2 Coríntios 6

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARC

Sair da comparação
ARC Almeida Revista e Corrigida 2009
1 Als Gods medewerkers roepen wij jullie daarom op: laat het niet tevergeefs zijn dat jullie Gods genade hebben aanvaard.
1 E nós, cooperando também com ele, vos exortamos a que não recebais a graça de Deus em vão
2 Hij zegt immers: “Op het juiste moment heb Ik je gehoord en op de dag van de redding heb Ik je geholpen.” Het juiste moment is nu en de dag van de redding is vandaag.
2 (Porque diz: Ouvi-te em tempo aceitável e socorri-te no dia da salvação; eis aqui agora o tempo aceitável, eis aqui agora o dia da salvação.);
3 Om te voorkomen dat er iets op ons werk valt aan te merken, geven wij niemand enige aanstoot.
3 não dando nós escândalo em coisa alguma, para que o nosso ministério não seja censurado.
4 Integendeel, als dienaren van God bevelen wij onszelf aan in alle omstandigheden: in veel volharding, in lijden, nood en moeilijkheden,
4 Antes, como ministros de Deus, tornando-nos recomendáveis em tudo: na muita paciência, nas aflições, nas necessidades, nas angústias,
5 in slaag, gevangenschap, onlusten, zwaar werk, slaapgebrek en honger,
5 nos açoites, nas prisões, nos tumultos, nos trabalhos, nas vigílias, nos jejuns,
6 en ook door oprechtheid, inzicht, geduld, vriendelijkheid, de aanwezigheid van de Heilige Geest en oprechte liefde.
6 na pureza, na ciência, na longanimidade, na benignidade, no Espírito Santo, no amor não fingido,
7 Wij verkondigen de waarheid, dankzij de kracht die God ons geeft en met de wapens van de gerechtigheid in de rechter- en de linkerhand,
7 na palavra da verdade, no poder de Deus, pelas armas da justiça, à direita e à esquerda,
8 terwijl we zowel goedkeuring als afkeuring ontvangen en men zowel goed als kwaad over ons spreekt. Wij worden behandeld als bedriegers hoewel we oprecht zijn,
8 por honra e por desonra, por infâmia e por boa fama, como enganadores e sendo verdadeiros;
9 als onbekend hoewel we bekend zijn, als stervend hoewel we leven, als gestraft maar niet gedood.
9 como desconhecidos, mas sendo bem-conhecidos; como morrendo e eis que vivemos; como castigados e não mortos;
10 Wij zijn bedroefd maar toch altijd verheugd. Wij zijn arm maar maken velen rijk. Wij hebben niets maar bezitten alles.
10 como contristados, mas sempre alegres; como pobres, mas enriquecendo a muitos; como nada tendo e possuindo tudo.
11 Wij hebben jullie openhartig toegesproken, Korintiërs, en ons hart wijd voor jullie opengesteld.
11 Ó coríntios, a nossa boca está aberta para vós, o nosso coração está dilatado.
12 Niet wij, maar jullie zijn onvoldoende ruimhartig!
12 Não estais estreitados em nós; mas estais estreitados nos vossos próprios afetos.
13 Ik spreek jullie toe alsof jullie mijn kinderen zijn: zet je hart voor ons open!
13 Ora, em recompensa disso (falo como a filhos), dilatai-vos também vós.
14 Vorm geen ongelijk partnerschap met ongelovigen, want hoe kunnen gerechtigheid en wetteloosheid bij elkaar passen? Wat hebben licht en duisternis met elkaar gemeen?
14 Não vos prendais a um jugo desigual com os infiéis; porque que sociedade tem a justiça com a injustiça? E que comunhão tem a luz com as trevas?
15 Welke overeenstemming is er tussen Christus en de duivel? Wat verbindt een gelovige met een ongelovige?
15 E que concórdia há entre Cristo e Belial? Ou que parte tem o fiel com o infiel?
16 Wat heeft Gods tempel te maken met afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God, want God heeft verklaard: “Ik zal bij hen wonen en onder hen leven en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
16 E que consenso tem o templo de Deus com os ídolos? Porque vós sois o templo do Deus vivente, como Deus disse: Neles habitarei e entre eles andarei; e eu serei o seu Deus, e eles serão o meu povo.
17 Ga dus bij hen weg en leef van hen gescheiden, zegt de Heer, en raak niet aan wat onrein is. Dan zal Ik jullie aanvaarden,
17 Pelo que saí do meio deles, e apartai-vos, diz o Senhor; e não toqueis nada imundo, e eu vos receberei;
18 en Ik zal een Vader voor jullie zijn en jullie zullen mijn zonen en dochters zijn, zegt de Almachtige Heer.”
18 e eu serei para vós Pai, e vós sereis para mim filhos e filhas, diz o Senhor Todo-Poderoso.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Coríntios 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.