2 Coríntios 3

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Beginnen wij onszelf opnieuw aan te bevelen? Of hebben wij, zoals sommige anderen, aanbevelingsbrieven voor jullie – of van jullie – nodig?
1 Começamos, porventura, outra vez a recomendar-nos a nós mesmos? Ou temos necessidade, como alguns, de cartas de recomendação para vós outros ou de vós?
2 Jullie zijn zelf onze brief, geschreven in ons hart, herkenbaar en leesbaar voor alle mensen.
2 Vós sois a nossa carta, escrita em nosso coração, conhecida e lida por todos os homens,
3 Het is duidelijk dat jullie een brief van Christus zijn, door ons opgesteld, niet geschreven met inkt maar met de Geest van de levende God, en niet op stenen schrijftabletten maar op tabletten in mensenharten.
3 estando já manifestos como carta de Cristo, produzida pelo nosso ministério, escrita não com tinta, mas pelo Espírito do Deus vivente, não em tábuas de pedra, mas em tábuas de carne, isto é, nos corações.
4 Het is dankzij Christus en in vertrouwen op God dat wij tot die overtuiging zijn gekomen.
4 E é por intermédio de Cristo que temos tal confiança em Deus;
5 Niet dat wij uit onszelf zo bekwaam zijn dat wij dit als onze eigen prestatie kunnen beschouwen – onze bekwaamheid komt van God.
5 não que, por nós mesmos, sejamos capazes de pensar alguma coisa, como se partisse de nós; pelo contrário, a nossa suficiência vem de Deus,
6 Hij heeft ons de bekwaamheid gegeven om in dienst te staan van een nieuw verbond. Dat is geen verbond van de geschreven wet, maar van de Geest, want hetgeen geschreven is leidt tot de dood, maar de Geest schenkt leven.
6 o qual nos habilitou para sermos ministros de uma nova aliança, não da letra, mas do espírito; porque a letra mata, mas o espírito vivifica.
7 Hetgeen tot de dood leidt – en dat in steen werd gegraveerd – kwam met zoveel glans, dat de Israëlieten Mozes niet rechtstreeks konden aankijken wegens de schitterende glans van zijn gezicht, hoewel die van voorbijgaande aard was.
7 E, se o ministério da morte, gravado com letras em pedras, se revestiu de glória, a ponto de os filhos de Israel não poderem fitar a face de Moisés, por causa da glória do seu rosto, ainda que desvanecente,
8 Zal hetgeen door de Geest wordt geschonken dan niet nog glansrijker zijn?
8 como não será de maior glória o ministério do Espírito!
9 En als dat wat tot veroordeling leidt al glansrijk is, zal hetgeen vrijspraak brengt dan niet nog glansrijker zijn?
9 Porque, se o ministério da condenação foi glória, em muito maior proporção será glorioso o ministério da justiça.
10 In vergelijking met hetgeen nog glansrijker is, heeft dat wat glansrijk was, zijn glans verloren.
10 Porquanto, na verdade, o que, outrora, foi glorificado, neste respeito, já não resplandece, diante da atual sobre-excelente glória.
11 En als dat wat tijdelijk was al met zoveel glans gekomen is, hoeveel meer glans zal dan hetgeen blijft wel niet bevatten?
11 Porque, se o que se desvanecia teve sua glória, muito mais glória tem o que é permanente.
12 Het is omdat wij leven in de verwachting van die zaken, dat wij zo vrijmoedig spreken.
12 Tendo, pois, tal esperança, servimo-nos de muita ousadia no falar.
13 Wij zijn niet als Mozes, die zijn gezicht met een sluier bedekte om te voorkomen dat de Israëlieten het einde zouden zien van wat vervaagde.
13 E não somos como Moisés, que punha véu sobre a face, para que os filhos de Israel não atentassem na terminação do que se desvanecia.
14 Hun denken was verstard, want tot op de dag van vandaag is het oude verbond nog altijd versluierd wanneer het wordt voorgelezen. De sluier is niet opgelicht, want het is enkel door Christus dat die kan worden verwijderd.
14 Mas os sentidos deles se embotaram. Pois até ao dia de hoje, quando fazem a leitura da antiga aliança, o mesmo véu permanece, não lhes sendo revelado que, em Cristo, é removido.
15 Tot vandaag toe ligt er een sluier over hun hart wanneer uit de boeken van Mozes wordt voorgelezen.
15 Mas até hoje, quando é lido Moisés, o véu está posto sobre o coração deles.
16 Maar wanneer iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.
16 Quando, porém, algum deles se converte ao Senhor, o véu lhe é retirado.
17 De Heer is de Geest, en waar de Geest van de Heer is, is vrijheid.
17 Ora, o Senhor é o Espírito; e, onde está o Espírito do Senhor, aí há liberdade.
18 Zo zien wij allen de hemelse pracht van de Heer weerspiegeld, maar met een onbedekt gezicht. En zijn hemelse pracht wordt steeds meer in ons zichtbaar, doordat de Geest van de Heer ons omvormt.
18 E todos nós, com o rosto desvendado, contemplando, como por espelho, a glória do Senhor, somos transformados, de glória em glória, na sua própria imagem, como pelo Senhor, o Espírito.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 2 Coríntios 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.