Atos 27

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Nadat besloten was dat we naar Italië zouden varen, werden Paulus en enkele andere gevangenen overgedragen aan een centurio die Julius heette; hij was van de keizerlijke afdeling.
1 Como se determinou que havíamos de navegar para a Itália, entregaram Paulo e alguns outros presos a um centurião por nome Júlio, da Coorte Augusta.
2 We gingen aan boord van een schip uit Adramyttium dat de havens aan de kust van Asia zou aandoen en voeren weg. Aristarchus, een Macedoniër uit Tessalonica, was bij ons.
2 E, embarcando nós em um navio adramitino, partimos navegando pelos lugares da costa da Ásia, estando conosco Aristarco, macedônio de Tessalônica.
3 De volgende dag kwamen we aan in de haven van Sidon. Julius behandelde Paulus vriendelijk en liet toe dat hij zijn vrienden bezocht om zich door hen te laten verzorgen.
3 E chegamos no dia seguinte a Sidom, e Júlio, tratando Paulo humanamente, lhe permitiu ir ver os amigos, para que cuidassem dele.
4 We vervolgden onze zeereis en voeren Cyprus aan de beschutte kant voorbij, omdat we de wind tegen hadden.
4 E, partindo dali, fomos navegando abaixo de Chipre, porque os ventos eram contrários.
5 Nadat we de open zee bij Cilicië en Pamfylië waren overgestoken, kwamen we aan bij Myra in Lycië.
5 E, tendo atravessado o mar ao longo da Cilícia e Panfília, chegamos a Mirra, na Lícia.
6 Daar vond de centurio een Alexandrijns schip dat naar Italië zou gaan en hij scheepte ons in.
6 Achando ali o centurião um navio de Alexandria, que navegava para a Itália, nos fez embarcar nele.
7 We vorderden traag en met moeite; het was pas na vele dagen dat we Knidus bereikten. En omdat we de wind tegen hadden, voeren we Kreta aan de beschutte kant, de kant van Salmone, voorbij.
7 E, como por muitos dias navegássemos vagarosamente, havendo chegado apenas defronte de Cnido, não nos permitindo o vento ir mais adiante, navegamos abaixo de Creta, junto de Salmona.
8 We voeren het met moeite voorbij en kwamen bij een plaats die Schone Haven heet, vlak bij Lasea.
8 E, costeando-a dificilmente, chegamos a um lugar chamado Bons Portos, perto do qual estava a cidade de Laseia.
9 Omdat er zoveel tijd was verlopen en de vastenperiode ook al voorbij was, werd het gevaarlijk om verder te varen. Paulus waarschuwde:
9 Passado muito tempo, e sendo já perigosa a navegação, pois também o jejum já tinha passado, Paulo os admoestava,
10 “Mannen, ik voorzie dat onze zeereis met moeilijkheden en veel verlies gepaard zal gaan, en niet alleen voor de lading en het schip. Ook onze levens staan op het spel.”
10 dizendo-lhes: Varões, vejo que a navegação há de ser incômoda e com muito dano, não só para o navio e a carga, mas também para a nossa vida.
11 In plaats van Paulus' woorden ter harte te nemen, liet de centurio zich overtuigen door de stuurman en de eigenaar van het schip.
11 Mas o centurião cria mais no piloto e no mestre do que no que dizia Paulo.
12 En omdat de haven niet geschikt was om er te overwinteren, werd door de meerderheid besloten om verder te varen en te kijken of ze Fenix konden bereiken om daar te overwinteren. Fenix is een haven op Kreta met uitzicht op het zuid- en het noordwesten.
12 E, como aquele porto não era cômodo para invernar, os mais deles foram de parecer que se partisse dali para ver se podiam chegar a Fenice, que é um porto de Creta que olha para a banda do vento da África e do Coro, e invernar ali.
13 Dus toen er een zachte zuidenwind opstak, dachten ze dat het wel zou lukken. Ze lichtten het anker en voeren dicht langs de kust van Kreta verder.
13 E, soprando o vento sul brandamente, lhes pareceu terem já o que desejavam, e, fazendo-se de vela, foram de muito perto costeando Creta.
14 Maar kort daarna stak vanaf het eiland een zware stormwind op, die Eurakylon wordt genoemd.
14 Mas, não muito depois, deu nela um pé de vento, chamado Euroaquilão.
15 Omdat het schip werd meegesleurd en de kop niet in de wind kon houden, gaven we ons gewonnen en lieten we ons meedrijven.
15 E, sendo o navio arrebatado e não podendo navegar contra o vento, dando de mão a tudo, nos deixamos ir à toa.
16 We voeren langs de beschutte kant van een eilandje dat Kauda heet, waar we met moeite de sloep onder controle konden krijgen.
16 E, correndo abaixo de uma pequena ilha chamada Cauda, apenas pudemos ganhar o batel.
17 De bemanningsleden hesen hem aan boord en verstevigden de romp van het schip met touwen. Omdat ze bang waren om bij Syrtis vast te lopen, wierpen ze het drijfanker uit en lieten ze het schip drijven.
17 E, levado este para cima, usaram de todos os meios, cingindo o navio; e, temendo darem à costa na Sirte, amainadas as velas, assim foram à toa.
18 De storm ging zo hard tekeer dat ze de volgende dag lading overboord gooiden.
18 Andando nós agitados por uma veemente tempestade, no dia seguinte, aliviaram o navio.
19 En op de derde dag gooiden ze eigenhandig het scheepstuig overboord.
19 E, ao terceiro dia, nós mesmos, com as próprias mãos, lançamos ao mar a armação do navio.
20 Dagenlang zagen we geen licht van de zon of de sterren. De storm bleef woeden en we hadden geen enkele hoop op redding meer.
20 E, não aparecendo, havia já muitos dias, nem sol nem estrelas, e caindo sobre nós uma não pequena tempestade, fugiu-nos toda a esperança de nos salvarmos.
21 Nadat er aan boord lange tijd niet was gegeten, ging Paulus tussen de bemanningsleden staan en zei: “Mannen, jullie hadden naar mij moeten luisteren en niet uit Kreta moeten vertrekken. Dan waren deze moeilijkheden en dit verlies jullie bespaard gebleven.
21 Havendo já muito que se não comia, então, Paulo, pondo-se em pé no meio deles, disse: Fora, na verdade, razoável, ó varões, ter-me ouvido a mim e não partir de Creta, e assim evitariam este incômodo e esta perdição.
22 Maar nu spoor ik jullie aan om moed te houden, want geen van jullie zal zijn leven verliezen. Alleen het schip zal vergaan.
22 Mas, agora, vos admoesto a que tenhais bom ânimo, porque não se perderá a vida de nenhum de vós, mas somente o navio.
23 Vannacht kwam er namelijk een engel van de God aan wie ik toebehoor en die ik vereer, bij mij staan.
23 Porque, esta mesma noite, o anjo de Deus, de quem eu sou e a quem sirvo, esteve comigo,
24 Hij zei: ‘Wees niet bang, Paulus, je moet voor de keizer terechtstaan en God zal, als een gunst aan jou, al je medeopvarenden in leven houden.’
24 dizendo: Paulo, não temas! Importa que sejas apresentado a César, e eis que Deus te deu todos quantos navegam contigo.
25 Daarom, mannen, houd moed, want ik vertrouw erop dat God zal zorgen dat het precies zo zal verlopen als mij verteld is.
25 Portanto, ó varões, tende bom ânimo! Porque creio em Deus que há de acontecer assim como a mim me foi dito.
26 Maar we moeten stranden bij een eiland.”
26 É, contudo, necessário irmos dar numa ilha.
27 Toen brak de veertiende nacht aan. We waren nog altijd op drift in de Adriatische Zee, maar midden in de nacht vermoedden de bemanningsleden dat we land naderden.
27 Quando chegou a décima quarta noite, sendo impelidos de uma e outra banda no mar Adriático, lá pela meia-noite, suspeitaram os marinheiros que estavam próximos de alguma terra.
28 Ze peilden de diepte: 40 meter. Toen ze iets verder waren gevorderd, peilden ze opnieuw: 30 meter.
28 E, lançando o prumo, acharam vinte braças; passando um pouco mais adiante, tornando a lançar o prumo, acharam quinze braças.
29 Omdat ze bang waren dat we op de klippen zouden lopen, wierpen ze vier ankers uit van de achtersteven en ze baden dat het licht zou worden.
29 E, temendo ir dar em alguns rochedos, lançaram da popa quatro âncoras, desejando que viesse o dia.
30 De bemanning wilde van het schip ontsnappen en liet de sloep in zee zakken onder het voorwendsel dat ze vanaf de voorsteven ankers wilden uitwerpen.
30 Procurando, porém, os marinheiros fugir do navio e tendo já deitado o batel ao mar, como que querendo lançar as âncoras pela proa,
31 Maar Paulus zei tegen de centurio en de soldaten: “Als zij niet aan boord blijven, kunnen jullie niet worden gered.”
31 disse Paulo ao centurião e aos soldados: Se estes não ficarem no navio, não podereis salvar-vos.
32 Daarom kapten de soldaten de touwen van de sloep door en lieten ze die wegdrijven.
32 Então, os soldados cortaram os cabos do batel e o deixaram cair.
33 Vlak voordat het licht werd, spoorde Paulus iedereen aan om te eten. Hij zei: “Vandaag is al de veertiende dag dat jullie afwachten zonder te eten en doorwerken zonder een maaltijd te nuttigen.
33 E, enquanto o dia vinha, Paulo exortava a todos a que comessem alguma coisa, dizendo: É já hoje o décimo quarto dia que esperais e permaneceis sem comer, não havendo provado nada.
34 Daarom raad ik jullie aan om te eten, want dat hebben jullie nodig om te overleven. Niemand van jullie zal zelfs maar een hoofdhaar verliezen.”
34 Portanto, exorto-vos a que comais alguma coisa, pois é para a vossa saúde; porque nem um cabelo cairá da cabeça de qualquer de vós.
35 Nadat hij dit had gezegd, nam hij brood, dankte God waar ze allen bij waren, brak het en begon te eten.
35 E, havendo dito isto, tomando o pão, deu graças a Deus na presença de todos e, partindo- o, começou a comer.
36 Ze raakten er allen door bemoedigd en begonnen zelf ook te eten.
36 E, tendo já todos bom ânimo, puseram-se também a comer.
37 We waren in totaal met 276 opvarenden.
37 E éramos ao todo no navio duzentas e setenta e seis almas.
38 Toen ze voldoende hadden gegeten, maakten ze het schip lichter door het graan in zee te gooien.
38 Refeitos com a comida, aliviaram o navio, lançando o trigo ao mar.
39 Toen het licht werd, herkenden ze het land niet. Wel zagen ze een inham met een strand en besloten ze een poging te wagen het schip daar te laten vastlopen.
39 E, sendo já dia, não reconheceram a terra; enxergaram, porém, uma enseada que tinha praia e consultaram-se sobre se deveriam encalhar nela o navio.
40 Ze maakten de ankers los en lieten die in de zee achter. Tegelijkertijd maakten ze de touwen los waarmee het dubbelroer was vastgezet. Toen hesen ze het voorzeil en zetten ze voor de wind koers naar het strand.
40 Levantando as âncoras, deixaram-no ir ao mar, largando também as amarras do leme; e, alçando a vela maior ao vento, dirigiram-se para a praia.
41 Het schip kwam in ondiep water terecht en ze lieten het vastlopen. De voorsteven kwam onwrikbaar vast te zitten, maar door de kracht van de golven begon de achtersteven te breken.
41 Dando, porém, num lugar de dois mares, encalharam ali o navio; e, fixa a proa, ficou imóvel, mas a popa abria-se com a força das ondas.
42 De soldaten waren van plan de gevangenen te doden om te voorkomen dat er iemand zwemmend zou ontsnappen.
42 Então, a ideia dos soldados foi que matassem os presos para que nenhum fugisse, escapando a nado.
43 Maar de centurio wilde Paulus sparen en weerhield hen van hun plan. Hij beval dat wie kon zwemmen, het eerst overboord zou springen om aan land te gaan.
43 Mas o centurião, querendo salvar a Paulo, lhes estorvou este intento; e mandou que os que pudessem nadar se lançassem primeiro ao mar e se salvassem em terra;
44 De rest zou volgen op planken of andere stukken van het schip. En zo kwam iedereen veilig aan land.
44 e os demais, uns em tábuas e outros em coisas do navio. E assim aconteceu que todos chegaram à terra, a salvo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 27, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.