2 Timóteo 1

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Van: Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus, gezonden om de belofte van het leven dat Christus Jezus schenkt, te verkondigen.
1 Paulo, apóstolo de Cristo Jesus pela vontade de Deus, conforme a promessa da vida em Cristo Jesus,
2 Aan: mijn dierbare kind Timoteüs. Ik wens je de genade, het mededogen en de vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze Heer toe.
2 ao amado filho Timóteo. Que a graça, a misericórdia e a paz, da parte de Deus Pai e de Cristo Jesus, nosso Senhor, estejam com você.
3 Ik bid voortdurend voor je, 's nachts en overdag, en dan dank ik God, die ik, net als mijn voorouders, met een zuiver geweten dien.
3 Dou graças a Deus, a quem, desde os meus antepassados, sirvo com a consciência limpa, porque, sem cessar, lembro de você nas minhas orações, noite e dia.
4 Als ik aan je tranen denk, verlang ik ernaar je te zien en met vreugde te worden vervuld.
4 Lembro das suas lágrimas e estou ansioso por ver você, para que eu transborde de alegria.
5 Ik herinner me je oprechte geloof, dat eerder in je grootmoeder Loïs en je moeder Eunike leefde, en dat nu – daar ben ik zeker van – ook in jou leeft.
5 Lembro da sua fé sem fingimento, a mesma que, primeiramente, habitou em sua avó Loide e em sua mãe Eunice, e estou certo de que habita também em você.
6 Vergeet daarom niet de gave van God, die je hebt ontvangen doordat ik je mijn handen heb opgelegd, aan te wakkeren.
6 Por esta razão, venho lembrar-lhe que reavive o dom de Deus que está em você pela imposição das minhas mãos.
7 God heeft ons namelijk geen geest gegeven die angstig maakt, maar de Geest van kracht, liefde en bedachtzaamheid.
7 Porque Deus não nos deu espírito de covardia, mas de poder, de amor e de moderação.
8 Schaam je dus niet om over onze Heer te getuigen. Schaam je ook niet voor mij, die omwille van Hem gevangenzit, maar deel in mijn lijden voor het evangelie. God zal je daarvoor de kracht geven.
8 Portanto, não se envergonhe do testemunho de nosso Senhor, nem do seu prisioneiro, que sou eu. Pelo contrário, participe comigo dos sofrimentos a favor do evangelho, segundo o poder de Deus,
9 God heeft ons gered en geroepen om bij Hem te horen; niet op grond van onze verdienste, maar op grond van zijn plan en genade. Die genade was ons, die bij Christus Jezus horen, reeds geschonken voordat de tijd begon,
9 que nos salvou e nos chamou com santa vocação, não segundo as nossas obras, mas conforme a sua própria determinação e graça que nos foi dada em Cristo Jesus, antes dos tempos eternos,
10 en is nu zichtbaar geworden door de komst van Christus Jezus, onze redder. Hij heeft de dood vernietigd en door middel van het evangelie duidelijk gemaakt wat onvergankelijk leven is.
10 e manifestada agora pelo aparecimento de nosso Salvador Cristo Jesus. Ele não só destruiu a morte, como trouxe à luz a vida e a imortalidade, mediante o evangelho.
11 En ik ben aangesteld als verkondiger, apostel en leraar van dat evangelie.
11 Para este evangelho eu fui designado pregador, apóstolo e mestre
12 Daarom onderga ik dit lijden; maar ik schaam me niet, want ik weet op Wie ik vertrouw en ik ben er zeker van dat Hij in staat is om tot het aanbreken van zijn Dag te waken over hetgeen ik Hem heb toevertrouwd.
12 e, por isso, estou sofrendo estas coisas. Mas não me envergonho, porque sei em quem tenho crido e estou certo de que ele é poderoso para guardar aquilo que me foi confiado até aquele Dia.
13 Houd je aan de gezonde woorden die je van mij hebt gehoord en blijf bij het geloof en de liefde die Christus Jezus schenkt.
13 Mantenha o padrão das sãs palavras que de mim você ouviu com fé e com o amor que há em Cristo Jesus.
14 Waak, met de hulp van de Heilige Geest die in ons woont, over het goede dat je is toevertrouwd.
14 Por meio do Espírito Santo, que habita em nós, guarde o bom tesouro que lhe foi confiado.
15 Je weet dat iedereen in Asia mij in de steek heeft gelaten; ook Fygelus en Hermogenes.
15 Você já deve estar ciente de que todos os da província da Ásia me abandonaram. Entre eles estão Fígelo e Hermógenes.
16 Ik bid dat de Heer zich zal ontfermen over de huisgenoten van Onesiforus, want hij heeft mij vaak opgebeurd en schaamde zich niet voor mijn gevangenschap.
16 Que o Senhor conceda misericórdia à casa de Onesíforo, porque, muitas vezes, me deu ânimo e nunca se envergonhou das minhas algemas.
17 Integendeel, toen hij in Rome was, zocht hij ijverig naar mij totdat hij mij had gevonden.
17 Pelo contrário, quando chegou a Roma, me procurou com persistência até me encontrar.
18 Ik bid dat de Heer zich over Onesiforus zal ontfermen op de Dag van de Heer. Je weet precies welke diensten hij heeft bewezen in Efeze.
18 O Senhor lhe conceda que, naquele Dia, ache misericórdia da parte do Senhor. Você sabe, melhor do que eu, quantos serviços ele me prestou em Éfeso.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Timóteo 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.