1 Coríntios 9

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Ik ben toch vrij? Ik ben toch apostel? Ik heb Jezus, onze Heer, toch gezien? Jullie zijn toch het resultaat van het werk dat de Heer door mij doet?
1 Não sou eu, porventura, livre? Não sou apóstolo? Não vi Jesus, nosso Senhor? Acaso, não sois fruto do meu trabalho no Senhor?
2 Zelfs als ik voor anderen geen apostel ben, dan ben ik het wel voor jullie! Het feit dat jullie bij de Heer horen, is immers het bewijs dat ik een apostel ben.
2 Se não sou apóstolo para outrem, certamente, o sou para vós outros; porque vós sois o selo do meu apostolado no Senhor.
3 Mijn antwoord aan wie mij om verantwoording vraagt, is als volgt.
3 A minha defesa perante os que me interpelam é esta:
4 Wij hebben toch het recht om te eten en te drinken?
4 não temos nós o direito de comer e beber?
5 En wij hebben toch het recht om een gelovige echtgenote met ons mee te nemen, net zoals de andere apostelen en de broers van de Heer, en ook Kefas?
5 E também o de fazer-nos acompanhar de uma mulher irmã, como fazem os demais apóstolos, e os irmãos do Senhor, e Cefas?
6 Of moeten Barnabas en ik als enigen zelf in ons onderhoud voorzien?
6 Ou somente eu e Barnabé não temos direito de deixar de trabalhar?
7 Wie zou ooit op eigen kosten als soldaat dienstdoen? Wie zou een wijngaard aanplanten zonder van de opbrengst te eten? En wie zou een kudde hoeden zonder van de melk te drinken?
7 Quem jamais vai à guerra à sua própria custa? Quem planta a vinha e não come do seu fruto? Ou quem apascenta um rebanho e não se alimenta do leite do rebanho?
8 Dit is niet een louter menselijk argument, de wet zegt het toch ook?
8 Porventura, falo isto como homem ou não o diz também a lei?
9 Immers, in de Wet van Mozes staat: “Een dorsende os mag je niet muilkorven.” Heeft God hier werkelijk de os op het oog?
9 Porque na lei de Moisés está escrito: Não atarás a boca ao boi, quando pisa o trigo. Acaso, é com bois que Deus se preocupa?
10 Of zegt Hij dit omwille van ons? Natuurlijk staat dit er omwille van ons, want wie ploegt en wie dorst, mag toch verwachten om zijn aandeel te krijgen!
10 Ou é, seguramente, por nós que ele o diz? Certo que é por nós que está escrito; pois o que lavra cumpre fazê-lo com esperança; o que pisa o trigo faça-o na esperança de receber a parte que lhe é devida.
11 Als wij bij jullie geestelijk zaad hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat wij een materiële oogst van jullie ontvangen?
11 Se nós vos semeamos as coisas espirituais, será muito recolhermos de vós bens materiais?
12 Als anderen dit recht ten aanzien van jullie hebben, dan wij toch des te meer? Wij hebben echter niet van dit recht gebruikgemaakt. Integendeel, we verdragen alles, om te voorkomen dat we het evangelie van Christus belemmeren.
12 Se outros participam desse direito sobre vós, não o temos nós em maior medida? Entretanto, não usamos desse direito; antes, suportamos tudo, para não criarmos qualquer obstáculo ao evangelho de Cristo.
13 Weten jullie niet dat zij die in de tempel dienstdoen, eten van hetgeen in de tempel is, en dat zij die altaardiensten verrichten, een deel krijgen van wat er geofferd wordt?
13 Não sabeis vós que os que prestam serviços sagrados do próprio templo se alimentam? E quem serve ao altar do altar tira o seu sustento?
14 Op dezelfde manier heeft de Heer opgedragen dat zij die het evangelie verkondigen, van die verkondiging mogen leven.
14 Assim ordenou também o Senhor aos que pregam o evangelho que vivam do evangelho;
15 Ik heb echter van geen van deze rechten gebruikgemaakt en ik schrijf dit niet om ze nu wél op te eisen. Ik zou liever sterven dan toelaten dat iemand mij die verdienste ontneemt.
15 eu, porém, não me tenho servido de nenhuma destas coisas e não escrevo isto para que assim se faça comigo; porque melhor me fora morrer, antes que alguém me anule esta glória.
16 Want het feit dat ik het evangelie verkondig is niet iets om fier op te zijn. Ik kan namelijk niet anders. Wee mij als ik het evangelie niet verkondig!
16 Se anuncio o evangelho, não tenho de que me gloriar, pois sobre mim pesa essa obrigação; porque ai de mim se não pregar o evangelho!
17 En als ik dit doe uit vrije wil, heb ik mijn beloning al. Ik doe het echter niet uit vrije wil, maar omdat deze taak aan mij is opgelegd.
17 Se o faço de livre vontade, tenho galardão; mas, se constrangido, é, então, a responsabilidade de despenseiro que me está confiada.
18 Wat is dan mijn beloning? Dat ik bij de uitoefening van mijn taak als evangelist het evangelie gratis aanbied en ik dus mijn recht als evangelist niet opeis.
18 Nesse caso, qual é o meu galardão? É que, evangelizando, proponha, de graça, o evangelho, para não me valer do direito que ele me dá.
19 Hoewel ik niemand iets verplicht ben, heb ik mijzelf ten dienste van alle mensen gesteld om zoveel mogelijk van hen te winnen.
19 Porque, sendo livre de todos, fiz-me escravo de todos, a fim de ganhar o maior número possível.
20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden, om Joden te winnen. Voor wie de Wet naleven, leef ik de Wet na – hoewel ik niet verplicht ben de Wet na te leven – om hen te winnen die de Wet naleven.
20 Procedi, para com os judeus, como judeu, a fim de ganhar os judeus; para os que vivem sob o regime da lei, como se eu mesmo assim vivesse, para ganhar os que vivem debaixo da lei, embora não esteja eu debaixo da lei.
21 Voor wie zonder de Wet leeft, ben ik geworden als zonder de Wet – hoewel ik niet zonder Gods wet leef maar me onder de wet van Christus heb gesteld – om te winnen wie zonder de Wet leeft.
21 Aos sem lei, como se eu mesmo o fosse, não estando sem lei para com Deus, mas debaixo da lei de Cristo, para ganhar os que vivem fora do regime da lei.
22 Voor de zwakken ben ik als een zwakke geworden, om de zwakken te winnen. Voor allen ben ik alles geworden om op iedere mogelijke wijze enigen te kunnen redden.
22 Fiz-me fraco para com os fracos, com o fim de ganhar os fracos. Fiz-me tudo para com todos, com o fim de, por todos os modos, salvar alguns.
23 Ik doe dit alles omwille van het evangelie, om te kunnen delen in de opbrengst.
23 Tudo faço por causa do evangelho, com o fim de me tornar cooperador com ele.
24 Weten jullie niet dat in een hardloopwedstrijd alle deelnemers lopen, maar dat slechts één van hen de prijs krijgt? Loop dus zo dat je kan winnen.
24 Não sabeis vós que os que correm no estádio, todos, na verdade, correm, mas um só leva o prêmio? Correi de tal maneira que o alcanceis.
25 Elke atleet beheerst zich in alles. Atleten doen dat om een vergankelijke, maar wij om een onvergankelijke erekrans te ontvangen.
25 Todo atleta em tudo se domina; aqueles, para alcançar uma coroa corruptível; nós, porém, a incorruptível.
26 Ik loop dus niet als iemand die geen doel heeft, ik boks niet als iemand die in de lucht slaat.
26 Assim corro também eu, não sem meta; assim luto, não como desferindo golpes no ar.
27 Integendeel, ik beul mijn lichaam af en houd het in bedwang, om te voorkomen dat ik zelf word gediskwalificeerd nadat ik anderen het evangelie gebracht heb.
27 Mas esmurro o meu corpo e o reduzo à escravidão, para que, tendo pregado a outros, não venha eu mesmo a ser desqualificado.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Coríntios 9, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.