Efésios 6

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Kinderen, omdat jullie bij de Heer horen, moeten jullie je ouders gehoorzamen, want zo hoort het.
1 Filhos, obedeçam a seus pais no Senhor, pois isto é justo.
2 Eer je vader en moeder, want dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is:
2 “Honre o seu pai e a sua mãe”, que é o primeiro mandamento com promessa,
3 “opdat het goed met je zal gaan en je lang op aarde zal leven.”
3 “para que tudo corra bem com você, e você tenha uma longa vida sobre a terra”.
4 Vaders, provoceer je kinderen niet, maar breng hen groot door hen op te voeden en te vormen zoals de Heer dat wil.
4 E vocês, pais, não provoquem os seus filhos à ira, mas tratem de criá-los na disciplina e na admoestação do Senhor.
5 Slaven, wees gehoorzaam aan je aardse meester, met diep respect en een oprecht hart, zoals je gehoorzaam zou zijn aan Christus;
5 Quanto a vocês, servos, obedeçam a seus senhores aqui na terra com temor e tremor, com sinceridade de coração, como a Cristo,
6 niet om door je meester te worden opgemerkt en bij hem in de gunst te komen, maar door als slaaf van Christus van harte te doen wat God wil.
6 não servindo apenas quando estão sendo vigiados, somente para agradar pessoas, mas como servos de Cristo, fazendo de coração a vontade de Deus.
7 Doe dat bereidwillig, alsof je geen mensen maar de Heer dient,
7 Sirvam de boa vontade, como se estivessem trabalhando para o Senhor e não para pessoas,
8 en in de wetenschap dat de Heer iedereen – of hij slaaf is of vrij – zal belonen voor al het goede dat hij doet.
8 sabendo que cada um, se fizer alguma coisa boa, receberá isso outra vez do Senhor, seja servo, seja livre.
9 Meesters, behandel je slaven op dezelfde manier: stop met dreigen, want je weet dat zij – net als jijzelf – een hemelse Meester hebben en dat er bij Hem geen favoritisme is.
9 E vocês, senhores, façam o mesmo com os servos, deixando as ameaças, sabendo que o Senhor, tanto deles como de vocês, está nos céus, e que ele não trata as pessoas com parcialidade.
10 Voor het overige: laat je sterken door de Heer en zijn almacht.
10 Quanto ao mais, sejam fortalecidos no Senhor e na força do seu poder.
11 Trek Gods wapenrusting aan, om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel.
11 Vistam-se com toda a armadura de Deus, para poderem ficar firmes contra as ciladas do diabo.
12 Onze strijd is namelijk niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heersers, machten en krachten van de huidige duisternis, tegen de slechte geestelijke machten in de bovennatuurlijke wereld.
12 Porque a nossa luta não é contra o sangue e a carne, mas contra os principados e as potestades, contra os dominadores deste mundo tenebroso, contra as forças espirituais do mal, nas regiões celestiais.
13 Trek daarom Gods wapenrusting aan, om weerstand te kunnen bieden wanneer het kwaad toeslaat en om in alles te kunnen standhouden.
13 Por isso, peguem toda a armadura de Deus, para que vocês possam resistir no dia mau e, depois de terem vencido tudo, permanecer inabaláveis.
14 Houd dus stand met de waarheid als een stevige riem om je middel, de gerechtigheid als een pantser dat je hebt aangetrokken,
14 Portanto, fiquem firmes, cingindo-se com a verdade e vestindo a couraça da justiça.
15 en met de bereidheid om het goede nieuws van de vrede te brengen als schoenen aan je voeten.
15 Tenham os pés calçados com a preparação do evangelho da paz,
16 Neem bij dit alles het geloof ter hand als een schild waarmee je de brandende pijlen van de duivel kan doven,
16 segurando sempre o escudo da fé, com o qual poderão apagar todos os dardos inflamados do Maligno.
17 en neem de redding aan als een helm en de boodschap van God als het zwaard van de Geest.
17 Usem também o capacete da salvação e a espada do Espírito, que é a palavra de Deus.
18 Bid daarbij te allen tijde: leg al je verzoeken en smeekbeden aan God voor en laat je daarbij leiden door de Geest. Wees bovendien waakzaam en volhard in je smeekbeden voor allen die bij God horen.
18 Orem em todo tempo no Espírito, com todo tipo de oração e súplica, e para isto vigiem com toda perseverança e súplica por todos os santos.
19 Bid ook voor mij, dat telkens wanneer ik mijn mond open, mij de woorden worden gegeven om vrijmoedig het geheim – het evangelie – bekend te maken.
19 E orem também por mim, para que, no abrir da minha boca, me seja dada a palavra, para com ousadia tornar conhecido o mistério do evangelho,
20 Bid dat ik het evangelie, waarvoor ik een ambassadeur ben in ketenen, vrijmoedig zal verkondigen, zoals ik behoor te doen.
20 pelo qual sou embaixador em cadeias, para que, em Cristo, eu seja ousado para falar, como me cumpre fazer.
21 Om te zorgen dat ook jullie weten hoe het met mij gaat, zal Tychikus – onze geliefde broeder en een trouw dienaar van de Heer – jullie alles vertellen.
21 E, para que saibam como estou e o que estou fazendo, Tíquico, o irmão amado e fiel ministro do Senhor, lhes dará todas as informações.
22 Ik stuur hem speciaal met dat doel naar jullie toe, zodat hij jullie van mijn omstandigheden op de hoogte kan stellen en jullie kan bemoedigen.
22 Eu o estou enviando a vocês com esta finalidade: para que conheçam a nossa situação e para que ele console o coração de vocês.
23 Ik wens de broeders en zusters toe dat God, de Vader, en de Heer Jezus Christus vrede, liefde en geloof aan hen mogen schenken.
23 Paz seja com os irmãos e amor com fé, da parte de Deus Pai e do Senhor Jesus Cristo.
24 Aan iedereen die onze Heer Jezus Christus voor altijd liefheeft, wens ik genade toe.
24 A graça esteja com todos os que amam sinceramente o nosso Senhor Jesus Cristo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Efésios 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.