Gálatas 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Van: Paulus, een apostel die niet is aangesteld of gestuurd door mensen, maar door Jezus Christus en door God de Vader, die Hem uit de dood heeft opgewekt.
1 Paulo, apóstolo, não da parte de homens, nem por intermédio de homem algum, mas por Jesus Cristo e por Deus Pai, que o ressuscitou dentre os mortos,
2 En ook van alle broeders en zusters die bij mij zijn. Aan: de kerkgemeenschappen in Galatië.
2 e todos os irmãos meus companheiros, às igrejas da Galácia,
3 Wij wensen jullie de genade en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus toe.
3 graça a vós outros e paz, da parte de Deus, nosso Pai, e do [nosso] Senhor Jesus Cristo,
4 Christus heeft zichzelf gegeven voor onze zonden, om ons te bevrijden uit de huidige slechte wereld, zoals onze God en Vader dat wilde.
4 o qual se entregou a si mesmo pelos nossos pecados, para nos desarraigar deste mundo perverso, segundo a vontade de nosso Deus e Pai,
5 Hem komt voor eeuwig en altijd de eer toe. Amen.
5 a quem seja a glória pelos séculos dos séculos. Amém!
6 Het verbaast mij dat jullie zo snel Degene die jullie zo genadevol had geroepen, in de steek laten voor een ander “evangelie”.
6 Admira-me que estejais passando tão depressa daquele que vos chamou na graça de Cristo para outro evangelho,
7 Er is helemaal geen ander evangelie. Wel zijn er mensen die jullie in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.
7 o qual não é outro, senão que há alguns que vos perturbam e querem perverter o evangelho de Cristo.
8 Wie het ook is die jullie een “evangelie” verkondigt dat afwijkt van wat wij aan jullie hebben verkondigd – al zouden wij het zelf zijn, of een engel uit de hemel – zo iemand verdient de hel.
8 Mas, ainda que nós ou mesmo um anjo vindo do céu vos pregue evangelho que vá além do que vos temos pregado, seja anátema.
9 Zoals we eerder hebben gezegd, en ik herhaal het nu: wie jullie een evangelie verkondigt dat afwijkt van hetgeen jullie hebben ontvangen, verdient de hel.
9 Assim, como já dissemos, e agora repito, se alguém vos prega evangelho que vá além daquele que recebestes, seja anátema.
10 Probeer ik nu mensen te overtuigen, of God? Probeer ik bij mensen in de gunst te komen? Als ik nog steeds zou proberen bij mensen in de gunst te komen, zou ik geen dienaar van Christus zijn.
10 Porventura, procuro eu, agora, o favor dos homens ou o de Deus? Ou procuro agradar a homens? Se agradasse ainda a homens, não seria servo de Cristo.
11 Broeders en zusters, ik wijs jullie erop dat het evangelie dat ik heb verkondigd niet door mensen is bedacht.
11 Faço-vos, porém, saber, irmãos, que o evangelho por mim anunciado não é segundo o homem,
12 Ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, het is mij door Jezus Christus geopenbaard.
12 porque eu não o recebi, nem o aprendi de homem algum, mas mediante revelação de Jesus Cristo.
13 Jullie hebben gehoord hoe ik vroeger leefde als aanhanger van het joodse geloof, toen ik Gods kerk tot het uiterste vervolgde en probeerde uit te roeien.
13 Porque ouvistes qual foi o meu proceder outrora no judaísmo, como sobremaneira perseguia eu a igreja de Deus e a devastava.
14 Ik was verder gevorderd in het jodendom dan veel van mijn Joodse leeftijdsgenoten: ik was ijveriger dan zij in het naleven van de tradities van mijn voorouders.
14 E, na minha nação, quanto ao judaísmo, avantajava-me a muitos da minha idade, sendo extremamente zeloso das tradições de meus pais.
15 Maar God, in zijn genade, had mij reeds uitgekozen toen ik mij nog in de moederschoot bevond. In zijn genade riep Hij mij, en in zijn goedheid besloot Hij,
15 Quando, porém, ao que me separou antes de eu nascer e me chamou pela sua graça, aprouve
16 zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem zou verkondigen bij de niet-Joden. Ik ben toen niet meteen bij mensen te rade gegaan.
16 revelar seu Filho em mim, para que eu o pregasse entre os gentios, sem detença, não consultei carne e sangue,
17 Ik ging zelfs niet naar Jeruzalem, naar hen die reeds vóór mij apostel waren geworden, maar ik vertrok meteen naar Arabië en keerde later naar Damascus terug.
17 nem subi a Jerusalém para os que já eram apóstolos antes de mim, mas parti para as regiões da Arábia e voltei, outra vez, para Damasco.
18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken en ik bleef vijftien dagen bij hem.
18 Decorridos três anos, então, subi a Jerusalém para avistar-me com Cefas e permaneci com ele quinze dias;
19 Ik zag geen van de andere apostelen, behalve Jakobus, de broer van de Heer.
19 e não vi outro dos apóstolos, senão Tiago, o irmão do Senhor.
20 Ik verzeker jullie in Gods aanwezigheid: wat ik jullie schrijf is niet gelogen.
20 Ora, acerca do que vos escrevo, eis que diante de Deus testifico que não minto.
21 Daarna ging ik naar het gebied van Syrië en Cilicië.
21 Depois, fui para as regiões da Síria e da Cilícia.
22 De christelijke geloofsgemeenschappen in Judea kenden mij niet persoonlijk.
22 E não era conhecido de vista das igrejas da Judeia, que estavam em Cristo.
23 Ze hadden enkel gehoord dat de persoon die hen had vervolgd, nu het geloof verkondigde dat hij eerder had willen uitroeien.
23 Ouviam somente dizer: Aquele que, antes, nos perseguia, agora, prega a fé que, outrora, procurava destruir.
24 En ze prezen God om mij.
24 E glorificavam a Deus a meu respeito.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Gálatas 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.