Apocalipse 12

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Toen verscheen in de lucht een wonderlijk teken: een vrouw, gehuld in de zon, met de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd.
1 Viu-se grande sinal no céu, a saber, uma mulher vestida do sol com a lua debaixo dos pés e uma coroa de doze estrelas na cabeça,
2 Ze was zwanger en ze schreeuwde het uit wegens de weeën en de pijn van het baren.
2 que, achando-se grávida, grita com as dores de parto, sofrendo tormentos para dar à luz.
3 Toen verscheen in de lucht nog een wonderlijk teken: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien hoorns. Op elk van zijn zeven koppen droeg hij een diadeem.
3 Viu-se, também, outro sinal no céu, e eis um dragão, grande, vermelho, com sete cabeças, dez chifres e, nas cabeças, sete diademas.
4 Met zijn staart veegde hij een derde deel van de sterren uit de lucht en gooide die op de aarde. De draak ging voor de vrouw staan die zou baren, om het kind dat zij baarde te verslinden zodra het geboren zou zijn.
4 A sua cauda arrastava a terça parte das estrelas do céu, as quais lançou para a terra; e o dragão se deteve em frente da mulher que estava para dar à luz, a fim de lhe devorar o filho quando nascesse.
5 Maar toen ze het kind had gebaard – een zoon, die over alle volken zal heersen met een ijzeren scepter – werd het kind weggenomen naar God en zijn troon.
5 Nasceu-lhe, pois, um filho varão, que há de reger todas as nações com cetro de ferro. E o seu filho foi arrebatado para Deus até ao seu trono.
6 De vrouw vluchtte naar de wildernis, waar God een plaats voor haar had gereedgemaakt waar zij 1260 dagen lang verzorgd zou worden.
6 A mulher, porém, fugiu para o deserto, onde lhe havia Deus preparado lugar para que nele a sustentem durante mil duzentos e sessenta dias.
7 Toen brak er oorlog uit in de hemel, een strijd van Michaël en zijn engelen tegen de draak. De draak en zijn engelen vochten terug,
7 Houve peleja no céu. Miguel e os seus anjos pelejaram contra o dragão. Também pelejaram o dragão e seus anjos;
8 maar ze konden niet tegen Michaël en zijn engelen op en werden uit de hemel verdreven.
8 todavia, não prevaleceram; nem mais se achou no céu o lugar deles.
9 Toen werd de grote draak – de slang van weleer, die de duivel en de satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt – op de aarde geworpen. Ook zijn engelen werden op de aarde geworpen.
9 E foi expulso o grande dragão, a antiga serpente, que se chama diabo e Satanás, o sedutor de todo o mundo, sim, foi atirado para a terra, e, com ele, os seus anjos.
10 Toen hoorde ik een luide stem in de hemel, die riep: “Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God en de heerschappij van zijn Messias gekomen, want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht aanklaagt bij God, is verslagen.
10 Então, ouvi grande voz do céu, proclamando: Agora, veio a salvação, o poder, o reino do nosso Deus e a autoridade do seu Cristo, pois foi expulso o acusador de nossos irmãos, o mesmo que os acusa de dia e de noite, diante do nosso Deus.
11 Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het lam en door hun getuigenis. Ze waren niet aan hun leven verknocht, maar waren bereid te sterven.
11 Eles, pois, o venceram por causa do sangue do Cordeiro e por causa da palavra do testemunho que deram e, mesmo em face da morte, não amaram a própria vida.
12 Verheug je daarom, hemel en jullie die daar wonen! Maar wee de aarde en de zee, want de duivel komt naar jullie toe; hij is ziedend van woede en weet dat hij niet veel tijd meer heeft.”
12 Por isso, festejai, ó céus, e vós, os que neles habitais. Ai da terra e do mar, pois o diabo desceu até vós, cheio de grande cólera, sabendo que pouco tempo lhe resta.
13 Zodra de draak zag dat hij op de aarde was geworpen, achtervolgde hij de vrouw die een zoon had gekregen.
13 Quando, pois, o dragão se viu atirado para a terra, perseguiu a mulher que dera à luz o filho varão;
14 Maar er werden twee grote adelaarsvleugels aan de vrouw gegeven, om naar de wildernis te vluchten, naar de plaats waar zij drieënhalf jaar lang verzorgd zou worden, buiten het bereik van de slang.
14 e foram dadas à mulher as duas asas da grande águia, para que voasse até ao deserto, ao seu lugar, aí onde é sustentada durante um tempo, tempos e metade de um tempo, fora da vista da serpente.
15 Toen spuwde de slang een stroom water uit, zo groot als een rivier, achter de vrouw aan, om haar weg te spoelen.
15 Então, a serpente arrojou da sua boca, atrás da mulher, água como um rio, a fim de fazer com que ela fosse arrebatada pelo rio.
16 Maar de aarde kwam de vrouw te hulp door haar mond te openen en de rivier die uit de bek van de draak stroomde op te slokken.
16 A terra, porém, socorreu a mulher; e a terra abriu a boca e engoliu o rio que o dragão tinha arrojado de sua boca.
17 De draak werd woedend op de vrouw en vertrok om strijd te voeren tegen haar andere afstammelingen; dat zijn zij die zich aan Gods geboden houden en trouw zijn aan Jezus' getuigenis.
17 Irou-se o dragão contra a mulher e foi pelejar com os restantes da sua descendência, os que guardam os mandamentos de Deus e têm o testemunho de Jesus; e se pôs em pé sobre a areia do mar.
18 Toen ging de draak op het strand bij de zee staan.
18 — ausente —

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Apocalipse 12, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.