2 Coríntios 7

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Beste vrienden, laten wij, omdat we over deze beloften beschikken, ons zuiveren van alles wat ons lichaam en onze geest vervuilt en ons vol ontzag aan God toewijden.
1 Portanto, meus amados, tendo tais promessas, purifiquemo-nos de toda impureza, tanto da carne como do espírito, aperfeiçoando a nossa santidade no temor de Deus.
2 Maak ruimte voor ons in jullie hart! Wij hebben niemand onrecht aangedaan, we hebben niemand te gronde gericht, we hebben niemand uitgebuit.
2 Pedimos que vocês nos acolham em seu coração. Não tratamos ninguém com injustiça, não prejudicamos ninguém, não exploramos ninguém.
3 Ik heb al gezegd dat wij jullie in ons hart hebben gesloten en dat zal zo blijven, in leven en in sterven.
3 Não falo para condenar vocês. Porque eu já disse que vocês estão em nosso coração para, juntos, morrermos e vivermos.
4 Mijn vrijmoedigheid tegenover jullie is groot, mijn fierheid op jullie is groot, ik ben volop bemoedigd en ondanks al onze moeilijkheden loop ik over van vreugde.
4 Estou sendo bem franco com vocês e tenho muito orgulho de vocês. Sinto-me grandemente confortado e transbordo de alegria em meio a toda a nossa tribulação.
5 Zelfs toen we in Macedonië waren aangekomen, konden we niet uitrusten, maar stonden we van alle kanten onder druk: van buitenaf door conflicten en van binnenuit door angst.
5 Porque, quando chegamos à Macedônia, não tivemos nenhum alívio. Pelo contrário, em tudo fomos atribulados: lutas por fora, temores por dentro.
6 Maar God bemoedigt wie ontmoedigd is en Hij heeft ons bemoedigd door de komst van Titus.
6 Porém Deus, que consola os abatidos, nos consolou com a chegada de Tito.
7 En niet alleen door zijn komst, maar ook door de manier waarop jullie hem hadden bemoedigd. Hij heeft ons namelijk verteld over jullie verlangen naar ons, jullie bedroefdheid en jullie ijver voor mij. En dat maakte mijn vreugde nog groter.
7 E não somente com a chegada dele, mas também pelo consolo que recebeu de vocês. Ele nos falou da saudade, do pranto e do zelo que vocês têm por mim, aumentando, assim, a minha alegria.
8 Want hoewel ik jullie met mijn brief verdriet heb gedaan, ik heb er geen spijt van. Ik heb er wel even spijt van gehad, omdat ik zag dat de brief jullie verdriet had gedaan.
8 Porque, mesmo que eu tenha entristecido vocês com a minha carta, não me arrependo — embora já tenha me arrependido, pois vi que aquela carta os deixou tristes, ainda que por breve tempo.
9 Maar nu verheug ik mij. Niet omdat jullie verdriet hadden, maar omdat jullie verdriet tot inkeer heeft geleid. Jullie hadden verdriet op een manier die God van jullie verlangde. Hetgeen wij gedaan hebben, heeft jullie dus uiteindelijk geen schade berokkend.
9 Mas agora me alegro, não porque vocês ficaram tristes, mas porque essa tristeza os levou ao arrependimento. Pois vocês foram entristecidos segundo Deus, para que, de nossa parte, não sofressem nenhum dano.
10 Wanneer we verdriet hebben op de manier die God van ons verlangt, brengt dat namelijk inkeer teweeg die tot redding leidt. En van de redding krijgt men geen spijt, terwijl het verdriet zoals de wereld dat kent, de dood teweegbrengt.
10 Porque a tristeza segundo Deus produz arrependimento para a salvação, que a ninguém traz pesar; mas a tristeza do mundo produz morte.
11 Maar kijk eens wat dit verdriet zoals God dat verlangde, bij jullie heeft teweeggebracht: wat een inzet, wat een inspanning om de juiste kant te kiezen, wat een verontwaardiging, wat een schrik, wat een verlangen, wat een ijver, wat een bereidheid om het kwaad te bestraffen! Jullie hebben in alles bewezen dat jullie in deze zaak geen blaam treft.
11 Vejam quanto cuidado produziu em vocês o fato de serem entristecidos segundo Deus! Que defesa, que indignação, que temor, que saudade, que zelo, que desejo de punir o culpado! Em tudo vocês se mostraram inocentes neste assunto.
12 Ik had jullie dus geschreven, maar dat was niet omwille van de overtreder en ook niet omwille van de benadeelde. Ik had jullie geschreven met de bedoeling dat jullie aan God zouden tonen hoe groot jullie toewijding aan ons is.
12 Portanto, embora eu tenha escrito aquela carta, não foi por causa daquele que fez o mal, nem por causa daquele que sofreu a afronta, mas para que fosse manifesto entre vocês, diante de Deus, o cuidado que vocês têm por nós.
13 Jullie reactie heeft ons bemoedigd. Maar nog groter dan die bemoediging is onze vreugde dat Titus blij was, omdat hij door jullie allen was gerustgesteld.
13 Foi por isso que nos sentimos consolados. E, acima desta nossa consolação, muito mais nos alegramos pelo contentamento de Tito, porque todos vocês trouxeram refrigério ao espírito dele.
14 Al had ik over jullie gepocht bij Titus, ik ben niet beschaamd geraakt. Integendeel, zoals alles wat we aan jullie hebben verteld de waarheid is, zo is ook hetgeen waarover wij bij Titus zo hadden gepocht, waar gebleken.
14 Porque, se falei a ele com certo orgulho a respeito de vocês, não fiquei envergonhado. Pelo contrário, como tudo que falamos a vocês era verdade, também os elogios que, na presença de Tito, fizemos a respeito de vocês se mostraram verdadeiros.
15 En zijn genegenheid voor jullie is des te groter wanneer hij terugdenkt aan jullie gehoorzaamheid – hoe jullie hem met angst en beven hebben ontvangen.
15 E o grande afeto que ele tem por vocês aumenta cada vez mais, quando ele se lembra da obediência de todos vocês, de como o receberam com temor e tremor.
16 Het verheugt mij dat ik jullie in alles volkomen kan vertrouwen.
16 Alegro-me porque, em tudo, posso confiar em vocês.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Coríntios 7, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.