1 Coríntios 6

Dutch: Gods Boek (NLD_GBV) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Wanneer iemand van jullie een geschil heeft met een ander, hoe durf je het dan voor te leggen aan onrechtvaardige rechters in plaats van mensen die bij God horen?
1 Aventura-se algum de vós, tendo questão contra outro, a submetê-lo a juízo perante os injustos e não perante os santos?
2 Weten jullie niet dat zij die bij God horen over de wereld zullen oordelen? En als jullie over de wereld zullen oordelen, zijn jullie dan echt niet in staat om kleine geschillen op te lossen?
2 Ou não sabeis que os santos hão de julgar o mundo? Ora, se o mundo deverá ser julgado por vós, sois, acaso, indignos de julgar as coisas mínimas?
3 Weten jullie niet dat wij over engelen zullen oordelen? Dan moet het toch ook lukken met alledaagse zaken?
3 Não sabeis que havemos de julgar os próprios anjos? Quanto mais as coisas desta vida!
4 Als jullie dus geschillen over alledaagse zaken hebben, waarom leg je ze dan voor aan rechters die binnen de kerkgemeenschap geen aanzien genieten?
4 Entretanto, vós, quando tendes a julgar negócios terrenos, constituís um tribunal daqueles que não têm nenhuma aceitação na igreja.
5 Jullie moesten je schamen! Is er dan onder jullie echt geen wijze persoon die in staat is om uitspraak te doen in een conflict tussen geloofsgenoten?
5 Para vergonha vo-lo digo. Não há, porventura, nem ao menos um sábio entre vós, que possa julgar no meio da irmandade?
6 Maar nee, de ene christen spant een rechtszaak aan tegen de andere, en dat in het bijzijn van ongelovigen!
6 Mas irá um irmão a juízo contra outro irmão, e isto perante incrédulos!
7 Alleen al het feit dat jullie rechtszaken tegen elkaar aanspannen is voor jullie een nederlaag. Zou het niet beter zijn om onrecht te lijden? Zou het niet beter zijn om benadeeld te worden?
7 O só existir entre vós demandas já é completa derrota para vós outros. Por que não sofreis, antes, a injustiça? Por que não sofreis, antes, o dano?
8 Maar in plaats daarvan doen jullie mensen – die nog wel christen zijn – onrecht aan en benadelen jullie hen.
8 Mas vós mesmos fazeis a injustiça e fazeis o dano, e isto aos próprios irmãos!
9 Weten jullie niet dat onrechtvaardige mensen geen deel krijgen aan Gods koninkrijk? Vergis je niet: mensen die zich bezighouden met seksueel wangedrag, afgoderij, overspel of homoseksuele handelingen,
9 Ou não sabeis que os injustos não herdarão o reino de Deus? Não vos enganeis: nem impuros, nem idólatras, nem adúlteros, nem efeminados, nem sodomitas,
10 of met diefstal, begerigheid naar wat anderen toebehoort, dronkenschap, laster of oplichting, krijgen geen deel aan Gods koninkrijk.
10 nem ladrões, nem avarentos, nem bêbados, nem maldizentes, nem roubadores herdarão o reino de Deus.
11 En zo was het met sommigen van jullie, maar jullie zijn schoongewassen, jullie zijn heilig gemaakt: jullie zijn met God in het reine gebracht door de macht van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.
11 Tais fostes alguns de vós; mas vós vos lavastes, mas fostes santificados, mas fostes justificados em o nome do Senhor Jesus Cristo e no Espírito do nosso Deus.
12 ‘Voor mij is alles toegestaan’, zeg je. En dat is zo, maar niet alles is nuttig. Voor mij is alles toegestaan, maar ik laat mij door niets beheersen.
12 Todas as coisas me são lícitas, mas nem todas convêm. Todas as coisas me são lícitas, mas eu não me deixarei dominar por nenhuma delas.
13 ‘Voedsel is er voor de maag’, zeg je, en de maag is er voor het voedsel, maar God zal aan beide een einde maken. Het lichaam is niet bedoeld voor seksueel wangedrag, maar voor de Heer. En de Heer geeft om het lichaam.
13 Os alimentos são para o estômago, e o estômago, para os alimentos; mas Deus destruirá tanto estes como aquele. Porém o corpo não é para a impureza, mas, para o Senhor, e o Senhor, para o corpo.
14 God heeft de Heer doen verrijzen en Hij zal ook ons doen verrijzen, door zijn kracht.
14 Deus ressuscitou o Senhor e também nos ressuscitará a nós pelo seu poder.
15 Weten jullie niet dat je lichaam deel uitmaakt van het lichaam van Christus? Zou ik dan delen van het lichaam van Christus gebruiken voor seks met een prostituee? Absoluut niet!
15 Não sabeis que os vossos corpos são membros de Cristo? E eu, porventura, tomaria os membros de Cristo e os faria membros de meretriz? Absolutamente, não.
16 Weten jullie niet dat iemand die seks met een prostituee heeft, een lichamelijke eenheid met haar vormt? De Schrift zegt immers: “De twee zullen één lichaam vormen.”
16 Ou não sabeis que o homem que se une à prostituta forma um só corpo com ela? Porque, como se diz, serão os dois uma só carne.
17 Maar wie zich aan de Heer geeft, vormt met Hem een geestelijke eenheid.
17 Mas aquele que se une ao Senhor é um espírito com ele.
18 Ga seksueel wangedrag dus uit de weg. Iedere andere zonde wordt gepleegd buiten het lichaam om, maar wie seksueel wangedrag pleegt, zondigt tegen zijn eigen lichaam.
18 Fugi da impureza. Qualquer outro pecado que uma pessoa cometer é fora do corpo; mas aquele que pratica a imoralidade peca contra o próprio corpo.
19 Weten jullie niet dat je lichaam een tempel is – namelijk van de Heilige Geest die in je woont – en dat je die van God hebt gekregen? Je bent niet van jezelf,
19 Acaso, não sabeis que o vosso corpo é santuário do Espírito Santo, que está em vós, o qual tendes da parte de Deus, e que não sois de vós mesmos?
20 je bent duur gekocht. Gebruik je lichaam dus om God te eren.
20 Porque fostes comprados por preço. Agora, pois, glorificai a Deus no vosso corpo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar 1 Coríntios 6, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.