Atos 21

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Nadat we ons van hen hadden losgemaakt, voeren we weg. We zetten rechtstreeks koers naar Kos, de volgende dag naar Rhodos en daarvandaan naar Patara.
1 Depois de nos apartarmos, fizemo-nos à vela e, correndo em direitura, chegamos a Cós; no dia seguinte, a Rodes, e dali, a Pátara.
2 Daar vonden we een schip dat naar Fenicië zou oversteken, gingen aan boord en voeren weg.
2 Achando um navio que ia para a Fenícia, embarcamos nele, seguindo viagem.
3 Nadat we Cyprus hadden zien liggen en aan de zuidkant waren gepasseerd, voeren we verder naar Syrië en meerden we aan in Tyrus. Daar moest de lading van het schip worden gelost.
3 Quando Chipre já estava à vista, deixando-a à esquerda, navegamos para a Síria e chegamos a Tiro; pois o navio devia ser descarregado ali.
4 We zochten in Tyrus de volgelingen van Jezus op en bleven daar zeven dagen. Door toedoen van de Geest zeiden zij tegen Paulus dat hij niet naar Jeruzalem moest gaan.
4 Encontrando os discípulos, permanecemos lá durante sete dias; e eles, movidos pelo Espírito, recomendavam a Paulo que não fosse a Jerusalém.
5 Maar toen onze tijd daar voorbij was, vertrokken we om onze reis te vervolgen. Ze vergezelden ons allemaal, met hun vrouwen en kinderen, tot buiten de stad. Op het strand knielden we neer om te bidden.
5 Passados aqueles dias, tendo-nos retirado, prosseguimos viagem, acompanhados por todos, cada um com sua mulher e filhos, até fora da cidade; ajoelhados na praia, oramos.
6 We namen afscheid van elkaar en wij gingen aan boord van het schip, terwijl zij naar huis terugkeerden.
6 E, despedindo-nos uns dos outros, então, embarcamos; e eles voltaram para casa.
7 Vanuit Tyrus vervolgden we onze zeereis tot we in Ptolemaïs aankwamen. Daar begroetten we de christenen en bleven we een dag bij hen.
7 Quanto a nós, concluindo a viagem de Tiro, chegamos a Ptolemaida, onde saudamos os irmãos, passando um dia com eles.
8 De volgende dag vertrokken we en kwamen we aan in Caesarea. Daar gingen we naar het huis van Filippus de Evangelist, – hij was een van de Zeven – en bleven bij hem logeren.
8 No dia seguinte, partimos e fomos para Cesareia; e, entrando na casa de Filipe, o evangelista, que era um dos sete, ficamos com ele.
9 Hij had vier ongehuwde dochters met de gave van profetie.
9 Tinha este quatro filhas donzelas, que profetizavam.
10 We waren er al een aantal dagen, toen er een profeet uit Judea kwam die Agabus heette.
10 Demorando-nos ali alguns dias, desceu da Judeia um profeta chamado Ágabo;
11 Hij kwam naar ons toe, nam Paulus' riem, bond daarmee zijn eigen voeten en handen vast en zei: “De Heilige Geest zegt: ‘De Joden in Jeruzalem zullen de man van wie deze riem is vastbinden en hem aan de niet-Joden uitleveren.’”
11 e, vindo ter conosco, tomando o cinto de Paulo, ligando com ele os próprios pés e mãos, declarou: Isto diz o Espírito Santo: Assim os judeus, em Jerusalém, farão ao dono deste cinto e o entregarão nas mãos dos gentios.
12 Toen we dat hoorden, drongen zowel wijzelf als de christenen van Caesarea er bij Paulus op aan niet naar Jeruzalem te gaan.
12 Quando ouvimos estas palavras, tanto nós como os daquele lugar, rogamos a Paulo que não subisse a Jerusalém.
13 Maar Paulus antwoordde: “Waarom wenen jullie en maken jullie mij zo treurig? Ik ben niet alleen bereid in Jeruzalem te worden vastgebonden, maar ook omwille van de Heer Jezus te sterven.”
13 Então, ele respondeu: Que fazeis chorando e quebrantando-me o coração? Pois estou pronto não só para ser preso, mas até para morrer em Jerusalém pelo nome do Senhor Jesus.
14 Toen hij zich niet liet overreden, gaven we het op. We zeiden: “Laat gebeuren wat de Heer wil.”
14 Como, porém, não o persuadimos, conformados, dissemos: Faça-se a vontade do Senhor!
15 Na die periode troffen we voorbereidingen en reisden we naar Jeruzalem.
15 Passados aqueles dias, tendo feito os preparativos, subimos para Jerusalém;
16 Enkele volgelingen van Jezus uit Caesarea kwamen met ons mee. Zij brachten ons bij Mnason, een Cyprioot en een van de eerste volgelingen van Jezus. Bij hem mochten we logeren.
16 e alguns dos discípulos também vieram de Cesareia conosco, trazendo consigo Mnasom, natural de Chipre, velho discípulo, com quem nos deveríamos hospedar.
17 Bij onze aankomst in Jeruzalem ontvingen de christenen ons met vreugde.
17 Tendo nós chegado a Jerusalém, os irmãos nos receberam com alegria.
18 De volgende dag gingen wij met Paulus mee naar Jakobus. Ook alle oudsten waren daar.
18 No dia seguinte, Paulo foi conosco encontrar-se com Tiago, e todos os presbíteros se reuniram.
19 Paulus begroette hen en vertelde gedetailleerd over de dingen die God door zijn bediening had gedaan onder de niet-Joden.
19 E, tendo-os saudado, contou minuciosamente o que Deus fizera entre os gentios por seu ministério.
20 Nadat ze hem hadden aangehoord, verheerlijkten ze God. Toen zeiden ze tegen Paulus: “Broer, je ziet hoeveel duizenden Joden tot geloof zijn gekomen en dat zij allen nauwgezet de Wet naleven.
20 Ouvindo-o, deram eles glória a Deus e lhe disseram: Bem vês, irmão, quantas dezenas de milhares há entre os judeus que creram, e todos são zelosos da lei;
21 Er is hun over jou verteld dat je alle Joden in niet-Joodse gebieden leert om Mozes ontrouw te zijn door hun kinderen niet te besnijden en de Joodse gebruiken niet na te leven.
21 e foram informados a teu respeito que ensinas todos os judeus entre os gentios a apostatarem de Moisés, dizendo-lhes que não devem circuncidar os filhos, nem andar segundo os costumes da lei.
22 Wat valt hieraan te doen? Ze zullen zeker horen dat je bent gekomen.
22 Que se há de fazer, pois? Certamente saberão da tua chegada.
23 Doe daarom wat wij je vertellen. Wij hebben vier mannen die een plechtige gelofte hebben afgelegd.
23 Faze, portanto, o que te vamos dizer: estão entre nós quatro homens que, voluntariamente, aceitaram voto;
24 Neem hen mee, onderga samen met hen de reinigingsceremonie en betaal hun kosten, zodat ze hun hoofd kunnen laten kaalscheren. Dan zullen alle mensen weten dat de dingen die ze over jou hebben gehoord, niet waar zijn, maar dat je leeft in gehoorzaamheid aan de Wet.
24 toma-os, purifica-te com eles e faze a despesa necessária para que raspem a cabeça; e saberão todos que não é verdade o que se diz a teu respeito; e que, pelo contrário, andas também, tu mesmo, guardando a lei.
25 En wat de niet-Joodse gelovigen betreft, wij hebben hun geschreven over het besluit dat ze zich moeten onthouden van vlees van afgodenoffers, bloed, vlees van verstikte dieren en seksueel wangedrag.”
25 Quanto aos gentios que creram, já lhes transmitimos decisões para que se abstenham das coisas sacrificadas a ídolos, do sangue, da carne de animais sufocados e das relações sexuais ilícitas.
26 Paulus nam de mannen met zich mee. De volgende dag voerden ze de reinigingsceremonie uit en gingen ze naar het tempelterrein om te melden op welke dag de reiniging voltooid zou zijn en voor elk van hen een offer zou worden gebracht.
26 Então, Paulo, tomando aqueles homens, no dia seguinte, tendo-se purificado com eles, entrou no templo, acertando o cumprimento dos dias da purificação, até que se fizesse a oferta em favor de cada um deles.
27 Toen de zeven dagen bijna voorbij waren, zagen de Joden uit Asia Paulus op het tempelterrein. Ze stookten de hele menigte op, grepen hem vast
27 Quando já estavam por findar os sete dias, os judeus vindos da Ásia, tendo visto Paulo no templo, alvoroçaram todo o povo e o agarraram,
28 en riepen: “Israëlieten, help ons! Dit is de man die overal aan alle mensen dingen leert die ingaan tegen ons volk, de Wet en deze plaats. Bovendien heeft hij Grieken het tempelterrein binnengebracht en daardoor dit heiligdom onrein gemaakt.”
28 gritando: Israelitas, socorro! Este é o homem que por toda parte ensina todos a serem contra o povo, contra a lei e contra este lugar; ainda mais, introduziu até gregos no templo e profanou este recinto sagrado.
29 Ze hadden namelijk Trofimus van Efeze met hem in de stad gezien en dachten dat Paulus hem had meegenomen naar het tempelterrein.
29 Pois, antes, tinham visto Trófimo, o efésio, em sua companhia na cidade e julgavam que Paulo o introduzira no templo.
30 De hele stad raakte in rep en roer. De mensen kwamen van alle kanten op hen af, grepen Paulus en sleurden hem het tempelterrein af. Meteen werden de poorten gesloten.
30 Agitou-se toda a cidade, havendo concorrência do povo; e, agarrando a Paulo, arrastaram-no para fora do templo, e imediatamente foram fechadas as portas.
31 Terwijl ze probeerden hem te vermoorden, ontving de tribuun van de legerafdeling het bericht dat heel Jeruzalem in rep en roer was.
31 Procurando eles matá-lo, chegou ao conhecimento do comandante da força que toda a Jerusalém estava amotinada.
32 Hij verzamelde meteen soldaten en centurio's en haastte zich naar hen toe. Toen de mensen de tribuun en de soldaten zagen, hielden ze op Paulus te slaan.
32 Então, este, levando logo soldados e centuriões, correu para o meio do povo. Ao verem chegar o comandante e os soldados, cessaram de espancar Paulo.
33 De tribuun kwam op hem af, arresteerde hem en gaf het bevel om hem met twee ketenen te boeien. Toen vroeg hij wie Paulus was en wat hij had gedaan.
33 Aproximando-se o comandante, apoderou-se de Paulo e ordenou que fosse acorrentado com duas cadeias, perguntando quem era e o que havia feito.
34 Maar de mensen schreeuwden allemaal door elkaar heen en door het tumult kon hij de feiten niet achterhalen. Daarom gaf hij het bevel, Paulus naar de kazerne te brengen.
34 Na multidão, uns gritavam de um modo; outros, de outro; não podendo ele, porém, saber a verdade por causa do tumulto, ordenou que Paulo fosse recolhido à fortaleza.
35 Toen Paulus de trappen had bereikt, moest hij door de soldaten worden gedragen wegens het gedrang van de menigte.
35 Ao chegar às escadas, foi preciso que os soldados o carregassem, por causa da violência da multidão,
36 Er kwam namelijk veel volk achter hen aan, dat “Weg met hem!” schreeuwde.
36 pois a massa de povo o seguia gritando: Mata-o!
37 Op het moment dat Paulus de kazerne zou worden binnengebracht, vroeg hij de tribuun: “Mag ik u iets zeggen?” Hij antwoordde: “Spreekt u Grieks?
37 E, quando Paulo ia sendo recolhido à fortaleza, disse ao comandante: É-me permitido dizer-te alguma coisa? Respondeu ele: Sabes o grego?
38 Bent u dan niet die Egyptenaar die een tijdje geleden in opstand kwam en vierduizend terroristen naar de wildernis heeft geleid?”
38 Não és tu, porventura, o egípcio que, há tempos, sublevou e conduziu ao deserto quatro mil sicários?
39 Paulus zei: “Ik ben een Jood uit Tarsus in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad, en ik verzoek u, geef mij toestemming het volk toe te spreken.”
39 Respondeu-lhe Paulo: Eu sou judeu, natural de Tarso, cidade não insignificante da Cilícia; e rogo-te que me permitas falar ao povo.
40 Toen de tribuun zijn toestemming had gegeven, ging Paulus bovenaan de trappen staan en maakte hij een handgebaar naar het volk. Het werd stil en hij sprak hen als volgt toe in het Aramees:
40 Obtida a permissão, Paulo, em pé na escada, fez com a mão sinal ao povo. Fez-se grande silêncio, e ele falou em língua hebraica, dizendo:

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 21, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.