Colossenses 4

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Meesters, behandel je slaven rechtvaardig en correct, in het besef dat je zelf een Meester in de hemel hebt.
1 Vós, senhores, fazei o que for de justiça e equidade a vossos servos, sabendo que também tendes um Senhor nos céus.
2 Wees volhardend, waakzaam en dankbaar in je gebeden.
2 Perseverai em oração, velando nela com ação de graças;
3 Bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons zal openen om het geheim van Christus, omwille waarvan ik gevangen zit, bekend te maken.
3 orando também juntamente por nós, para que Deus nos abra a porta da palavra, a fim de falarmos do mistério de Cristo, pelo qual estou também preso;
4 Bid ook dat ik het duidelijk zal kunnen uitleggen, want dat is wat ik behoor te doen.
4 para que o manifeste, como me convém falar.
5 Gedraag je verstandig ten opzichte van buitenstaanders en maak gebruik van de kansen die je krijgt.
5 Andai com sabedoria para com os que estão de fora, remindo o tempo.
6 Zorg dat de dingen die je zegt, altijd aangenaam en met zout op smaak gebracht zijn: weet hoe je op iedere persoon moet reageren.
6 A vossa palavra seja sempre agradável, temperada com sal, para que saibais como vos convém responder a cada um.
7 Tychikus, onze geliefde broeder, collega en trouwe dienaar van de Heer, zal jullie al mijn nieuws vertellen.
7 Tíquico, irmão amado, e fiel ministro, e conservo no Senhor, vos fará saber o meu estado;
8 Ik stuur hem speciaal met dat doel naar jullie toe – om jullie van mijn omstandigheden op de hoogte te stellen en jullie te bemoedigen.
8 o qual vos enviei para o mesmo fim, para que saiba do vosso estado e console o vosso coração,
9 Ik stuur Onesimus, de trouwe en geliefde broeder die bij jullie vandaan komt, met hem mee. Zij zullen jullie alles vertellen over de omstandigheden hier.
9 juntamente com Onésimo, amado e fiel irmão, que é dos vossos; eles vos farão saber tudo o que por aqui se passa.
10 Aristarchus, die samen met mij gevangen zit, groet jullie, en ook Markus, de neef van Barnabas. (Over hem hebben jullie instructies ontvangen: als hij bij jullie komt, moeten jullie hem verwelkomen.)
10 Aristarco, que está preso comigo, vos saúda, e Marcos, o sobrinho de Barnabé, acerca do qual já recebestes mandamentos; se ele for ter convosco, recebei-o;
11 En ook Jezus die Justus wordt genoemd. Zij zijn mijn enige medearbeiders in Gods koninkrijk die van Joodse afkomst zijn, en zij zijn mij tot steun geweest.
11 e Jesus, chamado Justo, os quais são da circuncisão; são estes unicamente os meus cooperadores no Reino de Deus e para mim têm sido consolação.
12 Epafras groet jullie. Hij is een van jullie, en een dienaar van Christus Jezus. Hij worstelt voortdurend voor jullie in het gebed. Hij bidt dan dat jullie je, als volwassen christenen, vol overtuiging zullen richten op alles wat God wil.
12 Saúda-vos Epafras, que é dos vossos, servo de Cristo, combatendo sempre por vós em orações, para que vos conserveis firmes, perfeitos e consumados em toda a vontade de Deus.
13 Ik kan over Epafras getuigen dat hij zich hard voor jullie inspant, en ook voor de gelovigen in Laodicea en Hiërapolis.
13 Pois eu lhe dou testemunho de que tem grande zelo por vós, e pelos que estão em Laodiceia, e pelos que estão em Hierápolis.
14 De geliefde dokter Lukas, en ook Demas, groeten jullie.
14 Saúda-vos Lucas, o médico amado, e Demas.
15 Groet de broeders en zusters in Laodicea en ook Nymfa en de kerkgemeenschap die in haar huis samenkomt.
15 Saudai aos irmãos que estão em Laodiceia, e a Ninfa, e à igreja que está em sua casa.
16 Wanneer deze brief aan jullie is voorgelezen, laat hem dan ook voorlezen in de kerkgemeenschap in Laodicea en laat de brief aan de kerkgemeenschap in Laodicea bij jullie voorlezen.
16 E, quando esta epístola tiver sido lida entre vós, fazei que também o seja na igreja dos laodicenses; e a que veio de Laodiceia, lede-a vós também.
17 Zeg tegen Archippus: zorg dat je de taak die je van de Heer hebt ontvangen, uitvoert.
17 E dizei a Arquipo: Atenta para o ministério que recebeste no Senhor, para que o cumpras.
18 Deze groet schrijf ik, Paulus, eigenhandig. Denk aan mij in mijn gevangenschap. Ik wens jullie Gods genade toe.
18 Saudação de minha mão, de Paulo. Lembrai-vos das minhas prisões. A graça seja convosco. Amém!

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Colossenses 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.