Apocalipse 19

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Daarna hoorde ik iets dat klonk als een luide stem van een grote menigte die riep: “Halleluja! De redding, luister en macht zijn van onze God.
1 Depois destas coisas, ouvi no céu uma como grande voz de numerosa multidão, dizendo: Aleluia! A salvação, e a glória, e o poder são do nosso Deus,
2 Zijn oordelen zijn eerlijk en rechtvaardig. Hij heeft zijn oordeel voltrokken over de grote hoer die met haar ontucht de aarde te gronde richtte; Hij heeft haar gestraft voor het vergieten van het bloed van zijn dienaren.”
2 porquanto verdadeiros e justos são os seus juízos, pois julgou a grande meretriz que corrompia a terra com a sua prostituição e das mãos dela vingou o sangue dos seus servos.
3 En verder: “Halleluja, haar rook stijgt op voor eeuwig en altijd.”
3 Segunda vez disseram: Aleluia! E a sua fumaça sobe pelos séculos dos séculos.
4 De vierentwintig oudsten en de vier wezens lieten zich voor God, die op de troon zit, neervallen om Hem te aanbidden met de woorden: “Amen, halleluja.”
4 Os vinte e quatro anciãos e os quatro seres viventes prostraram-se e adoraram a Deus, que se acha sentado no trono, dizendo: Amém! Aleluia!
5 Vanaf de troon klonk een stem, die zei: “Prijs onze God, al zijn dienaren en jullie die ontzag voor Hem hebben, zowel de gewone mensen als de hooggeplaatsten.”
5 Saiu uma voz do trono, exclamando: Dai louvores ao nosso Deus, todos os seus servos, os que o temeis, os pequenos e os grandes.
6 Toen hoorde ik iets dat klonk als een luide stem van een grote menigte, als het geraas van vele rivieren, als het gebulder van zware donderslagen. De stem riep: “Halleluja, want de Heer, onze God, de Almachtige regeert.
6 Então, ouvi uma como voz de numerosa multidão, como de muitas águas e como de fortes trovões, dizendo: Aleluia! Pois reina o Senhor, nosso Deus, o Todo-Poderoso.
7 Laten we ons verheugen en Hem eer bewijzen, want het huwelijksfeest van het lam is aangebroken en zijn bruid heeft zich gereedgemaakt.
7 Alegremo-nos, exultemos e demos-lhe a glória, porque são chegadas as bodas do Cordeiro, cuja esposa a si mesma já se ataviou,
8 Zij mag zich kleden in stralend wit linnen.” Het linnen staat symbool voor het rechtvaardige gedrag van de mensen die bij God horen.
8 pois lhe foi dado vestir-se de linho finíssimo, resplandecente e puro. Porque o linho finíssimo são os atos de justiça dos santos.
9 Toen zei de engel tegen mij: “Schrijf op: zij die voor het huwelijksfeest van het lam zijn uitgenodigd, zijn gezegend.” Hij vervolgde: “Deze woorden zijn waar; het zijn Gods woorden.”
9 Então, me falou o anjo: Escreve: Bem-aventurados aqueles que são chamados à ceia das bodas do Cordeiro. E acrescentou: São estas as verdadeiras palavras de Deus.
10 Ik liet me in aanbidding aan zijn voeten neervallen, maar hij zei: “Doe dat niet; ik ben slechts een dienaar van God, net als jij en je broeders en zusters die over de getuigenis van Jezus beschikken. Je moet God aanbidden.” De getuigenis van Jezus is wat de Geest de profeten ingeeft.
10 Prostrei-me ante os seus pés para adorá-lo. Ele, porém, me disse: Vê, não faças isso; sou conservo teu e dos teus irmãos que mantêm o testemunho de Jesus; adora a Deus. Pois o testemunho de Jesus é o espírito da profecia.
11 Toen zag ik dat de hemel was opengegaan. Daar stond een wit paard. De ruiter heet “Trouw en betrouwbaar”; zijn oordeel en zijn strijd zijn rechtvaardig.
11 Vi o céu aberto, e eis um cavalo branco. O seu cavaleiro se chama Fiel e Verdadeiro e julga e peleja com justiça.
12 Zijn ogen vlammen als vuur en op zijn hoofd draagt Hij veel diademen, waarin namen gegraveerd zijn die niemand kent behalve Hij.
12 Os seus olhos são chama de fogo; na sua cabeça, há muitos diademas; tem um nome escrito que ninguém conhece, senão ele mesmo.
13 Hij is gehuld in een in bloed gedrenkt gewaad en zijn naam luidt “Gods Woord”.
13 Está vestido com um manto tinto de sangue, e o seu nome se chama o Verbo de Deus;
14 De hemelse legers volgden Hem op witte paarden en gekleed in smetteloos wit, fijn linnen.
14 e seguiam-no os exércitos que há no céu, montando cavalos brancos, com vestiduras de linho finíssimo, branco e puro.
15 Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee Hij de volken overwint; Hij zal over hen heersen met een ijzeren scepter en hen pletten in de druivenpers van de hevige toorn van de almachtige God.
15 Sai da sua boca uma espada afiada, para com ela ferir as nações; e ele mesmo as regerá com cetro de ferro e, pessoalmente, pisa o lagar do vinho do furor da ira do Deus Todo-Poderoso.
16 Op zijn gewaad, ter hoogte van zijn dij, staat de naam “Koning boven alle koningen en Heer boven alle heren”.
16 Tem no seu manto e na sua coxa um nome inscrito: Rei dos Reis e Senhor dos Senhores .
17 Toen zag ik een engel op de zon staan. Hij riep luid naar alle vogels die hoog in de lucht vlogen: “Kom, verzamel je voor het grote feestmaal van God.
17 Então, vi um anjo posto em pé no sol, e clamou com grande voz, falando a todas as aves que voam pelo meio do céu: Vinde, reuni-vos para a grande ceia de Deus,
18 Dan zullen jullie het vlees eten van koningen, het vlees van generaals, het vlees van machthebbers, het vlees van paarden en ruiters, het vlees van alle mensen, zowel de vrije als de onvrije, zowel de gewone als de hooggeplaatste.”
18 para que comais carnes de reis, carnes de comandantes, carnes de poderosos, carnes de cavalos e seus cavaleiros, carnes de todos, quer livres, quer escravos, tanto pequenos como grandes.
19 Toen zag ik het beest en de koningen op aarde met hun legers; zij verzamelden zich om strijd te voeren tegen de ruiter op het paard en tegen zijn leger.
19 E vi a besta e os reis da terra, com os seus exércitos, congregados para pelejarem contra aquele que estava montado no cavalo e contra o seu exército.
20 Het beest werd gevangengenomen, samen met de valse profeet die in zijn bijzijn de wonderlijke tekenen had verricht, waarmee hij de mensen had misleid die het merkteken van het beest hadden aanvaard en die zijn beeld aanbaden. De twee werden levend in de vuurpoel van brandende zwavel geworpen.
20 Mas a besta foi aprisionada, e com ela o falso profeta que, com os sinais feitos diante dela, seduziu aqueles que receberam a marca da besta e eram os adoradores da sua imagem. Os dois foram lançados vivos dentro do lago de fogo que arde com enxofre.
21 De anderen werden omgebracht met het zwaard dat uit de mond van de ruiter kwam, en alle vogels vraten zich vol.
21 Os restantes foram mortos com a espada que saía da boca daquele que estava montado no cavalo. E todas as aves se fartaram das suas carnes.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 19, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.