Gálatas 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Ik bedoel: zolang een erfgenaam nog niet volwassen is, verschilt hij in niets van een slaaf, hoewel hij de eigenaar is van alles.
1 Digo, porém, o seguinte: durante o tempo em que o herdeiro é menor de idade, em nada difere de um escravo, mesmo sendo senhor de tudo.
2 Hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald.
2 Mas está sob tutores e curadores até o tempo predeterminado pelo pai.
3 Zo is het ook met ons: toen wij nog niet volwassen waren, waren we slaaf van de wereldse machten.
3 Assim, também nós, quando éramos menores, estávamos escravizados aos rudimentos do mundo.
4 Maar toen het juiste moment was aangebroken, stuurde God zijn Zoon. Die werd uit een vrouw en onder het gezag van de Wet geboren,
4 Mas, quando chegou a plenitude do tempo, Deus enviou o seu Filho, nascido de mulher, nascido sob a lei,
5 om vrij te kopen wie onder het gezag van de Wet stond, opdat wij als zijn zonen zouden worden geadopteerd.
5 para resgatar os que estavam sob a lei, a fim de que recebêssemos a adoção de filhos.
6 En omdat jullie zonen zijn, heeft God de Geest van zijn Zoon in ons hart uitgestort. Die Geest roept: “Abba, Vader!”
6 E, porque vocês são filhos, Deus enviou o Espírito de seu Filho ao nosso coração, e esse Espírito clama: “Aba, Pai!”
7 Jullie zijn dus geen slaaf meer, maar zoon. En als jullie zoon zijn, dan zijn jullie ook erfgenaam, dankzij God.
7 Assim, você já não é mais escravo, porém filho; e, sendo filho, também é herdeiro por Deus.
8 Vroeger, toen jullie God nog niet kenden, waren jullie slaaf van wat geen echte goden zijn.
8 Mas, no passado, quando não conheciam a Deus, vocês eram escravos de deuses que, por natureza, não são deuses.
9 En nu jullie God kennen – of beter: nu God jullie kent – keren jullie terug naar de zwakke, armzalige machten. Waarom toch? Willen jullie opnieuw slaaf zijn?
9 Mas agora que vocês conhecem a Deus, ou melhor, agora que vocês são conhecidos por Deus, como é que estão voltando outra vez aos rudimentos fracos e pobres, aos quais de novo querem servir como escravos?
10 Jullie vieren dagen, nieuwe maan, seizoenen en jaren.
10 Vocês guardam dias, meses, tempos e anos.
11 Ik vrees dat mijn inspanningen voor jullie vergeefs zijn geweest.
11 Receio que o meu trabalho por vocês tenha sido em vão.
12 Broeders en zusters, ik smeek jullie, wees zoals ik, want ik ben zoals jullie. Jullie hebben mij geen onrecht aangedaan.
12 Sejam como eu sou, porque também eu sou como vocês. Isto é o que lhes peço, irmãos. Vocês não me ofenderam em nada.
13 Jullie weten dat ik destijds het evangelie aan jullie verkondigde omdat ik lichamelijk ziek was.
13 E vocês sabem que eu lhes preguei o evangelho a primeira vez por causa de uma enfermidade física.
14 Hoewel mijn ziekte een beproeving voor jullie was, hebben jullie mij niet veracht of verstoten. Integendeel, jullie verwelkomden mij als een boodschapper van God, als Christus Jezus zelf.
14 E, por mais que a minha enfermidade na carne lhes tenha sido uma provação, vocês não me trataram com desprezo nem desgosto. Pelo contrário, me receberam como anjo de Deus, como o próprio Cristo Jesus.
15 Waar is jullie vreugde van toen gebleven? Ik kan getuigen dat als het mogelijk was, jullie zelfs je eigen ogen zouden hebben verwijderd om ze aan mij te geven.
15 O que aconteceu com a felicidade que vocês tinham? Porque posso dar testemunho de que, se fosse possível, vocês teriam arrancado os próprios olhos para me dar!
16 Ben ik jullie vijand geworden door jullie de waarheid te vertellen?
16 Será que, por dizer a verdade, me tornei inimigo de vocês?
17 Die mensen spannen zich voor jullie in, maar niet met goede bedoelingen. Ze willen jullie van ons vervreemden,
17 Esses que se mostram tão zelosos em relação a vocês não estão sendo sinceros. O que eles querem é afastar vocês de mim, para que vocês se interessem por eles.
18 opdat jullie je voor hen gaan inspannen. Het is uiteraard goed om je in te spannen voor iets dat goed is, en dat niet alleen wanneer ik bij jullie ben, maar altijd.
18 É bom ser sempre zeloso pelo bem e não apenas quando estou com vocês,
19 Mijn kinderen, ik moet telkens opnieuw weeën voor jullie doorstaan totdat jullie op Christus gaan lijken.
19 meus filhos, por quem, de novo, estou sofrendo as dores de parto, até que Cristo seja formado em vocês.
20 Ik zou nu heel graag bij jullie willen zijn en op een andere toon tegen jullie spreken, want ik ben diep bezorgd over jullie.
20 Bem que eu gostaria de estar agora aí com vocês e falar em outro tom de voz, porque estou perplexo com vocês.
21 Vertel eens, jullie die aan de Wet onderworpen willen zijn, beseffen jullie niet wat de Wet leert?
21 Digam-me vocês, os que querem estar sob a lei: será que vocês não ouvem o que a lei diz?
22 Er staat namelijk dat Abraham twee zonen had: één bij de slavin en één bij de vrije vrouw.
22 Pois está escrito que Abraão teve dois filhos: um da mulher escrava e outro da mulher livre.
23 De zoon van de slavin was op een natuurlijke manier verwekt, maar die van de vrije als gevolg van Gods belofte.
23 O filho da escrava nasceu segundo a carne; o filho da mulher livre nasceu mediante a promessa.
24 Allegorisch bekeken staan deze twee vrouwen voor twee verbonden. Het ene verbond is dat van de berg Sinaï, dat slaven voortbrengt. Dat is Hagar.
24 Estas coisas são alegóricas, porque essas mulheres são duas alianças. Uma se refere ao monte Sinai, que gera para a escravidão; esta é Agar.
25 Hagar staat dus voor de berg Sinaï in Arabië en voor het huidige Jeruzalem, want zij bevindt zich samen met haar kinderen in slavernij.
25 Ora, Agar é o monte Sinai, na Arábia, e corresponde à Jerusalém atual, que está em escravidão com os seus filhos.
26 Het hemelse Jeruzalem is echter vrij; het is onze moeder.
26 Mas a Jerusalém lá de cima é livre e ela é a nossa mãe.
27 In de Schriften staat namelijk: “Wees blij, onvruchtbare vrouw die niet baart; jubel en juich, jij die geen weeën hebt; want de kinderen van de verlaten vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.”
27 Porque está escrito: “Alegre-se, ó estéril, você que não dá à luz; exulte e grite, você que não sente dores de parto; porque os filhos da mulher abandonada são mais numerosos do que os filhos da que tem marido.”
28 Broeders en zusters, jullie zijn kinderen als gevolg van de belofte, net als Isaak.
28 Mas vocês, irmãos, são filhos da promessa, como Isaque.
29 Maar zoals de op natuurlijke wijze verwekte zoon de op bovennatuurlijke wijze verwekte zoon het leven moeilijk maakte, gebeurt dat nu ook.
29 Como, porém, no passado, aquele que nasceu segundo a carne perseguia o que nasceu segundo o Espírito, assim também acontece agora.
30 En wat leert de Schrift? “Stuur de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin mag in geen geval mee-erven met de zoon van de vrije vrouw.”
30 Mas o que diz a Escritura? Ela diz: “Mande embora a escrava e seu filho, porque de modo nenhum o filho da escrava será herdeiro com o filho da mulher livre.”
31 Daarom, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van een slavin, maar van een vrije vrouw.
31 Portanto, irmãos, somos filhos não da escrava, mas da livre.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.