Atos 8

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Saulus stemde in met de moord op Stefanus. Diezelfde dag barstte er een grote vervolging van de kerkgemeenschap in Jeruzalem los; met uitzondering van de apostelen raakten allen verspreid over de gebieden Judea en Samaria.
1 E Saulo consentia na sua morte. Naquele dia, levantou-se grande perseguição contra a igreja em Jerusalém; e todos, exceto os apóstolos, foram dispersos pelas regiões da Judeia e Samaria.
2 Stefanus werd begraven door mensen die God respecteerden en er werd diep om hem gerouwd.
2 Alguns homens piedosos sepultaram Estêvão e fizeram grande pranto sobre ele.
3 Maar Saulus begon de kerkgemeenschap te gronde te richten: hij drong het ene huis na het andere binnen, sleurde zowel mannen als vrouwen weg en liet hen gevangenzetten.
3 Saulo, porém, assolava a igreja, entrando pelas casas; e, arrastando homens e mulheres, encerrava-os no cárcere.
4 Zij die verspreid raakten, trokken rond en verkondigden het evangelie.
4 Entrementes, os que foram dispersos iam por toda parte pregando a palavra.
5 Filippus ging naar de stad Samaria en verkondigde daar de Messias.
5 Filipe, descendo à cidade de Samaria, anunciava-lhes a Cristo.
6 Toen de mensenmassa Filippus hoorde spreken en de wonderlijke tekenen zag die hij deed, luisterde iedereen geboeid naar zijn boodschap.
6 As multidões atendiam, unânimes, às coisas que Filipe dizia, ouvindo-as e vendo os sinais que ele operava.
7 Bij veel mensen met onreine geesten kwamen die luid schreeuwend naar buiten en velen die verlamd of slecht ter been waren, werden genezen.
7 Pois os espíritos imundos de muitos possessos saíam gritando em alta voz; e muitos paralíticos e coxos foram curados.
8 Daarom was er veel vreugde in die stad.
8 E houve grande alegria naquela cidade.
9 Nu was er iemand die Simon heette en die al enige tijd magie had bedreven in de stad. Hij deed de mensen van Samaria versteld staan en beweerde dat hij een bijzonder persoon was.
9 Ora, havia certo homem, chamado Simão, que ali praticava a mágica, iludindo o povo de Samaria, insinuando ser ele grande vulto;
10 Alle mensen, van de geringste tot de aanzienlijkste, luisterden geboeid naar hem en zeiden: “Hij is de god die de Grote Macht wordt genoemd.”
10 ao qual todos davam ouvidos, do menor ao maior, dizendo: Este homem é o poder de Deus, chamado o Grande Poder.
11 Ze luisterden zo geboeid naar hem omdat zijn magie lange tijd indruk op hen had gemaakt.
11 Aderiam a ele porque havia muito os iludira com mágicas.
12 Maar toen ze Filippus gingen geloven, die het goede nieuws over Gods koninkrijk en over Jezus Christus verkondigde, werden ze gedoopt, zowel mannen als vrouwen.
12 Quando, porém, deram crédito a Filipe, que os evangelizava a respeito do reino de Deus e do nome de Jesus Cristo, iam sendo batizados, assim homens como mulheres.
13 Ook Simon zelf kwam tot geloof. Hij werd gedoopt en bleef voortdurend bij Filippus in de buurt, want hij was onder de indruk van de tekenen en grote wonderen die hij zag.
13 O próprio Simão abraçou a fé; e, tendo sido batizado, acompanhava a Filipe de perto, observando extasiado os sinais e grandes milagres praticados.
14 Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het Woord van God had aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar de nieuwe gelovigen.
14 Ouvindo os apóstolos, que estavam em Jerusalém, que Samaria recebera a palavra de Deus, enviaram-lhe Pedro e João;
15 Eenmaal aangekomen baden ze voor hen, dat ze de Heilige Geest mochten ontvangen,
15 os quais, descendo para lá, oraram por eles para que recebessem o Espírito Santo;
16 want Hij was op nog geen van hen neergedaald; ze waren enkel gedoopt in de naam van de Heer Jezus.
16 porquanto não havia ainda descido sobre nenhum deles, mas somente haviam sido batizados em o nome do Senhor Jesus.
17 Toen legden Petrus en Johannes hun de handen op en ontvingen zij de Heilige Geest.
17 Então, lhes impunham as mãos, e recebiam estes o Espírito Santo.
18 Toen Simon zag dat de Geest werd gegeven via handoplegging door de apostelen, bood hij hun geld aan en zei:
18 Vendo, porém, Simão que, pelo fato de imporem os apóstolos as mãos, era concedido o Espírito [Santo], ofereceu-lhes dinheiro,
19 “Geef mij ook deze macht, zodat iedereen bij wie ik de handen opleg, de Heilige Geest zal ontvangen.”
19 propondo: Concedei-me também a mim este poder, para que aquele sobre quem eu impuser as mãos receba o Espírito Santo.
20 Maar Petrus zei tegen hem: “Laat jouw geld samen met jou ten onder gaan als je denkt dat je Gods gave met geld kan kopen.
20 Pedro, porém, lhe respondeu: O teu dinheiro seja contigo para perdição, pois julgaste adquirir, por meio dele, o dom de Deus.
21 Jij krijgt geen enkel aandeel in wat wij doen, want je houding tegenover God is niet oprecht.
21 Não tens parte nem sorte neste ministério, porque o teu coração não é reto diante de Deus.
22 Bekeer je dus van dit kwaad en bid de Heer om je te vergeven voor de slechte bedoelingen in je hart,
22 Arrepende-te, pois, da tua maldade e roga ao Senhor; talvez te seja perdoado o intento do coração;
23 want ik zie dat je vol afgunst bent en in het kwaad verstrikt zit.”
23 pois vejo que estás em fel de amargura e laço de iniquidade.
24 Simon antwoordde: “Bid voor mij tot de Heer, dat niets van wat jullie hebben gezegd mij zal overkomen.”
24 Respondendo, porém, Simão lhes pediu: Rogai vós por mim ao Senhor, para que nada do que dissestes sobrevenha a mim.
25 Nadat Petrus en Johannes hadden gepredikt en het Woord van de Heer hadden gesproken, keerden ze terug naar Jeruzalem. Onderweg verkondigden ze in veel Samaritaanse dorpen het evangelie.
25 Eles, porém, havendo testificado e falado a palavra do Senhor, voltaram para Jerusalém e evangelizavam muitas aldeias dos samaritanos.
26 En tegen Filippus zei een engel van de Heer: “Ga op reis in zuidelijke richting, naar de weg van Jeruzalem naar Gaza.” Dit is een verlaten weg.
26 Um anjo do Senhor falou a Filipe, dizendo: Dispõe-te e vai para o lado do Sul, no caminho que desce de Jerusalém a Gaza; este se acha deserto. Ele se levantou e foi.
27 Daarom ging hij op pad. Daar bevond zich een Ethiopiër, een eunuch van de hofhouding van de kandake, de Ethiopische koningin. Hij beheerde haar hele schatkist en was naar Jeruzalem geweest om God te aanbidden.
27 Eis que um etíope, eunuco, alto oficial de Candace, rainha dos etíopes, o qual era superintendente de todo o seu tesouro, que viera adorar em Jerusalém,
28 Op de terugweg zat hij in zijn wagen het boek van de profeet Jesaja te lezen.
28 estava de volta e, assentado no seu carro, vinha lendo o profeta Isaías.
29 Toen zei de Geest tegen Filippus: “Ga naar die wagen toe en blijf erbij.”
29 Então, disse o Espírito a Filipe: Aproxima-te desse carro e acompanha-o.
30 Toen Filippus erheen ging, hoorde hij de Ethiopiër uit de profeet Jesaja voorlezen. Hij vroeg hem: “Begrijpt u wat u aan het lezen bent?”
30 Correndo Filipe, ouviu-o ler o profeta Isaías e perguntou: Compreendes o que vens lendo?
31 Hij antwoordde: “Hoe zou ik dat kunnen zonder dat iemand mij uitleg geeft?” En hij stond erop dat Filippus zou instappen en bij hem zou komen zitten.
31 Ele respondeu: Como poderei entender, se alguém não me explicar? E convidou Filipe a subir e a sentar-se junto a ele.
32 Hij was het volgende Schriftgedeelte aan het lezen:
32 Ora, a passagem da Escritura que estava lendo era esta: Foi levado como ovelha ao matadouro; e, como um cordeiro mudo perante o seu tosquiador, assim ele não abriu a boca.
33 — ausente —
33 Na sua humilhação, lhe negaram justiça; quem lhe poderá descrever a geração? Porque da terra a sua vida é tirada.
34 De eunuch vroeg aan Filippus: “Mag ik u vragen over wie de profeet het hier heeft? Over zichzelf of iemand anders?”
34 Então, o eunuco disse a Filipe: Peço-te que me expliques a quem se refere o profeta. Fala de si mesmo ou de algum outro?
35 Filippus begon te vertellen en met dit Schriftgedeelte als uitgangspunt verkondigde hij hem het evangelie van Jezus.
35 Então, Filipe explicou; e, começando por esta passagem da Escritura, anunciou-lhe a Jesus.
36 Terwijl ze nog onderweg waren, kwamen ze bij water. De eunuch zei: “Kijk, water! Wat zou mij ervan weerhouden om gedoopt te worden?”
36 Seguindo eles caminho fora, chegando a certo lugar onde havia água, disse o eunuco: Eis aqui água; que impede que seja eu batizado?
37 — ausente —
37 [Filipe respondeu: É lícito, se crês de todo o coração. E, respondendo ele, disse: Creio que Jesus Cristo é o Filho de Deus.]
38 Hij liet de wagen tot stilstand brengen, ze gingen allebei het water in en Filippus doopte de eunuch.
38 Então, mandou parar o carro, ambos desceram à água, e Filipe batizou o eunuco.
39 En toen ze uit het water kwamen, nam de Geest van de Heer Filippus weg. De eunuch zag hem niet meer, en hij vervolgde zijn reis vol vreugde.
39 Quando saíram da água, o Espírito do Senhor arrebatou a Filipe, não o vendo mais o eunuco; e este foi seguindo o seu caminho, cheio de júbilo.
40 Filippus bleek in Azotus te zijn. Hij verkondigde het evangelie in alle steden waar hij langstrok, totdat hij in Caesarea aankwam.
40 Mas Filipe veio a achar-se em Azoto; e, passando além, evangelizava todas as cidades até chegar a Cesareia.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 8, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.