2 Pedro 2

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Zoals er bij de Israëlieten valse profeten zijn geweest, zo zullen er ook bij jullie dwaalleraars zijn, die schadelijke dwaalleer binnensmokkelen. Ze nemen zelfs afstand van de Meester die hen heeft vrijgekocht en halen zo hun spoedige ondergang over zich.
1 E também houve entre o povo falsos profetas, como entre vós haverá também falsos doutores, que introduzirão encobertamente heresias de perdição e negarão o Senhor que os resgatou, trazendo sobre si mesmos repentina perdição.
2 Veel mensen zullen hun losbandig gedrag overnemen en daardoor de ware weg een slechte reputatie bezorgen.
2 E muitos seguirão as suas dissoluções, pelos quais será blasfemado o caminho da verdade;
3 In hun hebzucht zullen ze jullie met verzinsels uitbuiten, maar hun veroordeling laat niet lang meer op zich wachten en hun ondergang is nabij.
3 e, por avareza, farão de vós negócio com palavras fingidas; sobre os quais já de largo tempo não será tardia a sentença, e a sua perdição não dormita.
4 God spaarde engelen die gezondigd hadden niet, maar wierp hen in de hel, waar ze in diepe duisternis gevangen blijven tot het Oordeel.
4 Porque, se Deus não perdoou aos anjos que pecaram, mas, havendo-os lançado no inferno, os entregou às cadeias da escuridão, ficando reservados para o Juízo;
5 Ook spaarde Hij de oude wereld niet, toen Hij de zondvloed over een wereld vol goddelozen bracht. Maar Hij beschermde Noach, die de gerechtigheid aankondigde, en zeven anderen met hem.
5 e não perdoou ao mundo antigo, mas guardou a Noé, pregoeiro da justiça, com mais sete pessoas, ao trazer o dilúvio sobre o mundo dos ímpios;
6 Hij veroordeelde de steden Sodom en Gomorra door ze in de as te leggen, ter illustratie van wat er gaat gebeuren met mensen die goddeloos leven.
6 e condenou à subversão as cidades de Sodoma e Gomorra, reduzindo-as a cinza e pondo- as para exemplo aos que vivessem impiamente;
7 En Hij redde Lot, een oprechte man die leed onder het losbandig gedrag van wettelozen.
7 e livrou o justo Ló, enfadado da vida dissoluta dos homens abomináveis
8 Want toen die oprechte man in hun midden woonde, werd zijn rechtschapen gemoed dag in dag uit gekweld door het zien en horen van hun zondige gedrag.
8 (porque este justo, habitando entre eles, afligia todos os dias a sua alma justa, pelo que via e ouvia sobre as suas obras injustas).
9 De Heer weet dus echt wel hoe Hij diegenen die ontzag voor Hem hebben uit moeilijkheden kan redden terwijl Hij de ongelovigen blijft bestraffen tot aan de Oordeelsdag.
9 Assim, sabe o Senhor livrar da tentação os piedosos e reservar os injustos para o Dia de Juízo, para serem castigados,
10 Dit geldt vooral voor hen die aan de onreine verlangens van hun zondige natuur toegeven en het gezag verachten. Ze zijn overmoedig, arrogant en belasteren onbevreesd de bovennatuurlijke machten.
10 mas principalmente aqueles que segundo a carne andam em concupiscências de imundícia e desprezam as dominações. Atrevidos, obstinados, não receiam blasfemar das autoridades;
11 Daarentegen gebruiken engelen, die sterker en machtiger zijn dan zij, geen lasterlijke taal wanneer zij hen bij de Heer in beschuldiging stellen.
11 enquanto os anjos, sendo maiores em força e poder, não pronunciam contra eles juízo blasfemo diante do Senhor.
12 Maar deze mensen belasteren wat ze niet begrijpen. Ze zijn als dieren zonder verstand, van nature bestemd om te worden gevangen en verdelgd. Ze zullen aan hun eigen slechtheid bezwijken.
12 Mas estes, como animais irracionais, que seguem a natureza, feitos para serem presos e mortos, blasfemando do que não entendem, perecerão na sua corrupção,
13 Hun onrecht zal hun betaald worden gezet. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag te laten gaan en tot hun schande volledig in hun braspartijen op te gaan bij jullie gemeenschappelijke maaltijden.
13 recebendo o galardão da injustiça; pois que tais homens têm prazer nos deleites cotidianos; nódoas são eles e máculas, deleitando-se em seus enganos, quando se banqueteiam convosco;
14 Ze zondigen onophoudelijk, met hun overspelige ogen die onstabiele mensen verleiden. Hun harten zijn geoefend in de hebzucht, die vervloekten!
14 tendo os olhos cheios de adultério e não cessando de pecar, engodando as almas inconstantes, tendo o coração exercitado na avareza, filhos de maldição;
15 Ze hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald geraakt, in navolging van Bileam, de zoon van Beor, die ervan genoot zich te laten betalen om kwaad te doen.
15 os quais, deixando o caminho direito, erraram seguindo o caminho de Balaão, filho de Beor, que amou o prêmio da injustiça.
16 Hij werd echter voor zijn overtreding terechtgewezen door een lastdier dat niet kon praten, maar dat de waanzin van de profeet beteugelde door met een menselijke stem te spreken.
16 Mas teve a repreensão da sua transgressão; o mudo jumento, falando com voz humana, impediu a loucura do profeta.
17 Bronnen zonder water zijn ze, nevel die door de storm wordt voortgedreven. Voor hen wordt de donkerste duisternis gereedgehouden.
17 Estes são fontes sem água, nuvens levadas pela força do vento, para os quais a escuridão das trevas eternamente se reserva;
18 Met hoogdravende, holle woorden en losbandige zondige verlangens verleiden zij mensen die zich nog maar pas hebben losgemaakt van diegenen die verkeerd leven.
18 porque, falando coisas mui arrogantes de vaidades, engodam com as concupiscências da carne e com dissoluções aqueles que se estavam afastando dos que andam em erro,
19 Zij beloven hun vrijheid, maar zelf zijn ze slaven van het verderf, want “de mens is slaaf van hetgeen hem overmeestert”.
19 prometendo-lhes liberdade, sendo eles mesmos servos da corrupção. Porque de quem alguém é vencido, do tal faz-se também servo.
20 Als zij aan de vervuiling door de wereld zijn ontkomen doordat ze de Heer en redder, Jezus Christus, hebben leren kennen, maar er toch opnieuw in verstrikt raken en erdoor worden overmeesterd, dan zijn ze uiteindelijk slechter af dan vroeger.
20 Porquanto se, depois de terem escapado das corrupções do mundo, pelo conhecimento do Senhor e Salvador Jesus Cristo, forem outra vez envolvidos nelas e vencidos, tornou-se-lhes o último estado pior do que o primeiro.
21 Het zou beter voor hen zijn geweest als ze de weg van rechtvaardigheid nooit hadden leren kennen. Maar ze kennen deze wel en hebben zich afgekeerd van het heilige gebod dat aan hen was doorgegeven.
21 Porque melhor lhes fora não conhecerem o caminho da justiça do que, conhecendo- o, desviarem-se do santo mandamento que lhes fora dado.
22 Op hen is de spreuk “Een hond keert terug naar zijn braaksel en een gewassen zeug wentelt zich in de modder” van toepassing.
22 Deste modo, sobreveio- lhes o que por um verdadeiro provérbio se diz: O cão voltou ao seu próprio vômito; a porca lavada, ao espojadouro de lama.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Pedro 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.