Salmos 55

Dutch (DUTCH) vs ARA

Sair da comparação
ARA Almeida Revista e Atualizada 1993
1 Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
1 Dá ouvidos, ó Deus, à minha oração; não te escondas da minha súplica.
2 O God! neem mijn gebed ter oren, en verberg U niet voor mijn smeking.
2 Atende-me e responde-me; sinto-me perplexo em minha queixa e ando perturbado,
3 Merk op mij, en verhoor mij; ik bedrijf misbaar in mijn klacht, en maak getier;
3 por causa do clamor do inimigo e da opressão do ímpio; pois sobre mim lançam calamidade e furiosamente me hostilizam.
4 Om den roep des vijands, vanwege de beangstiging des goddelozen; want zij schuiven ongerechtigheid op mij, en in toorn haten zij mij.
4 Estremece-me no peito o coração, terrores de morte me salteiam;
5 Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.
5 temor e tremor me sobrevêm, e o horror se apodera de mim.
6 Vrees en beving komt mij aan, en gruwen overdekt mij;
6 Então, disse eu: quem me dera asas como de pomba! Voaria e acharia pouso.
7 Zodat ik zeg: Och, dat mij iemand vleugelen, als ener duive, gave! ik zou henenvliegen, waar ik blijven mocht.
7 Eis que fugiria para longe e ficaria no deserto.
8 Ziet, ik zou ver wegzwerven, ik zou vernachten in de woestijn. Sela.
8 Dar-me-ia pressa em abrigar-me do vendaval e da procela.
9 Ik zou haasten, dat ik ontkwame, van den drijvenden wind, van den storm.
9 Destrói, Senhor, e confunde os seus conselhos, porque vejo violência e contenda na cidade.
10 Verslind hen, HEERE! deel hun tong; want ik zie wrevel en twist in de stad.
10 Dia e noite giram nas suas muralhas, e, muros a dentro, campeia a perversidade e a malícia;
11 Dag en nacht omringen zij haar op haar muren; en ongerechtigheid en overlast is binnen in haar.
11 há destruição no meio dela; das suas praças não se apartam a opressão e o engano.
12 Enkel verderving is binnen in haar; en list en bedrog wijkt niet van haar straat.
12 Com efeito, não é inimigo que me afronta; se o fosse, eu o suportaria; nem é o que me odeia quem se exalta contra mim, pois dele eu me esconderia;
13 Want het is geen vijand, die mij hoont, anders zou ik het hebben gedragen; het is mijn hater niet, die zich tegen mij groot maakt, anders zou ik mij voor hem verborgen hebben.
13 mas és tu, homem meu igual, meu companheiro e meu íntimo amigo.
14 Maar gij zijt het, o mens, als van mijn waardigheid, mijn leidsman en mijn bekende!
14 Juntos andávamos, juntos nos entretínhamos e íamos com a multidão à Casa de Deus.
15 Wij, die te zamen in zoetigheid heimelijk raadpleegden; wij wandelden in gezelschap ten huize Gods.
15 A morte os assalte, e vivos desçam à cova! Porque há maldade nas suas moradas e no seu íntimo.
16 Dat hun de dood als een schuldeiser overvalle, dat zij als levend ter helle nederdalen; want boosheden zijn in hun woning, in het binnenste van hen.
16 Eu, porém, invocarei a Deus, e o
17 Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.
17 À tarde, pela manhã e ao meio-dia, farei as minhas queixas e lamentarei; e ele ouvirá a minha voz.
18 Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen.
18 Livra-me a alma, em paz, dos que me perseguem; pois são muitos contra mim.
19 Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.
19 Deus ouvirá e lhes responderá, ele, que preside desde a eternidade, porque não há neles mudança nenhuma, e não temem a Deus.
20 God zal horen, en zal hen plagen, als die van ouds zit, Sela; dewijl bij hen gans geen verandering is, en zij God niet vrezen.
20 Tal homem estendeu as mãos contra os que tinham paz com ele; corrompeu a sua aliança.
21 Hij slaat zijn handen aan degenen, die vrede met Hem hadden; hij ontheiligt Zijn verbond.
21 A sua boca era mais macia que a manteiga, porém no coração havia guerra; as suas palavras eram mais brandas que o azeite; contudo, eram espadas desembainhadas.
22 Zijn mond is gladder dan boter, maar zijn hart is krijg; zijn woorden zijn zachter dan olie, maar dezelve zijn blote zwaarden.
22 Confia os teus cuidados ao Senhor , e ele te susterá; jamais permitirá que o justo seja abalado.
23 Werp uw zorg op den HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele. [ (Psalms 55:24) Maar Gij, o God! zult die doen nederdalen in den put des verderfs; de mannen des bloeds en bedrogs zullen hun dagen niet ter helft brengen; ik, daarentegen, zal op U vertrouwen. ]
23 Tu, porém, ó Deus, os precipitarás à cova profunda; homens sanguinários e fraudulentos não chegarão à metade dos seus dias; eu, todavia, confiarei em ti.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 55, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.