Filemom 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Van: Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, en onze broeder Timoteüs. Aan: onze geliefde collega Filemon,
1 Paulo, prisioneiro de Cristo Jesus, e o irmão Timóteo, ao amado Filemom, também nosso colaborador,
2 onze zuster Apfia en onze strijdmakker Archippus; en aan de kerkgemeenschap die in jouw huis bijeenkomt.
2 e à irmã Áfia, e a Arquipo, nosso companheiro de lutas, e à igreja que está em tua casa,
3 Ik wens jullie de genade en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus toe.
3 graça e paz a vós outros, da parte de Deus, nosso Pai, e do Senhor Jesus Cristo.
4 Telkens wanneer ik voor je bid, dank ik mijn God,
4 Dou graças ao meu Deus, lembrando-me, sempre, de ti nas minhas orações,
5 want ik heb gehoord van je geloof in de Heer Jezus en van je liefdebetoon aan ieder die bij Hem hoort.
5 estando ciente do teu amor e da fé que tens para com o Senhor Jesus e todos os santos,
6 Ik bid dat ons gemeenschappelijk geloof jou in staat zal stellen te begrijpen welke goede dingen God in je leven doet omwille van Christus.
6 para que a comunhão da tua fé se torne eficiente no pleno conhecimento de todo bem que há em nós, para com Cristo.
7 Je liefdebetoon verheugt en bemoedigt mij ten zeerste, want door jou, beste broeder, zijn zij die bij Hem horen innerlijk versterkt.
7 Pois, irmão, tive grande alegria e conforto no teu amor, porquanto o coração dos santos tem sido reanimado por teu intermédio.
8 En hoewel ik onder de christenen over voldoende aanzien beschik om je te gebieden het juiste te doen,
8 Pois bem, ainda que eu sinta plena liberdade em Cristo para te ordenar o que convém,
9 doe ik liever een beroep op je liefde. Dus vraag ik, Paulus, een oude man die gevangen zit omwille van Christus Jezus, jou om een gunst.
9 prefiro, todavia, solicitar em nome do amor, sendo o que sou, Paulo, o velho e, agora, até prisioneiro de Cristo Jesus;
10 Die gunst betreft mijn kind Onesimus. Tijdens mijn gevangenschap ben ik zijn vader geworden.
10 sim, solicito-te em favor de meu filho Onésimo, que gerei entre algemas.
11 Vroeger was hij weliswaar nutteloos voor jou, maar nu is hij zeer nuttig voor jou en ook voor mij.
11 Ele, antes, te foi inútil; atualmente, porém, é útil, a ti e a mim.
12 Hierbij stuur ik hem, mijn hart, naar jou terug,
12 Eu to envio de volta em pessoa, quero dizer, o meu próprio coração.
13 hoewel ik hem liever bij me had gehouden om, namens jou, voor mij te zorgen nu ik voor het evangelie gevangen zit.
13 Eu queria conservá-lo comigo mesmo para, em teu lugar, me servir nas algemas que carrego por causa do evangelho;
14 Ik wil echter niets doen zonder jouw instemming, want zo doe je je goede daad vrijwillig en niet uit dwang.
14 nada, porém, quis fazer sem o teu consentimento, para que a tua bondade não venha a ser como que por obrigação, mas de livre vontade.
15 Misschien was hij een tijdlang bij je vandaan opdat je hem voorgoed zou terugkrijgen.
15 Pois acredito que ele veio a ser afastado de ti temporariamente, a fim de que o recebas para sempre,
16 Niet als slaaf, maar als iemand die meer is dan een slaaf, een geliefde broeder – vooral voor mij, maar nog meer voor jou, en dat niet alleen in menselijk opzicht maar ook als christen.
16 não como escravo; antes, muito acima de escravo, como irmão caríssimo, especialmente de mim e, com maior razão, de ti, quer na carne, quer no Senhor.
17 Dus als je je met mij verbonden weet, verwelkom hem dan zoals je mij zou verwelkomen.
17 Se, portanto, me consideras companheiro, recebe-o, como se fosse a mim mesmo.
18 En als hij je iets heeft misdaan of je iets schuldig is, verreken het dan met mij.
18 E, se algum dano te fez ou se te deve alguma coisa, lança tudo em minha conta.
19 Ik, Paulus, schrijf dit eigenhandig: ik zal je terugbetalen. Ik hoef je echter niet te vertellen dat jij je leven aan mij te danken hebt.
19 Eu, Paulo, de próprio punho, o escrevo: Eu pagarei — para não te alegar que também tu me deves até a ti mesmo.
20 Beste broeder, doe mij deze gunst omwille van de Heer en bemoedig mij omwille van Christus.
20 Sim, irmão, que eu receba de ti, no Senhor, este benefício. Reanima-me o coração em Cristo.
21 Ik schrijf je in het vertrouwen op je medewerking, want ik weet dat je zelfs meer zal doen dan ik vraag.
21 Certo, como estou, da tua obediência, eu te escrevo, sabendo que farás mais do que estou pedindo.
22 En nog iets: maak een logeerplek voor me klaar, want ik hoop dat ik dankzij jullie gebeden aan jullie zal worden teruggegeven.
22 E, ao mesmo tempo, prepara-me também pousada, pois espero que, por vossas orações, vos serei restituído.
23 Epafras, die samen met mij gevangen zit omwille van Christus Jezus, groet jullie.
23 Saúdam-te Epafras, prisioneiro comigo, em Cristo Jesus,
24 Ook mijn collega's Markus, Aristarchus, Demas en Lukas groeten jullie.
24 Marcos, Aristarco, Demas e Lucas, meus cooperadores.
25 Ik wens jullie de genade van de Heer Jezus Christus toe.
25 A graça do Senhor Jesus Cristo seja com o vosso espírito.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Filemom 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.