Colossenses 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Omdat jullie samen met Christus zijn verrezen, moet je je richten op de dingen van hierboven, waar Christus zich bevindt, aan Gods rechterzijde.
1 Portanto, se fostes ressuscitados juntamente com Cristo, buscai as coisas lá do alto, onde Cristo vive, assentado à direita de Deus.
2 Je denken moet gericht zijn op wat hierboven is, niet op wat op aarde is.
2 Pensai nas coisas lá do alto, não nas que são aqui da terra;
3 Jullie zijn immers gestorven en jullie leven ligt samen met Christus verborgen in God.
3 porque morrestes, e a vossa vida está oculta juntamente com Cristo, em Deus.
4 En wanneer Christus, ons Leven, wordt geopenbaard, zal ook worden geopenbaard dat jullie mogen delen in zijn hemelse pracht.
4 Quando Cristo, que é a nossa vida, se manifestar, então, vós também sereis manifestados com ele, em glória.
5 Beschouw daarom als dood wat tot je aardse ‘ik’ behoort: seksueel wangedrag, immoraliteit, hartstocht, slechte verlangens en hebzucht – hebzucht is namelijk afgoderij.
5 Fazei, pois, morrer a vossa natureza terrena: prostituição, impureza, paixão lasciva, desejo maligno e a avareza, que é idolatria;
6 Het is omwille van deze dingen dat God de mensen die Hem ongehoorzaam zijn, zal straffen.
6 por estas coisas é que vem a ira de Deus [sobre os filhos da desobediência].
7 Ooit deden jullie ze zelf ook. Jullie leefden ook zo.
7 Ora, nessas mesmas coisas andastes vós também, noutro tempo, quando vivíeis nelas.
8 Maar nu moeten jullie je van dat alles – woede, toorn, kwaadaardigheid, laster en vuile taal – ontdoen.
8 Agora, porém, despojai-vos, igualmente, de tudo isto: ira, indignação, maldade, maledicência, linguagem obscena do vosso falar.
9 Lieg niet tegen elkaar, want je hebt je ontdaan van je oude ‘ik’ met zijn bijhorende gewoonten,
9 Não mintais uns aos outros, uma vez que vos despistes do velho homem com os seus feitos
10 en je gehuld in je nieuwe ‘ik’, dat voortdurend wordt vernieuwd en zijn Schepper steeds beter kent en weerspiegelt.
10 e vos revestistes do novo homem que se refaz para o pleno conhecimento, segundo a imagem daquele que o criou;
11 Dan is er geen sprake meer van Griek of Jood, besneden of onbesneden, vreemdeling, barbaar, slaaf of vrij mens, maar van: Christus is alles en Hij is in ons allen.
11 no qual não pode haver grego nem judeu, circuncisão nem incircuncisão, bárbaro, cita, escravo, livre; porém Cristo é tudo em todos.
12 Omdat jullie Gods eigen, dierbare uitverkorenen zijn, moeten jullie je hullen in mededogen, vriendelijkheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld,
12 Revesti-vos, pois, como eleitos de Deus, santos e amados, de ternos afetos de misericórdia, de bondade, de humildade, de mansidão, de longanimidade.
13 en elkaar verdragen en vergeven wanneer iemand iets tegen een ander heeft. Zoals de Heer jullie heeft vergeven, moeten jullie dat ook doen ten opzichte van elkaar.
13 Suportai-vos uns aos outros, perdoai-vos mutuamente, caso alguém tenha motivo de queixa contra outrem. Assim como o Senhor vos perdoou, assim também perdoai vós;
14 En al deze zaken moet je combineren met de liefde – de band die volkomen eenheid creëert.
14 acima de tudo isto, porém, esteja o amor, que é o vínculo da perfeição.
15 Laat je in je beslissingen leiden door de vrede van Christus. Jullie zijn, als delen van hetzelfde lichaam, immers geroepen om in vrede met elkaar te leven. En wees dankbaar.
15 Seja a paz de Cristo o árbitro em vosso coração, à qual, também, fostes chamados em um só corpo; e sede agradecidos.
16 Zorg dat de woorden van Christus volop in je leven. Onderwijs en vermaan elkaar met gebruik van alle wijsheid. Zing met een dankbaar hart psalmen, gezangen en geestelijke liederen voor God.
16 Habite, ricamente, em vós a palavra de Cristo; instruí-vos e aconselhai-vos mutuamente em toda a sabedoria, louvando a Deus, com salmos, e hinos, e cânticos espirituais, com gratidão, em vosso coração.
17 Wat je ook doet en wat je ook zegt, zorg dat je het doet en zegt in naam van de Heer Jezus en om je dankbaarheid voor Hem te tonen aan God de Vader.
17 E tudo o que fizerdes, seja em palavra, seja em ação, fazei-o em nome do Senhor Jesus, dando por ele graças a Deus Pai.
18 Vrouwen, aanvaard het gezag van je man, zoals gepast is voor wie bij de Heer hoort.
18 Esposas, sede submissas ao próprio marido, como convém no Senhor.
19 Mannen, heb je vrouw lief en wees niet ruw tegen haar.
19 Maridos, amai vossa esposa e não a trateis com amargura.
20 Kinderen, wees in alles gehoorzaam aan je ouders, want dat is wat de Heer vreugde geeft.
20 Filhos, em tudo obedecei a vossos pais; pois fazê-lo é grato diante do Senhor.
21 Ouders, maak het je kinderen niet te lastig, want dan raken ze ontmoedigd.
21 Pais, não irriteis os vossos filhos, para que não fiquem desanimados.
22 Slaven, wees in alles gehoorzaam aan je aardse meester – niet alleen wanneer hij je ziet, om bij hem in de gunst te komen, maar met een oprecht hart en uit ontzag voor de Heer.
22 Servos, obedecei em tudo ao vosso senhor segundo a carne, não servindo apenas sob vigilância, visando tão somente agradar homens, mas em singeleza de coração, temendo ao Senhor.
23 Wat je ook doet, doe het van harte, als voor de Heer en niet voor mensen.
23 Tudo quanto fizerdes, fazei-o de todo o coração, como para o Senhor e não para homens,
24 Je weet immers dat je van Christus, de Heer die je dient, als beloning de erfenis zal ontvangen.
24 cientes de que recebereis do Senhor a recompensa da herança. A Cristo, o Senhor, é que estais servindo;
25 En wie kwaad doet, zal daarvoor boeten, zonder uitzondering.
25 pois aquele que faz injustiça receberá em troco a injustiça feita; e nisto não há acepção de pessoas.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Colossenses 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.