Atos 9

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Saulus ging nog altijd tegen de volgelingen van de Heer tekeer door hen met de dood te bedreigen. Hij ging naar de hogepriester
1 Saulo, respirando ainda ameaças e morte contra os discípulos do Senhor, dirigiu-se ao sumo sacerdote
2 en vroeg hem om brieven voor de synagogen in Damascus, opdat hij, als hij daar mensen zou vinden die bij de Weg hoorden, hen zou kunnen gevangennemen en naar Jeruzalem brengen, zowel mannen als vrouwen.
2 e lhe pediu cartas para as sinagogas de Damasco, a fim de que, caso achasse alguns que eram do Caminho, tanto homens como mulheres, os levasse presos para Jerusalém.
3 Maar terwijl hij onderweg was – hij was al bijna bij Damascus – werd hij plots beschenen door een licht uit de hemel.
3 Enquanto seguia pelo caminho, ao aproximar-se de Damasco, subitamente uma luz do céu brilhou ao seu redor.
4 Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?”
4 Ele caiu por terra e ouviu uma voz que lhe dizia:
5 Hij vroeg: “Wie bent U, Heer?” De stem zei: “Ik ben Jezus, degene die jij vervolgt.
5 Ele perguntou: — Senhor, quem é você? E a resposta foi:
6 Maar kom overeind en ga de stad in. Dan zal aan je worden verteld wat je moet doen.”
6 Mas levante-se e entre na cidade, onde lhe dirão o que você deve fazer.
7 Zijn medereizigers stonden sprakeloos: ze hoorden wel de stem, maar zagen niemand.
7 Os homens que viajavam com Saulo pararam emudecidos, ouvindo a voz, mas não vendo ninguém.
8 Saulus stond op van de grond en hoewel hij zijn ogen open had, zag hij niets. Ze namen hem bij de hand en leidden hem zo Damascus binnen.
8 Então Saulo se levantou do chão e, abrindo os olhos, nada podia ver. E, guiando-o pela mão, levaram-no para Damasco.
9 Drie dagen lang kon hij niet zien en at en dronk hij niet.
9 Esteve três dias sem ver, durante os quais nada comeu, nem bebeu.
10 Nu bevond zich in Damascus een volgeling van Jezus die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: “Ananias!” Hij antwoordde: “Hier ben ik, Heer!”
10 Havia em Damasco um discípulo chamado Ananias. O Senhor lhe apareceu numa visão e disse: Ao que ele respondeu: — Eis-me aqui, Senhor!
11 De Heer zei tegen hem: “Sta op, ga naar de straat die de Rechte Straat heet en vraag bij het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden
11 Então o Senhor lhe disse:
12 en heeft in een visioen een man zien binnenkomen die Ananias heet en die hem de handen oplegde om hem weer te laten zien.”
12 e, numa visão, viu entrar um homem, chamado Ananias, e impor-lhe as mãos, para que recuperasse a vista.
13 Ananias antwoordde echter: “Heer, ik heb van veel mensen over deze man gehoord, dat hij de mensen in Jeruzalem die bij U horen veel kwaad heeft aangedaan.
13 Ananias, porém, respondeu: — Senhor, de muitos tenho ouvido a respeito desse homem, quanto mal tem feito aos teus santos em Jerusalém.
14 En hij heeft van de hoofdpriesters de volmacht gekregen om iedereen hier gevangen te nemen die U aanbidt.”
14 E aqui em Damasco ele tem autorização dos principais sacerdotes para prender todos os que invocam o teu nome.
15 Maar de Heer zei tegen Ananias: “Ga, want Ik heb deze man uitverkoren om aan de niet-Joden en hun leiders, maar ook aan het volk Israël, te verkondigen wie Ik ben.
15 Mas o Senhor disse a Ananias:
16 Ik zal hem tonen hoezeer hij zal moeten lijden omwille van Mij.”
16 Pois eu mesmo vou mostrar a ele quanto deve sofrer pelo meu nome.
17 Ananias vertrok, ging het huis binnen, legde Saulus de handen op en zei: “Saul, broeder, de Heer die aan jou is verschenen toen je naar hier onderweg was – Jezus – heeft mij gestuurd opdat je weer zal zien en met de Heilige Geest wordt vervuld.”
17 Então Ananias foi e, entrando na casa, impôs as mãos sobre Saulo, dizendo: — Saulo, irmão, o Senhor Jesus, que apareceu a você no caminho para cá, me enviou para que você volte a ver e fique cheio do Espírito Santo.
18 Meteen was het alsof er vliezen van Saulus' ogen vielen. Hij kon weer zien, stond op en werd gedoopt.
18 Imediatamente caíram dos olhos de Saulo umas coisas parecidas com escamas, e ele voltou a ver. A seguir, levantou-se e foi batizado.
19 Nadat hij had gegeten, kwam Saulus weer op krachten. Hij bleef enkele dagen bij de volgelingen van Jezus in Damascus
19 E, depois de comer, sentiu-se fortalecido. Saulo permaneceu alguns dias com os discípulos em Damasco.
20 en begon meteen in de synagogen te verkondigen dat Jezus de Zoon van God is.
20 E logo, nas sinagogas, proclamava Jesus, afirmando que ele é o Filho de Deus.
21 Alle mensen die hem hoorden spreken, waren perplex en zeiden: “Is dit niet de man die in Jeruzalem de mensen die Jezus aanroepen vervolgde en die hier is gekomen om hen gevangen te nemen en aan de hoofdpriesters voor te leiden?”
21 Todos os que ouviam Saulo estavam atônitos e diziam: — Não é este o que exterminava em Jerusalém os que invocam o nome de Jesus e veio para cá precisamente para prender e levá-los aos principais sacerdotes?
22 Saulus' optreden werd steeds krachtiger en hij bracht de Joodse mensen die in Damascus woonden in verwarring door aan te tonen dat Jezus de Messias is.
22 Saulo, porém, mais e mais se fortalecia e confundia os judeus que moravam em Damasco, demonstrando que Jesus é o Cristo.
23 Na een aantal dagen spanden enkele Joodse mensen samen om hem te doden.
23 Decorridos muitos dias, os judeus resolveram matar Saulo,
24 Hun plan raakte echter bij Saulus bekend. Dag en nacht bewaakten ze de stadspoorten om hem te kunnen doden.
24 mas ele ficou sabendo do plano deles. Dia e noite guardavam também os portões da cidade, para o matar.
25 Maar Saulus' volgelingen namen hem 's nachts mee en lieten hem in een korf door een opening in de stadsmuur naar beneden zakken.
25 Mas os discípulos de Saulo tomaram-no de noite e, colocando-o num cesto, desceram-no pela muralha.
26 In Jeruzalem aangekomen, probeerde Saulus zich bij de volgelingen van Jezus aan te sluiten. Maar iedereen was bang voor hem, men geloofde niet dat hij een volgeling van Jezus was geworden.
26 Quando chegou a Jerusalém, Saulo procurou juntar-se aos discípulos de Jesus. Porém todos tinham medo dele, não acreditando que ele fosse discípulo.
27 Barnabas nam hem echter onder zijn hoede en bracht hem bij de apostelen. Hij vertelde hun hoe Saulus onderweg de Heer had gezien en Hij tot hem had gesproken, en hoe Saulus in Damascus vrijmoedig in de naam van Jezus had gesproken.
27 Mas Barnabé, tomando-o consigo, levou-o aos apóstolos. Contou-lhes como Saulo tinha visto o Senhor no caminho, e que o Senhor tinha falado com ele. Também contou como, em Damasco, Saulo tinha pregado ousadamente em nome de Jesus.
28 Saulus bleef bij hen en bewoog zich vrij binnen Jeruzalem, terwijl hij vrijmoedig sprak in de naam van de Heer.
28 E Saulo ficou com eles em Jerusalém, entrando e saindo, pregando ousadamente em nome do Senhor.
29 Hij praatte en discussieerde ook met de Griekstalige Joden, maar zij probeerden hem om te brengen.
29 Falava e discutia com os helenistas, mas eles procuravam matá-lo.
30 Toen de gelovigen dat te weten kwamen, brachten ze hem naar Caesarea en stuurden hem verder naar Tarsus.
30 Quando isto chegou ao conhecimento dos irmãos, levaram Saulo até Cesareia e dali o enviaram para Tarso.
31 De kerkgemeenschap in heel Judea, Galilea en Samaria kende vrede, werd opgebouwd, leefde in ontzag voor de Heer, werd bemoedigd door de Heilige Geest en groeide in aantal.
31 Assim, a igreja tinha paz por toda a Judeia, Galileia e Samaria, edificando-se e caminhando no temor do Senhor; e, no consolo do Espírito Santo, crescia em número.
32 Petrus reisde door het hele land en kwam zo bij de gelovigen die in Lydda woonden.
32 Passando Pedro por toda parte, foi também visitar os santos que moravam em Lida.
33 Hij trof daar iemand aan die Eneas heette en al acht jaar verlamd en bedlegerig was.
33 Encontrou ali certo homem, chamado Eneias, que havia oito anos jazia de cama, pois era paralítico.
34 Petrus zei tegen hem: “Eneas, Jezus Christus geneest je. Sta op en maak je bed op.” Eneas stond meteen op.
34 Pedro lhe disse: — Eneias, Jesus Cristo cura você! Levante-se e arrume a sua cama. Ele imediatamente se levantou.
35 Alle inwoners van Lydda en Saron zagen hem en bekeerden zich tot de Heer.
35 Todos os habitantes de Lida e da região de Sarom viram Eneias e se converteram ao Senhor.
36 Nu was er in Joppe een volgelinge van Jezus die Tabita heette. Dat wordt vertaald als Dorkas. Zij deed veel goede daden en gaf aan de armen.
36 Em Jope havia uma discípula chamada Tabita, nome este que, traduzido, é Dorcas. Ela era notável pelas boas obras e esmolas que fazia.
37 Het was in die tijd dat zij ziek werd en stierf. Ze werd gewassen en in een bovenzaal opgebaard.
37 Aconteceu que, naqueles dias, ela adoeceu e veio a morrer. Depois de a lavarem, puseram o corpo num quarto do andar superior.
38 Lydda is dicht bij Joppe en toen de volgelingen van Jezus hoorden dat Petrus daar was, stuurden ze twee mannen naar hem toe met het verzoek: “Kom zonder uitstel bij ons.”
38 Como Lida ficava perto de Jope, os discípulos, ouvindo que Pedro estava ali, enviaram-lhe dois homens com o seguinte pedido: — Não se demore em vir até nós.
39 Petrus ging meteen met hen mee. Eenmaal aangekomen brachten ze hem naar de bovenzaal. Alle weduwen kwamen huilend om hem heen staan en toonden hem de tunieken en mantels die Dorkas had gemaakt toen ze nog leefde.
39 Pedro se aprontou e foi com eles. Quando chegou lá, eles o levaram ao quarto do andar superior. Todas as viúvas o cercaram, chorando e mostrando-lhe túnicas e vestidos que Dorcas tinha feito enquanto estava com elas.
40 Petrus stuurde iedereen naar buiten, knielde neer en bad. Vervolgens keerde hij zich tot het lichaam en zei: “Tabita, sta op.” Ze opende haar ogen en toen ze Petrus zag, ging ze overeind zitten.
40 Mas Pedro mandou que todos saíssem, ajoelhou-se e orou; depois, voltando-se para o corpo, disse: — Tabita, levante-se! Ela abriu os olhos e, vendo Pedro, sentou-se.
41 Hij nam haar bij de hand en hielp haar opstaan. En nadat hij de gelovigen, inclusief de weduwen, had geroepen, toonde hij hun dat ze leefde.
41 Ele, dando-lhe a mão, ajudou-a a ficar em pé; e, chamando os santos, especialmente as viúvas, apresentou-a viva.
42 Dit raakte in heel Joppe bekend en velen kwamen tot geloof in de Heer.
42 Isto se tornou conhecido em toda a cidade de Jope, e muitos creram no Senhor.
43 Petrus bleef enige tijd in Joppe, bij een leerlooier die Simon heette.
43 Pedro ficou em Jope muitos dias, na casa de um curtidor chamado Simão.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 9, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.