Atos 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Op een dag waren Petrus en Johannes onderweg naar het tempelterrein. Het was 3 uur 's middags, de tijd van het gebed.
1 Pedro e João subiam juntos ao templo à hora da oração, a nona.
2 Ook werd er een man daarheen gedragen, die vanaf zijn geboorte aan zijn voeten verlamd was. Hij werd elke dag naar de tempelpoort gebracht die Schone Poort heet, zodat hij om aalmoezen kon vragen aan de mensen die het tempelterrein opgingen.
2 E era trazido um varão que desde o ventre de sua mãe era coxo, o qual todos os dias punham à porta do templo chamada Formosa, para pedir esmola aos que entravam.
3 Toen hij zag dat Petrus en Johannes het tempelterrein zouden opgaan, vroeg hij hen om een aalmoes.
3 Ele, vendo a Pedro e a João, que iam entrando no templo, pediu que lhe dessem uma esmola.
4 Petrus en Johannes keken hem in de ogen en Petrus zei: “Kijk ons eens aan.”
4 E Pedro, com João, fitando os olhos nele, disse: Olha para nós.
5 Hij vestigde zijn aandacht op hen in de verwachting iets van hen te krijgen.
5 E olhou para eles, esperando receber alguma coisa.
6 Toen zei Petrus: “Goud of zilver heb ik niet, maar ik geef je wat ik wel heb. In naam van Jezus Christus van Nazaret: sta op en wandel!”
6 E disse Pedro: Não tenho prata nem ouro, mas o que tenho, isso te dou. Em nome de Jesus Cristo, o Nazareno, levanta-te e anda.
7 Hij greep hem bij zijn rechterhand en hielp hem overeind. Op hetzelfde moment werden zijn voeten en enkels gezond.
7 E, tomando-o pela mão direita, o levantou, e logo os seus pés e tornozelos se firmaram.
8 Hij sprong op, ging overeind staan en begon te stappen. Toen ging hij met hen het tempelterrein op, waar hij rondwandelde, sprong en God prees.
8 E, saltando ele, pôs-se em pé, e andou, e entrou com eles no templo, andando, e saltando, e louvando a Deus.
9 Alle mensen die daar waren, zagen hem wandelen en God prijzen.
9 E todo o povo o viu andar e louvar a Deus;
10 Ze herkenden hem als de man die altijd om aalmoezen vroeg bij de Schone Poort van de tempel, en ze waren vol verwondering en verbijstering over wat er met hem was gebeurd.
10 e conheciam-no, pois era ele o que se assentava a pedir esmola à Porta Formosa do templo; e ficaram cheios de pasmo e assombro pelo que lhe acontecera.
11 Terwijl hij zich aan Petrus en Johannes vastklampte, stroomden alle mensen die daar waren nieuwsgierig naar hen toe, op de plaats die de Zuilengalerij van Salomo heet.
11 E, apegando-se ele a Pedro e João, todo o povo correu atônito para junto deles no alpendre chamado de Salomão.
12 Toen Petrus dat zag, sprak hij de mensen toe: “Israëlieten, waarom verbazen jullie je hierover en waarom staren jullie ons aan alsof het door onze kracht of godsdienstigheid is dat deze man nu kan wandelen?
12 E, quando Pedro viu isto, disse ao povo: Varões israelitas, por que vos maravilhais disto? Ou, por que olhais tanto para nós, como se por nossa própria virtude ou santidade fizéssemos andar este homem?
13 De God van Abraham, Isaak en Jakob, de God van onze voorvaders, heeft zijn dienaar Jezus verheerlijkt, die door jullie was uitgeleverd en afgewezen voor de ogen van Pilatus, zelfs toen die Hem wilde vrijlaten.
13 O Deus de Abraão, e de Isaque, e de Jacó, o Deus de nossos pais, glorificou a seu Filho Jesus, a quem vós entregastes e perante a face de Pilatos negastes, tendo ele determinado que fosse solto.
14 Jullie hebben de Heilige en Rechtvaardige afgewezen en vroegen om gratie voor een moordenaar.
14 Mas vós negastes o Santo e o Justo e pedistes que se vos desse um homem homicida.
15 Jullie hebben de Gever van het leven vermoord, maar God heeft Hem uit de dood doen verrijzen, en wij zijn daarvan getuige.
15 E matastes o Príncipe da vida, ao qual Deus ressuscitou dos mortos, do que nós somos testemunhas.
16 Op basis van het geloof in de kracht van Jezus is deze man, die jullie zien en kennen, sterk geworden. Het is dankzij de kracht van Jezus en het geloof dat Hij schenkt, dat deze man volkomen gezond is geworden in het bijzijn van jullie allen.
16 E, pela fé no seu nome, fez o seu nome fortalecer a este que vedes e conheceis; e a fé que é por ele deu a este, na presença de todos vós, esta perfeita saúde.
17 Volksgenoten, ik weet dat jullie – en ook jullie leiders – uit onwetendheid hebben gehandeld.
17 E agora, irmãos, eu sei que o fizestes por ignorância, como também os vossos príncipes.
18 Maar zo heeft God vervuld wat Hij vooraf had aangekondigd bij monde van alle profeten, namelijk dat zijn Messias zou lijden.
18 Mas Deus assim cumpriu o que já dantes pela boca de todos os seus profetas havia anunciado: que o Cristo havia de padecer.
19 Kom dus tot inkeer en bekering, opdat jullie zonden worden uitgewist
19 Arrependei-vos, pois, e convertei-vos, para que sejam apagados os vossos pecados, e venham, assim, os tempos do refrigério pela presença do Senhor.
20 en opdat de Heer tijden van rust zal geven en Hij de Messias zal zenden, die reeds voor jullie is aangesteld: Jezus.
20 E envie ele a Jesus Cristo, que já dantes vos foi pregado,
21 Jezus moet in de hemel blijven tot het tijdstip waarop God alle dingen herstelt, zoals Hij lang geleden bij monde van de heilige profeten heeft beloofd.
21 o qual convém que o céu contenha até aos tempos da restauração de tudo, dos quais Deus falou pela boca de todos os seus santos profetas, desde o princípio.
22 Mozes zei immers al: ‘De Heer jullie God zal uit jullie eigen mensen een profeet voor jullie doen opstaan die is zoals ik; luister naar alles wat Hij jullie vertelt.
22 Porque Moisés disse: O Senhor, vosso Deus, levantará dentre vossos irmãos um profeta semelhante a mim; a ele ouvireis em tudo quanto vos disser.
23 Ieder die niet naar die profeet luistert, zal uit het volk worden verwijderd.’
23 E acontecerá que toda alma que não escutar esse profeta será exterminada dentre o povo.
24 En inderdaad hebben alle profeten, vanaf Samuel en zijn opvolgers, in hun uitspraken de huidige periode aangekondigd.
24 E todos os profetas, desde Samuel, todos quantos depois falaram, também anunciaram estes dias.
25 Jullie zijn de erfgenamen van de profeten en van het verbond dat God met jullie voorouders heeft gesloten. Hij zei tegen Abraham: ‘Door jouw afstammelingen zullen alle volken op aarde worden gezegend.’
25 Vós sois os filhos dos profetas e do concerto que Deus fez com nossos pais, dizendo a Abraão: Na tua descendência serão benditas todas as famílias da terra.
26 Nu God zijn dienaar heeft doen verrijzen, heeft Hij Hem eerst naar jullie gezonden om jullie te zegenen door elk van jullie van zijn slechte levenswandel af te brengen.”
26 Ressuscitando Deus a seu Filho Jesus, primeiro o enviou a vós, para que nisso vos abençoasse, e vos desviasse, a cada um, das vossas maldades.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.