Atos 13

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 In de kerkgemeenschap in Antiochië bevonden zich profeten en leraars: Barnabas, Simeon die Niger wordt genoemd, Lucius van Cyrene, Manaën die met de tetrarch Herodes was opgegroeid, en Saulus.
1 Havia na igreja de Antioquia profetas e mestres: Barnabé, Simeão, por sobrenome Níger, Lúcio de Cirene, Manaém, colaço de Herodes, o tetrarca, e Saulo.
2 Ze waren de Heer aan het aanbidden en aan het vasten, toen de Heilige Geest zei: “Maak Barnabas en Saulus vrij voor de taak waarvoor Ik hen heb geroepen.”
2 E, servindo eles ao Senhor e jejuando, disse o Espírito Santo: Separai-me, agora, Barnabé e Saulo para a obra a que os tenho chamado.
3 Ze vastten en baden voor hen, legden hun de handen op en stuurden hen op pad.
3 Então, jejuando, e orando, e impondo sobre eles as mãos, os despediram.
4 Barnabas en Saulus, die dus door de Heilige Geest waren uitgezonden, gingen naar Seleucië en voeren daarvandaan naar Cyprus.
4 Enviados, pois, pelo Espírito Santo, desceram a Selêucia e dali navegaram para Chipre.
5 In Salamis aangekomen verkondigden ze het Woord van God in de Joodse synagogen. Ze hadden Johannes bij zich als assistent.
5 Chegados a Salamina, anunciavam a palavra de Deus nas sinagogas judaicas; tinham também João como auxiliar.
6 Ze trokken door het hele eiland, naar Pafos, waar ze een Joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjezus heette.
6 Havendo atravessado toda a ilha até Pafos, encontraram certo judeu, mágico, falso profeta, de nome Barjesus,
7 Hij maakte deel uit van de entourage van de proconsul Sergius Paulus, een verstandig man die Barnabas en Saulus bij zich uitnodigde omdat hij graag naar het Woord van God wilde luisteren.
7 o qual estava com o procônsul Sérgio Paulo, que era homem inteligente. Este, tendo chamado Barnabé e Saulo, diligenciava para ouvir a palavra de Deus.
8 Elymas de magiër – dat is de vertaling van zijn naam – werkte hen echter tegen: hij probeerde de proconsul van het geloof af te houden.
8 Mas opunha-se-lhes Elimas, o mágico (porque assim se interpreta o seu nome), procurando afastar da fé o procônsul.
9 Maar Saulus – ook Paulus genoemd – raakte vervuld van de Heilige Geest, keek Elymas strak aan en zei:
9 Todavia, Saulo, também chamado Paulo, cheio do Espírito Santo, fixando nele os olhos, disse:
10 “Jij duivelszoon vol van allerlei bedrog en sluwheid, vijand van alle gerechtigheid, stop jij dan nooit met het verdraaien van de rechte wegen van de Heer?
10 Ó filho do diabo, cheio de todo o engano e de toda a malícia, inimigo de toda a justiça, não cessarás de perverter os retos caminhos do Senhor?
11 Daarom zal de Heer je straffen: je zal een tijdlang blind zijn en het zonlicht niet zien.” Op hetzelfde moment werd Elymas overvallen door nevel en duisternis en zocht hij al rondtastend naar iemand die hem bij de hand kon leiden.
11 Pois, agora, eis aí está sobre ti a mão do Senhor, e ficarás cego, não vendo o sol por algum tempo. No mesmo instante, caiu sobre ele névoa e escuridade, e, andando à roda, procurava quem o guiasse pela mão.
12 Toen de proconsul zag wat er gebeurd was, was hij zo diep onder de indruk van de leer over de Heer, dat hij tot geloof kwam.
12 Então, o procônsul, vendo o que sucedera, creu, maravilhado com a doutrina do Senhor.
13 Paulus en zijn entourage voeren weg van Pafos. Maar toen ze in Perge in Pamfylië waren aangekomen, verliet Johannes hen om naar Jeruzalem terug te keren.
13 E, navegando de Pafos, Paulo e seus companheiros dirigiram-se a Perge da Panfília. João, porém, apartando-se deles, voltou para Jerusalém.
14 Zij reisden echter vanuit Perge verder naar Antiochië in Pisidië. Daar gingen ze op de sabbat naar de synagoge en namen plaats.
14 Mas eles, atravessando de Perge para a Antioquia da Pisídia, indo num sábado à sinagoga, assentaram-se.
15 Na de voorlezing uit de Wet en de Profeten stuurden de synagogebestuurders iemand naar hen toe om te vragen: “Volksgenoten, als jullie een bemoedigend woord hebben voor de mensen, spreek dan maar.”
15 Depois da leitura da lei e dos profetas, os chefes da sinagoga mandaram dizer-lhes: Irmãos, se tendes alguma palavra de exortação para o povo, dizei-a.
16 Paulus stond op, maakte een handgebaar en zei: “Israëlieten en anderen die ontzag voor God hebben, luister.
16 Paulo, levantando-se e fazendo com a mão sinal de silêncio, disse: Varões israelitas e vós outros que também temeis a Deus, ouvi.
17 De God van ons volk Israël heeft onze voorouders uitverkoren en ons volk machtig gemaakt toen het in het land Egypte verbleef. Met veel machtsvertoon leidde Hij hen weg
17 O Deus deste povo de Israel escolheu nossos pais e exaltou o povo durante sua peregrinação na terra do Egito, donde os tirou com braço poderoso;
18 en in de wildernis verdroeg Hij veertig jaar lang hun gedrag.
18 e suportou-lhes os maus costumes por cerca de quarenta anos no deserto;
19 In het land Kanaän roeide Hij zeven volken uit om het land aan ons volk in eigendom te geven.
19 e, havendo destruído sete nações na terra de Canaã, deu-lhes essa terra por herança,
20 Dat duurde ongeveer 450 jaar. Vervolgens gaf Hij rechters, tot de tijd van de profeet Samuel.
20 vencidos cerca de quatrocentos e cinquenta anos. Depois disto, lhes deu juízes, até o profeta Samuel.
21 Toen vroeg ons volk om een koning en God gaf Saul, de zoon van Kis, uit de stam Benjamin. Dat duurde veertig jaar.
21 Então, eles pediram um rei, e Deus lhes deparou Saul, filho de Quis, da tribo de Benjamim, e isto pelo espaço de quarenta anos.
22 God zette hem af en stelde David aan als hun koning. Hij verklaarde over hem: ‘In David, de zoon van Isaï, heb ik een man naar mijn hart gevonden, die alles zal doen wat Ik wil.’
22 E, tendo tirado a este, levantou-lhes o rei Davi, do qual também, dando testemunho, disse: Achei Davi, filho de Jessé, homem segundo o meu coração, que fará toda a minha vontade.
23 Uit Davids afstammelingen heeft God zoals beloofd een redder voor Israël voortgebracht: Jezus.
23 Da descendência deste, conforme a promessa, trouxe Deus a Israel o Salvador, que é Jesus,
24 Maar voordat Jezus kwam, verkondigde Johannes aan het hele volk Israël een doop van inkeer.
24 havendo João, primeiro, pregado a todo o povo de Israel, antes da manifestação dele, batismo de arrependimento.
25 En toen hij zijn opdracht bijna had voltooid, zei Johannes: ‘Ik ben niet de persoon die jullie denken dat ik ben. Maar let goed op, na mij komt er Iemand anders en ik ben het niet waard om zijn schoenen voor Hem los te maken.’
25 Mas, ao completar João a sua carreira, dizia: Não sou quem supondes; mas após mim vem aquele de cujos pés não sou digno de desatar as sandálias.
26 Volksgenoten, afstammelingen van Abraham, en ook jullie anderen die ontzag voor God hebben, het nieuws van deze redding is aan ons bekendgemaakt.
26 Irmãos, descendência de Abraão e vós outros os que temeis a Deus, a nós nos foi enviada a palavra desta salvação.
27 De inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben Hem niet herkend. Door Jezus te veroordelen, vervulden zij de woorden van de profeten die elke sabbat worden voorgelezen.
27 Pois os que habitavam em Jerusalém e as suas autoridades, não conhecendo Jesus nem os ensinos dos profetas que se leem todos os sábados, quando o condenaram, cumpriram as profecias;
28 Hoewel ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, vroegen ze Pilatus om zijn doodstraf.
28 e, embora não achassem nenhuma causa de morte, pediram a Pilatos que ele fosse morto.
29 En na alles te hebben uitgevoerd dat over Hem was geschreven, haalden ze Hem van het kruis en legden Hem in een graf.
29 Depois de cumprirem tudo o que a respeito dele estava escrito, tirando-o do madeiro, puseram-no em um túmulo.
30 God heeft Hem echter uit de dood doen verrijzen.
30 Mas Deus o ressuscitou dentre os mortos;
31 In de loop van vele dagen verscheen Hij aan de mensen die met Hem samen uit Galilea naar Jeruzalem waren gereisd en die nu over Hem getuigen aan het Joodse volk.
31 e foi visto muitos dias pelos que, com ele, subiram da Galileia para Jerusalém, os quais são agora as suas testemunhas perante o povo.
32 En wij verkondigen jullie het goede nieuws: wat God aan onze voorouders had beloofd,
32 Nós vos anunciamos o evangelho da promessa feita a nossos pais,
33 heeft Hij voor ons, hun afstammelingen, vervuld door Jezus te doen verrijzen. Zo staat het ook in Psalm 2:
33 como Deus a cumpriu plenamente a nós, seus filhos, ressuscitando a Jesus, como também está escrito no Salmo segundo: Tu és meu Filho, eu, hoje, te gerei.
34 Dat God Jezus uit de dood zou doen verrijzen zodat Hij niet tot ontbinding zou overgaan, had Hij reeds voorspeld met deze woorden:
34 E, que Deus o ressuscitou dentre os mortos para que jamais voltasse à corrupção, desta maneira o disse: E cumprirei a vosso favor as santas e fiéis promessas feitas a Davi.
35 En elders zegt Hij:
35 Por isso, também diz em outro Salmo: Não permitirás que o teu Santo veja corrupção.
36 David zelf is gestorven, nadat hij de mensen van zijn eigen volk had gediend volgens Gods plan. Hij is bij zijn voorouders begraven en zijn lichaam is vergaan.
36 Porque, na verdade, tendo Davi servido à sua própria geração, conforme o desígnio de Deus, adormeceu, foi para junto de seus pais e viu corrupção.
37 Maar het lichaam van de Persoon die God heeft doen verrijzen, is niet vergaan.
37 Porém aquele a quem Deus ressuscitou não viu corrupção.
38 Daarom, vrienden, moeten jullie weten dat dankzij Hem de vergeving van zonden aan jullie wordt verkondigd.
38 Tomai, pois, irmãos, conhecimento de que se vos anuncia remissão de pecados por intermédio deste;
39 Ieder die in Hem gelooft, wordt vrijgesproken van alle schuld waarvoor geen vrijspraak mogelijk was op basis van de Wet van Mozes.
39 e, por meio dele, todo o que crê é justificado de todas as coisas das quais vós não pudestes ser justificados pela lei de Moisés.
40 Pas dus op dat jullie niet overkomt wat in de Profeten als volgt wordt omschreven:
40 Notai, pois, que não vos sobrevenha o que está dito nos profetas:
41 ‘Kijk, spotters, verwonder je en verdwijn, want Ik ga in jullie tijd iets doen dat jullie niet zullen geloven wanneer iemand het jullie vertelt.’”
41 Vede, ó desprezadores, maravilhai-vos e desvanecei, porque eu realizo, em vossos dias, obra tal que não crereis se alguém vo-la contar.
42 Toen Paulus en Barnabas naar buiten gingen, drong men er bij hen op aan, de volgende sabbat opnieuw over dit onderwerp te spreken.
42 Ao saírem eles, rogaram-lhes que, no sábado seguinte, lhes falassem estas mesmas palavras.
43 Na afloop van de samenkomst gingen veel van de Joden en van de mensen die God vereerden en zich tot het jodendom hadden bekeerd, met Paulus en Barnabas mee. Die spraken met hen om hen aan te sporen zich aan Gods genade vast te houden.
43 Despedida a sinagoga, muitos dos judeus e dos prosélitos piedosos seguiram Paulo e Barnabé, e estes, falando-lhes, os persuadiam a perseverar na graça de Deus.
44 De volgende sabbat kwam bijna de hele stad bijeen om het Woord van de Heer te horen.
44 No sábado seguinte, afluiu quase toda a cidade para ouvir a palavra de Deus.
45 Toen de Joden de mensenmassa zagen, werden ze door afgunst overmand. Ze spraken de woorden van Paulus tegen en belasterden hem.
45 Mas os judeus, vendo as multidões, tomaram-se de inveja e, blasfemando, contradiziam o que Paulo falava.
46 Paulus en Barnabas zeiden echter vrijmoedig: “Het was nodig om het Woord van God eerst aan jullie te vertellen. Maar nu jullie het afwijzen en zelf aangeven dat jullie het eeuwig leven niet waard zijn, richten wij ons voortaan tot de niet-Joden.
46 Então, Paulo e Barnabé, falando ousadamente, disseram: Cumpria que a vós outros, em primeiro lugar, fosse pregada a palavra de Deus; mas, posto que a rejeitais e a vós mesmos vos julgais indignos da vida eterna, eis aí que nos volvemos para os gentios.
47 Want de Heer heeft ons opgedragen: ‘Ik heb je aangesteld tot een licht voor de volken, om redding te brengen tot aan de uithoeken van de aarde.’”
47 Porque o Senhor assim no-lo determinou: Eu te constituí para luz dos gentios, a fim de que sejas para salvação até aos confins da terra.
48 Toen de niet-Joden dit hoorden, verheugden ze zich en verheerlijkten ze het Woord van de Heer. Iedereen die voor het eeuwig leven bestemd was, kwam tot geloof.
48 Os gentios, ouvindo isto, regozijavam-se e glorificavam a palavra do Senhor, e creram todos os que haviam sido destinados para a vida eterna.
49 Het Woord van de Heer raakte in de hele omgeving bekend.
49 E divulgava-se a palavra do Senhor por toda aquela região.
50 Toen stookten de Joden de voorname vrouwen die God vereerden en de leiders van de stad op tegen Paulus en Barnabas, ontketenden een vervolging en verdreven hen uit hun gebied.
50 Mas os judeus instigaram as mulheres piedosas de alta posição e os principais da cidade e levantaram perseguição contra Paulo e Barnabé, expulsando-os do seu território.
51 Maar Paulus en Barnabas schudden het stof van hun voeten als een teken van afkeuring en gingen naar Ikonium.
51 E estes, sacudindo contra aqueles o pó dos pés, partiram para Icônio.
52 De nieuwe volgelingen van Jezus waren echter vervuld van vreugde en van de Heilige Geest.
52 Os discípulos, porém, transbordavam de alegria e do Espírito Santo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Atos 13, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.