; eu retribuirei. E outra vez: O Senhor julgará o seu povo.
31 Het is vreselijk om in de handen te vallen van de God die leeft.
31 Horrível coisa é cair nas mãos do Deus vivo.
32 Denk terug aan vroeger, toen God jullie de ogen had geopend, toen jullie standhielden ondanks het zware leed dat jullie moesten doorstaan.
32 Lembrai-vos, porém, dos dias anteriores, em que, depois de iluminados, sustentastes grande luta e sofrimentos;
33 Soms werden jullie in het openbaar beledigd en mishandeld, soms verleenden jullie bijstand aan wie zo behandeld werd.
33 ora expostos como em espetáculo, tanto de opróbrio quanto de tribulações, ora tornando-vos coparticipantes com aqueles que desse modo foram tratados.
34 Jullie leefden mee met wie gevangen zat en jullie aanvaardden blijmoedig dat je bezittingen werden afgenomen, in het besef dat jullie beschikken over een beter, blijvend bezit.
34 Porque não somente vos compadecestes dos encarcerados, como também aceitastes com alegria o espólio dos vossos bens, tendo ciência de possuirdes vós mesmos patrimônio superior e durável.
35 Laat je vrijmoedigheid dus niet varen, want die zal volop worden beloond.
35 Não abandoneis, portanto, a vossa confiança; ela tem grande galardão.
36 Jullie hebben volharding nodig om – na te hebben gedaan wat God van je wil – het beloofde te ontvangen.
36 Com efeito, tendes necessidade de perseverança, para que, havendo feito a vontade de Deus, alcanceis a promessa.
37 Immers: “Nog heel even, dan komt Hij die zal komen; Hij zal niet lang meer wegblijven.
37 Porque, ainda dentro de pouco tempo, aquele que vem virá e não tardará;
38 Wie in mijn ogen rechtvaardig is, zal het leven ontvangen door middel van het geloof, maar als iemand afhaakt, ben Ik ontevreden over hem.”
38 todavia, o meu justo viverá pela fé; e: Se retroceder, nele não se compraz a minha alma.
39 Wij behoren niet tot de mensen die afhaken en ten onder gaan, maar tot diegenen die geloven en zo het leven bemachtigen.
39 Nós, porém, não somos dos que retrocedem para a perdição; somos, entretanto, da fé, para a conservação da alma.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Hebreus 10, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.