Atos 26

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Agrippa zei tegen Paulus: “U mag voor uzelf pleiten.” Paulus maakte een handgebaar en verdedigde zichzelf als volgt:
1 A seguir, Agripa, dirigindo-se a Paulo, disse: É permitido que uses da palavra em tua defesa. Então, Paulo, estendendo a mão, passou a defender-se nestes termos:
2 “Koning Agrippa, ik prijs mezelf gelukkig dat ik mij vandaag tegenover u mag verdedigen voor alles waarvan ik door de Joodse mensen word beschuldigd,
2 Tenho-me por feliz, ó rei Agripa, pelo privilégio de, hoje, na tua presença, poder produzir a minha defesa de todas as acusações feitas contra mim pelos judeus;
3 vooral omdat u goed bekend bent met alle Joodse gebruiken en twistpunten. Daarom verzoek ik u, mij geduldig aan te horen.
3 mormente porque és versado em todos os costumes e questões que há entre os judeus; por isso, eu te peço que me ouças com paciência.
4 Alle Joodse mensen weten hoe ik van kinds af aan heb geleefd, eerst in mijn eigen land en later ook in Jeruzalem.
4 Quanto à minha vida, desde a mocidade, como decorreu desde o princípio entre o meu povo e em Jerusalém, todos os judeus a conhecem;
5 Zij kennen mij al lang, en als ze daartoe bereid zijn kunnen ze bevestigen dat ik als een farizeeër heb geleefd, dus volgens de strengste stroming binnen onze religie.
5 pois, na verdade, eu era conhecido deles desde o princípio, se assim o quiserem testemunhar, porque vivi fariseu conforme a seita mais severa da nossa religião.
6 En nu sta ik terecht omdat ik verwacht dat God zijn belofte aan onze voorouders zal waarmaken.
6 E, agora, estou sendo julgado por causa da esperança da promessa que por Deus foi feita a nossos pais,
7 Onze twaalf stammen vereren God dag en nacht terwijl ze de vervulling van die belofte verwachten. Het is omwille van die verwachting, majesteit, dat ik door de Joodse mensen word beschuldigd.
7 a qual as nossas doze tribos, servindo a Deus fervorosamente de noite e de dia, almejam alcançar; é no tocante a esta esperança, ó rei, que eu sou acusado pelos judeus.
8 Waarom vinden jullie het zo ongeloofwaardig dat God doden doet verrijzen?
8 Por que se julga incrível entre vós que Deus ressuscite os mortos?
9 Vroeger dacht ik dat ik de naam van Jezus van Nazaret krachtig moest bestrijden.
9 Na verdade, a mim me parecia que muitas coisas devia eu praticar contra o nome de Jesus, o Nazareno;
10 En dat heb ik ook gedaan! Ik heb in Jeruzalem veel mensen die in Jezus geloofden in de gevangenis laten opsluiten, want ik had daarvoor de bevoegdheid gekregen van de hoofdpriesters. Ook stemde ik voor de doodstraf voor die mensen.
10 e assim procedi em Jerusalém. Havendo eu recebido autorização dos principais sacerdotes, encerrei muitos dos santos nas prisões; e contra estes dava o meu voto, quando os matavam.
11 Vaak ben ik alle synagogen langsgegaan om hen met geweld te dwingen hun geloof af te zweren. Ik ging verschrikkelijk tegen hen tekeer en vervolgde hen tot in steden buiten ons land.
11 Muitas vezes, os castiguei por todas as sinagogas, obrigando-os até a blasfemar. E, demasiadamente enfurecido contra eles, mesmo por cidades estranhas os perseguia.
12 Maar toen ik in dat kader naar Damascus ging, met de instemming van de hoofdpriesters en door hen gemandateerd,
12 Com estes intuitos, parti para Damasco, levando autorização dos principais sacerdotes e por eles comissionado.
13 zag ik onderweg, o majesteit, midden op de dag een licht uit de hemel dat feller was dan de zon en dat mij en mijn reisgenoten omstraalde.
13 Ao meio-dia, ó rei, indo eu caminho fora, vi uma luz no céu, mais resplandecente que o sol, que brilhou ao redor de mim e dos que iam comigo.
14 We vielen allemaal op de grond en ik hoorde een stem die in het Aramees tegen mij zei: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Je doet jezelf pijn door je tegen Mij te verzetten.’
14 E, caindo todos nós por terra, ouvi uma voz que me falava em língua hebraica: Saulo, Saulo, por que me persegues? Dura coisa é recalcitrares contra os aguilhões.
15 Ik vroeg: ‘Wie bent U, Heer?’ En de Heer zei: ‘Ik ben Jezus, degene die jij vervolgt.
15 Então, eu perguntei: Quem és tu, Senhor? Ao que o Senhor respondeu: Eu sou Jesus, a quem tu persegues.
16 Kom overeind en ga op je voeten staan, want Ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar en als getuige van wat Ik je heb laten zien en van hetgeen Ik je nog ga tonen.
16 Mas levanta-te e firma-te sobre teus pés, porque por isto te apareci, para te constituir ministro e testemunha, tanto das coisas em que me viste como daquelas pelas quais te aparecerei ainda,
17 Ik zal je beschermen tegen je volksgenoten, maar ook tegen de niet-Joden naar wie ik je toe stuur
17 livrando-te do povo e dos gentios, para os quais eu te envio,
18 om hun ogen te openen en hen uit het donker naar het licht te leiden, en uit de macht van de satan naar God. Daardoor zullen zij vergeving van zonden ontvangen en voor altijd deel mogen uitmaken van de mensen die door hun geloof in Mij heilig zijn geworden.’
18 para lhes abrires os olhos e os converteres das trevas para a luz e da potestade de Satanás para Deus, a fim de que recebam eles remissão de pecados e herança entre os que são santificados pela fé em mim.
19 Sindsdien, koning Agrippa, ben ik altijd gehoorzaam geweest aan dat hemelse visioen.
19 Pelo que, ó rei Agripa, não fui desobediente à visão celestial,
20 Ik heb eerst aan de inwoners van Damascus, en dan in Jeruzalem en het gebied Judea, en zelfs aan niet-Joden verkondigd dat ze tot inkeer moeten komen, zich tot God moeten bekeren en moeten handelen overeenkomstig hun inkeer.
20 mas anunciei primeiramente aos de Damasco e em Jerusalém, por toda a região da Judeia, e aos gentios, que se arrependessem e se convertessem a Deus, praticando obras dignas de arrependimento.
21 Daarom hebben enkele Joodse mensen mij in de tempel opgepakt en geprobeerd mij om te brengen.
21 Por causa disto, alguns judeus me prenderam, estando eu no templo, e tentaram matar-me.
22 Tot de dag van vandaag heb ik echter altijd steun van God ontvangen. Ik sta hier en leg getuigenis af aan de mensen, zowel de aanzienlijken als de eenvoudigen. Ik vertel niets waarvan niet reeds door de profeten en Mozes was gezegd dat het ging gebeuren,
22 Mas, alcançando socorro de Deus, permaneço até ao dia de hoje, dando testemunho, tanto a pequenos como a grandes, nada dizendo, senão o que os profetas e Moisés disseram haver de acontecer,
23 namelijk dat de Messias zou moeten lijden en dat Hij als eerste van de doden zou verrijzen om aan zowel ons volk als aan de niet-Joden het licht te verkondigen.”
23 isto é, que o Cristo devia padecer e, sendo o primeiro da ressurreição dos mortos, anunciaria a luz ao povo e aos gentios.
24 Paulus was nog met deze verdedigingsrede bezig, toen Festus uitriep: “Je bent gek, Paulus, al dat studeren heeft je gek gemaakt.”
24 Dizendo ele estas coisas em sua defesa, Festo o interrompeu em alta voz: Estás louco, Paulo! As muitas letras te fazem delirar!
25 Paulus antwoordde: “Ik ben niet gek, hoogedele Festus, de woorden die ik spreek zijn waar en doordacht.
25 Paulo, porém, respondeu: Não estou louco, ó excelentíssimo Festo! Pelo contrário, digo palavras de verdade e de bom senso.
26 En de koning is met deze dingen bekend. Daarom spreek ik hem vrijmoedig toe, want ik ben ervan overtuigd dat niets hiervan hem is ontgaan, want ze hebben zich niet in een uithoek afgespeeld.
26 Porque tudo isto é do conhecimento do rei, a quem me dirijo com franqueza, pois estou persuadido de que nenhuma destas coisas lhe é oculta; porquanto nada se passou em algum lugar escondido.
27 Koning Agrippa, u gelooft toch de profeten? Ik weet dat u ze gelooft.”
27 Acreditas, ó rei Agripa, nos profetas? Bem sei que acreditas.
28 Agrippa zei tegen Paulus: “Ga je straks proberen mij te overtuigen om christen te worden?”
28 Então, Agripa se dirigiu a Paulo e disse: Por pouco me persuades a me fazer cristão.
29 En Paulus zei: “Ik zou God willen vragen dat – straks of later – niet alleen u maar ook alle mensen die mij vandaag horen, mogen worden zoals ik, maar dan zonder deze boeien.”
29 Paulo respondeu: Assim Deus permitisse que, por pouco ou por muito, não apenas tu, ó rei, porém todos os que hoje me ouvem se tornassem tais qual eu sou, exceto estas cadeias.
30 De koning stond op, en ook de gouverneur, Bernice en de anderen die de zitting hadden bijgewoond.
30 A essa altura, levantou-se o rei, e também o governador, e Berenice, bem como os que estavam assentados com eles;
31 Ze verlieten de zaal en zeiden tegen elkaar: “Deze man heeft niets gedaan waarop de dood of gevangenisstraf staat.”
31 e, havendo-se retirado, falavam uns com os outros, dizendo: Este homem nada tem feito passível de morte ou de prisão.
32 Agrippa zei tegen Festus: “Deze man had nu kunnen worden vrijgelaten als hij zich niet op de keizer had beroepen.”
32 Então, Agripa se dirigiu a Festo e disse: Este homem bem podia ser solto, se não tivesse apelado para César.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 26, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.