1 João 2

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Mijn lieve kinderen, ik schrijf jullie deze brief opdat jullie niet zondigen. Als iemand echter toch zondigt, dan hebben we Iemand die voorspraak voor ons doet bij de Vader: Jezus Christus, de Rechtvaardige.
1 Meus filhinhos , escrevo isso a vocês para que não pequem. Porém, se alguém pecar, temos Jesus Cristo, que faz o que é correto; ele nos defende diante do Pai.
2 Hij is bovendien het zoenoffer voor onze zonden, en niet enkel voor de onze maar ook voor die van de hele wereld.
2 É por meio do próprio Jesus Cristo que os nossos pecados são perdoados. E não somente os nossos, mas também os pecados do mundo inteiro.
3 Dat we Hem kennen blijkt uit het feit dat we ons aan zijn geboden houden.
3 Se obedecemos aos mandamentos de Deus, então temos certeza de que o conhecemos.
4 Wie zegt dat hij Hem kent, maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar en de waarheid woont niet in hem.
4 Se alguém diz: “Eu o conheço”, mas não obedece aos seus mandamentos, é mentiroso, e não há verdade nele.
5 Als iemand zich daarentegen houdt aan hetgeen God zegt, is hij werkelijk volgroeid in zijn liefde voor God. Daaruit blijkt dat we bij Hem horen.
5 Porém, se obedecemos aos ensinamentos de Deus, sabemos que amamos a Deus de todo o nosso coração. É assim que podemos ter certeza de que estamos vivendo unidos com Deus:
6 Wie zegt dat hij met Christus verbonden is, behoort te leven zoals Christus heeft geleefd.
6 Quem diz que vive unido com Deus deve viver como Jesus Cristo viveu.
7 Beste vrienden, wat ik jullie schrijf is geen nieuw gebod, maar een oud gebod waarover jullie al vanaf het begin beschikken. Het oude gebod is de boodschap die jullie hebben gehoord.
7 Meus queridos amigos, este mandamento que estou dando a vocês não é novo. É o mandamento antigo, aquele que vocês receberam lá no começo. O mandamento antigo é a mensagem que vocês já ouviram.
8 Tegelijkertijd is hetgeen ik jullie schrijf een nieuw gebod, waarvan de realisatie zichtbaar is in Hem en in jullie, want de duisternis is aan het verdwijnen en het ware licht schijnt reeds.
8 Porém o mandamento que eu estou dando a vocês é novo porque a sua verdade é vista em Cristo e também em vocês. Pois a escuridão está passando, e já está brilhando a verdadeira luz.
9 Wie zegt dat hij zich in het licht bevindt maar zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, bevindt zich nog altijd in de duisternis.
9 Quem diz que vive na luz e odeia o seu irmão está na escuridão até agora.
10 Als iemand liefdevol met zijn broeder of zuster omgaat, leeft hij in het licht en is er voor hem geen aanleiding om te struikelen.
10 Quem ama o seu irmão vive na luz, e não há nessa pessoa nada que leve alguém a pecar.
11 Maar wie zijn broeder of zuster hatelijk behandelt, bevindt zich in de duisternis. Hij wandelt in de duisternis zonder te weten waar hij naartoe gaat, want door de duisternis kan hij niet zien.
11 Mas quem odeia o seu irmão está na escuridão, anda nela e não sabe para onde está indo, porque a escuridão não deixa que essa pessoa enxergue.
12 Lieve kinderen, ik schrijf jullie dat jullie zonden zijn vergeven dankzij Jezus.
12 Filhinhos , escrevo a vocês porque os seus pecados são perdoados por causa de Cristo.
13 Ouderen, aan jullie schrijf ik dat jullie Hem kennen, die al vanaf het begin bestaat. Jongeren, aan jullie schrijf ik dat jullie de duivel hebben overwonnen.
13 Pais, escrevo a vocês porque conhecem aquele que existiu desde a criação do mundo . Jovens, escrevo a vocês porque vocês têm vencido o Maligno .
14 Kinderen, aan jullie schrijf ik dat jullie de Vader kennen. Ouderen, aan jullie schrijf ik dat jullie Hem kennen, die al vanaf het begin bestaat. Jongeren, aan jullie schrijf ik dat jullie sterk zijn: de boodschap van God woont in jullie en jullie hebben de duivel overwonnen.
14 Escrevo a vocês, filhinhos, porque conhecem o Pai. Escrevo a vocês, pais, porque conhecem aquele que existiu desde a criação do mundo. Escrevo a vocês, jovens, porque são fortes. A mensagem de Deus vive em vocês, e vocês já venceram o Maligno.
15 Heb de wereld en hetgeen zich in de wereld bevindt niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, heeft hij de Vader niet lief.
15 Não amem o mundo, nem as coisas que há nele. Se vocês amam o mundo, não amam a Deus, o Pai.
16 Want alles wat zich in de wereld bevindt – de zaken waarnaar de zondige natuur verlangt, de dingen waarnaar ogen begeerlijk kijken en een arrogante levensstijl – komt niet van de Vader, maar van de wereld.
16 Nada que é deste mundo vem do Pai. Os maus desejos da natureza humana, a vontade de ter o que agrada aos olhos e o orgulho pelas coisas da vida, tudo isso não vem do Pai, mas do mundo.
17 De wereld en alles wat zij bevat waarnaar mensen verlangen, zullen verdwijnen. Maar wie doet wat God wil, leeft voor eeuwig.
17 E o mundo passa, com tudo aquilo que as pessoas cobiçam; porém aquele que faz a vontade de Deus vive para sempre.
18 Kinderen, het laatste uur is aangebroken. Zoals jullie hebben gehoord, moet de antichrist komen. En nu zijn er al veel antichristen verschenen; daaruit blijkt dat het laatste uur is aangebroken.
18 Meus filhinhos , o fim está perto. Vocês ouviram dizer que o Inimigo de Cristo vem. Pois agora muitos inimigos de Cristo já têm aparecido, e por isso sabemos que o fim está chegando.
19 Die mensen komen uit ons midden, maar ze horen niet bij ons. Als ze wel bij ons zouden horen, dan zouden ze bij ons gebleven zijn, maar hieruit blijkt dat ze geen van allen bij ons horen.
19 De fato, essas pessoas nos deixaram porque não eram do nosso grupo. Se fossem do nosso grupo, teriam ficado conosco. Mas elas nos deixaram para que ficasse bem claro que nenhuma delas pertencia mesmo ao nosso grupo.
20 Jullie daarentegen zijn door de Heilige gezalfd en jullie kennen de waarheid.
20 Porém sobre vocês Cristo tem derramado o Espírito Santo, e por isso todos vocês conhecem a verdade.
21 Ik schrijf jullie dus niet omdat jullie de waarheid niet zouden kennen, want jullie kennen die wél, en uit de waarheid komt geen enkele leugen voort.
21 Portanto, eu escrevo a vocês, mas não é porque não conhecem a verdade. Pelo contrário, é porque a conhecem e sabem que nunca nenhuma mentira vem da verdade.
22 Wie is dus de leugenaar? Hij die ontkent dat Jezus de Messias is; dat is de antichrist, degene die zowel de Vader als de Zoon verloochent.
22 Então quem é mentiroso? É aquele que diz que Jesus não é o Messias . Quem diz isso é o Inimigo de Cristo; ele rejeita tanto o Pai como o Filho.
23 Niemand die de Zoon verloochent, hoort bij de Vader, maar wie de Zoon erkent, hoort bij de Vader.
23 Pois quem rejeita o Filho rejeita também o Pai; e quem aceita o Filho tem também o Pai.
24 Daarom moeten jullie je houden aan hetgeen jullie vanaf het begin hebben gehoord. En als jullie je houden aan hetgeen jullie vanaf het begin hebben gehoord, dan blijven jullie met de Zoon en de Vader verbonden.
24 Por isso guardem no coração a mensagem que ouviram desde o começo. Se aquilo que ouviram desde o começo ficar no coração de vocês, então viverão sempre unidos com o Filho e com o Pai.
25 En dit is wat Hij ons heeft beloofd: het eeuwig leven.
25 E o que o próprio Cristo prometeu dar a todos nós foi isto: a vida eterna.
26 Ik schrijf jullie deze brief over de mensen die jullie proberen te misleiden.
26 Eu estou escrevendo isso a vocês a respeito dos que estão tentando enganá-los.
27 Het is toch niet nodig dat iemand jullie onderwijst? Immers, de Heilige Geest is als een zalving die jullie van Christus hebben ontvangen; Hij rust op jullie en onderwijst jullie over alles. Wat Hij jullie leert is de waarheid en geen leugen. Blijf dus met Christus verbonden, in overeenstemming met dat onderwijs.
27 Mas sobre vocês Cristo tem derramado o seu Espírito. Enquanto o seu Espírito estiver em vocês, não é preciso que ninguém os ensine. Pois o Espírito ensina a respeito de tudo, e os seus ensinamentos não são falsos, mas verdadeiros. Portanto, obedeçam aos ensinamentos do Espírito e continuem unidos com Cristo.
28 Kortom, lieve kinderen, blijf met Hem verbonden. Dan zullen wij vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt, en ons niet tegenover Hem schamen wanneer Hij komt.
28 Sim, meus filhinhos , continuem unidos com Cristo, para que possamos estar cheios de coragem no dia em que ele vier. Assim não precisaremos ficar com vergonha e nos esconder dele naquele dia.
29 Zoals jullie weten, is Hij rechtvaardig; erken dan ook dat ieder die rechtvaardig handelt, van God het nieuwe leven heeft gekregen.
29 Já que vocês sabem que Cristo sempre fez o que é correto, devem saber também que quem faz o que é correto é filho de Deus.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 João 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.