1 Tessalonicenses 5

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Broeders en zusters, over tijden en data hoeven wij jullie niet te schrijven.
1 Irmãos, relativamente aos tempos e às épocas, não há necessidade de que eu vos escreva;
2 Jullie weten immers heel goed dat de Dag van de Heer zal komen als een dief in de nacht.
2 pois vós mesmos estais inteirados com precisão de que o Dia do Senhor vem como ladrão de noite.
3 Wanneer de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid heerst, worden ze plots getroffen door Gods straf, zoals een zwangere vrouw door weeën, en ze zullen in geen geval ontkomen.
3 Quando andarem dizendo: Paz e segurança, eis que lhes sobrevirá repentina destruição, como vêm as dores de parto à que está para dar à luz; e de nenhum modo escaparão.
4 Maar jullie, broeders en zusters, zullen niet door die dag worden overvallen als door een dief, want jullie leven niet in het duister.
4 Mas vós, irmãos, não estais em trevas, para que esse Dia como ladrão vos apanhe de surpresa;
5 Jullie horen allen bij het licht en bij de dag; wij zijn niet van de nacht of het duister.
5 porquanto vós todos sois filhos da luz e filhos do dia; nós não somos da noite, nem das trevas.
6 Laten we dus niet slapen zoals de anderen, maar waakzaam en nuchter zijn.
6 Assim, pois, não durmamos como os demais; pelo contrário, vigiemos e sejamos sóbrios.
7 Want wie slaapt, slaapt 's nachts en wie zich bedrinkt, bedrinkt zich 's nachts.
7 Ora, os que dormem dormem de noite, e os que se embriagam é de noite que se embriagam.
8 Maar laten wij, die aan de dag toebehoren, nuchter zijn, gehuld in het pantser van geloof en liefde en beschermd door de helm van de verwachting van onze redding.
8 Nós, porém, que somos do dia, sejamos sóbrios, revestindo-nos da couraça da fé e do amor e tomando como capacete a esperança da salvação;
9 God heeft ons namelijk niet bestemd om zijn straf te ondergaan, maar om de redding te verkrijgen via onze Heer Jezus Christus.
9 porque Deus não nos destinou para a ira, mas para alcançar a salvação mediante nosso Senhor Jesus Cristo,
10 Hij is voor ons gestorven opdat wij samen met Hem zouden leven, ongeacht of we nog op aarde zijn of reeds overleden zijn.
10 que morreu por nós para que, quer vigiemos, quer durmamos, vivamos em união com ele.
11 Bemoedig elkaar dus en bouw elkaar op, zoals jullie reeds doen.
11 Consolai-vos, pois, uns aos outros e edificai-vos reciprocamente, como também estais fazendo.
12 Broeders en zusters, wij verzoeken jullie, de mensen die hard voor jullie werken, die jullie in naam van de Heer leiden en terechtwijzen, te erkennen.
12 Agora, vos rogamos, irmãos, que acateis com apreço os que trabalham entre vós e os que vos presidem no Senhor e vos admoestam;
13 Behandel hen met liefdevol respect wegens hun inzet. Leef in vrede met elkaar.
13 e que os tenhais com amor em máxima consideração, por causa do trabalho que realizam. Vivei em paz uns com os outros.
14 Broeders en zusters, wij sporen jullie aan om te vermanen wie lui is, te bemoedigen wie ontmoedigd is, de zwakken te steunen en geduld te hebben met iedereen.
14 Exortamo-vos, também, irmãos, a que admoesteis os insubmissos, consoleis os desanimados, ampareis os fracos e sejais longânimos para com todos.
15 Zorg dat niemand kwaad met kwaad vergeldt, en streef voortdurend naar wat goed is voor elkaar en voor alle mensen.
15 Evitai que alguém retribua a outrem mal por mal; pelo contrário, segui sempre o bem entre vós e para com todos.
16 Verheug je voortdurend,
16 Regozijai-vos sempre.
17 bid zonder ophouden,
17 Orai sem cessar.
18 en dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat God wil voor jullie die bij Christus Jezus horen.
18 Em tudo, dai graças, porque esta é a vontade de Deus em Cristo Jesus para convosco.
19 Doof de Geest niet uit:
19 Não apagueis o Espírito.
20 minacht de profetieën niet,
20 Não desprezeis as profecias;
21 maar onderzoek alles en behoud het goede.
21 julgai todas as coisas, retende o que é bom;
22 Vermijd elke vorm van kwaad.
22 abstende-vos de toda forma de mal.
23 Ik bid dat de God die vrede geeft, jullie zal helpen volledig zuiver te leven, en dat Hij heel jullie geest, ziel en lichaam zal beschermen, zodat er bij de komst van onze Heer Jezus Christus niets op jullie aan te merken zal zijn.
23 O mesmo Deus da paz vos santifique em tudo; e o vosso espírito, alma e corpo sejam conservados íntegros e irrepreensíveis na vinda de nosso Senhor Jesus Cristo.
24 Hij die jullie geroepen heeft, is trouw en zal zijn belofte waarmaken.
24 Fiel é o que vos chama, o qual também o fará.
25 Broeders en zusters, bid ook voor ons.
25 Irmãos, orai por nós.
26 Begroet al de christenen met een heilige kus.
26 Saudai todos os irmãos com ósculo santo.
27 In de naam van de Heer draag ik jullie op, deze brief aan alle christenen voor te lezen.
27 Conjuro-vos, pelo Senhor, que esta epístola seja lida a todos os irmãos.
28 Ik wens jullie de genade van de Heer Jezus Christus toe.
28 A graça de nosso Senhor Jesus Cristo seja convosco.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Tessalonicenses 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.