Salmos 65

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Een psalm van David, een lied, voor den opperzangmeester.
1 A ti, ó Deus, confiança e louvor em Sião! E a ti se pagará o voto.
2 De lofzang is in stilheid tot U, o God! in Sion; en U zal de gelofte betaald worden.
2 Ó tu que escutas a oração, a ti virão todos os homens,
3 Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen.
3 por causa de suas iniquidades. Se prevalecem as nossas transgressões, tu no-las perdoas.
4 Ongerechtige dingen hadden de overhand over mij; maar onze overtredingen, die verzoent Gij.
4 Bem-aventurado aquele a quem escolhes e aproximas de ti, para que assista nos teus átrios; ficaremos satisfeitos com a bondade de tua casa — o teu santo templo.
5 Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.
5 Com tremendos feitos nos respondes em tua justiça, ó Deus, Salvador nosso, esperança de todos os confins da terra e dos mares longínquos;
6 Vreselijke dingen zult Gij ons in gerechtigheid antwoorden, o God onzes heils! o Vertrouwen aller einden der aarde, en der verre gelegenen aan de zee!
6 que por tua força consolidas os montes, cingido de poder;
7 Die de bergen vastzet door Zijn kracht, omgord zijnde met macht.
7 que aplacas o rugir dos mares, o ruído das suas ondas e o tumulto das gentes.
8 Die het bruisen der zeeen stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken.
8 Os que habitam nos confins da terra temem os teus sinais; os que vêm do Oriente e do Ocidente, tu os fazes exultar de júbilo.
9 En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.
9 Tu visitas a terra e a regas; tu a enriqueces copiosamente; os ribeiros de Deus são abundantes de água; preparas o cereal, porque para isso a dispões,
10 Gij bezoekt het land, en hebbende het begerig gemaakt, verrijkt Gij het grotelijks; de rivier Gods is vol waters; wanneer Gij het alzo bereid hebt, maakt Gij hunlieder koren gereed.
10 regando-lhe os sulcos, aplanando-lhe as leivas. Tu a amoleces com chuviscos e lhe abençoas a produção.
11 Gij maakt zijn omgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel.
11 Coroas o ano da tua bondade; as tuas pegadas destilam fartura,
12 Gij kroont het jaar Uwer goedheid; en Uw voetstappen druipen van vettigheid.
12 destilam sobre as pastagens do deserto, e de júbilo se revestem os outeiros.
13 Zij bedruipen de weiden der woestijn; en de heuvelen zijn aangegord met verheuging. [ (Psalms 65:14) De velden zijn bekleed met kudden, en de dalen zijn bedekt met koren; zij juichen, ook zingen zij. ]
13 Os campos cobrem-se de rebanhos, e os vales vestem-se de espigas; exultam de alegria e cantam.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 65, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.