Salmos 41

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester.
1 Bem-aventurado é aquele que ajuda os necessitados; o
2 Welgelukzalig is hij, die zich verstandiglijk gedraagt jegens een ellendige; de HEERE zal hem bevrijden ten dage des kwaads.
2 O Senhor o protege, preserva-lhe a vida e o faz feliz na terra; não o entrega à vontade dos seus inimigos.
3 De HEERE zal hem bewaren, en zal hem bij het leven behouden; hij zal op aarde gelukzalig gemaakt worden. Geef hem ook niet over in zijner vijanden begeerte.
3 O Senhor o assiste no leito da enfermidade. Quando doente, tu lhe restauras a saúde.
4 De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.
4 Eu disse: “Compadece-te de mim, sara a minha alma, porque pequei contra ti.”
5 Ik zeide: O HEERE! wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd.
5 Os meus inimigos falam mal de mim: “Quando é que ele vai morrer e ser esquecido?”
6 Mijn vijanden spreken kwaad van mij, zeggende: Wanneer zal hij sterven, en zijn naam vergaan?
6 Se algum deles vem me visitar, diz coisas vãs, amontoando maldades no coração; ao sair, é disso que fala.
7 En zo iemand van hen komt, om mij te zien, hij spreekt valsheid; zijn hart vergadert zich onrecht; gaat hij uit naar buiten, hij spreekt er van.
7 Todos os que me odeiam se reúnem e ficam cochichando; pensam o pior a respeito de mim, dizendo:
8 Al mijn haters mompelen te zamen tegen mij; ze bedenken tegen mij, hetgeen mij kwaad is, zeggende:
8 “Foi uma peste que deu nele”; e: “Caiu de cama, e não vai se levantar mais.”
9 Een Belialsstuk kleeft hem aan; en hij, die nederligt, zal niet weder opstaan.
9 Até o meu amigo íntimo, em quem eu confiava, que comia do meu pão, levantou contra mim o seu calcanhar.
10 Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.
10 Tu, porém, Senhor , compadece-te de mim e levanta-me, para que eu lhes pague segundo merecem.
11 Maar Gij, o HEERE! wees mij genadig, en richt mij op; en ik zal het hun vergelden.
11 Com isto saberei que te agradas de mim: em não triunfar contra mim o meu inimigo.
12 Hierbij weet ik, dat Gij lust aan mij hebt, dat mijn vijand over mij niet zal juichen.
12 Quanto a mim, tu me susténs na minha integridade e me pões na tua presença para sempre.
13 Want mij aangaande, Gij onderhoudt mij in mijn oprechtigheid, en Gij stelt mij voor Uw aangezicht in eeuwigheid. [ (Psalms 41:14) Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid! Amen, ja, amen. ]
13 Bendito seja o Senhor , Deus de Israel, de eternidade a eternidade! Amém e amém!

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 41, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.