Zacarias 5

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 En ik hief mijn ogen weder op, en ik zag; en ziet, een vliegende rol.
1 Tornei a levantar os olhos e vi, e eis um livro em forma de rolo que voava.
2 En Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie een vliegende rol, welker lengte is van twintig ellen, en haar breedte van tien ellen.
2 O anjo me perguntou: — O que você está vendo? Eu respondi: — Vejo um rolo voando, que tem nove metros de comprimento e quatro metros e meio de largura.
3 Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.
3 Então ele me disse: — Esta é a maldição que sai pela face de toda a terra. Porque quem roubar será expulso segundo a maldição, e quem jurar falsamente será expulso também segundo a mesma maldição.
4 Ik breng dezen vloek voort, spreekt de HEERE der heirscharen, dat hij kome in het huis van den dief, en in het huis desgenen, die bij Mijn Naam valselijk zweer; en hij zal het verteren, met zijn houten en zijn stenen.
4 Enviarei essa maldição, diz o Senhor dos Exércitos, e a farei entrar na casa do ladrão e na casa do que jurar falsamente pelo meu nome; ela ficará nessas casas e consumirá a sua madeira e as suas pedras.
5 En de Engel, Die met mij sprak, ging uit, en zeide tot mij: Hef nu uw ogen op, en zie, wat dit zij, dat er voortkomt.
5 O anjo que falava comigo saiu e me disse: — Levante os olhos e veja o que é isto que está saindo.
6 En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa, die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in het ganse land.
6 Eu perguntei: — O que é isto? Ele me respondeu: — É um cesto que serve para medir. E acrescentou: — Isto é a iniquidade em toda a terra.
7 En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden der efa.
7 Então foi levantada a tampa de chumbo que cobria o cesto, e eis que uma mulher estava sentada dentro do cesto.
8 En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve.
8 O anjo explicou: — Isto é a maldade. E a empurrou para o fundo do cesto, sobre cuja boca pôs o peso de chumbo.
9 En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.
9 Levantei os olhos e vi, e eis que saíram duas mulheres. Havia vento em suas asas, que eram como de cegonha; e levantaram o cesto entre a terra e o céu.
10 Toen zeide ik tot den Engel, Die met mij sprak: Waarhenen brengen zij deze efa?
10 Então perguntei ao anjo que falava comigo: — Para onde elas estão levando o cesto?
11 En Hij zeide tot mij: Om haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.
11 Ele respondeu: — Para a terra de Sinar, onde edificarão um templo para aquela mulher. Quando o templo estiver concluído, ela será posta ali em seu próprio lugar.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Zacarias 5, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.