Salmos 109

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. O God mijns lofs! zwijg niet.
1 Eu te louvo, ó Deus. Não fiques assim silencioso.
2 Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.
2 Os maus e os mentirosos falam contra mim e me caluniam.
3 En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.
3 Eles dizem coisas terríveis a meu respeito e me atacam sem motivo nenhum.
4 Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.
4 Eles me acusam, embora eu os ame e tenha orado por eles.
5 En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.
5 Eles pagam o bem com o mal e o amor, com o ódio.
6 Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechterhand.
6 Ó Deus, escolhe um juiz corrupto para julgar o meu inimigo, e que o seu acusador seja um dos seus inimigos!
7 Als hij gericht wordt, zo ga hij schuldig uit, en zijn gebed zij tot zonde.
7 Quando for julgado, que ele seja condenado! Que até a sua oração seja considerada como pecado!
8 Dat zijn dagen weinig zijn; een ander neme zijn ambt;
8 Que o meu inimigo morra logo, e que outra pessoa faça o trabalho que ele fazia!
9 Dat zijn kinderen wezen worden, en zijn vrouw weduwe.
9 Que os seus filhos fiquem órfãos, e que a sua mulher fique viúva!
10 En dat zijn kinderen hier en daar omzwerven, en bedelen, en de nooddruft uit hun verwoeste plaatsen zoeken.
10 Que os seus filhos fiquem sem lar e sejam mendigos! Que sejam expulsos das casas em ruínas, onde moram!
11 Dat de schuldeiser aansla al wat hij heeft, en dat de vreemden zijn arbeid roven.
11 Que tudo o que o meu inimigo tem seja tomado como pagamento das suas dívidas! E que estranhos fiquem com o que ele conseguiu com o seu esforço!
12 Dat hij niemand hebbe, die weldadigheid over hem uitstrekke, en dat er niemand zij, die zijn wezen genadig zij.
12 Que ninguém seja bom para ele, e que não haja quem cuide dos seus filhos órfãos!
13 Dat zijn nakomelingen uitgeroeid worden; hun naam worde uitgedelgd in het andere geslacht.
13 Que todos os seus descendentes morram logo, e que o seu nome seja esquecido em pouco tempo!
14 De ongerechtigheid zijner vaderen worde gedacht bij den HEERE, en de zonde zijner moeder worde niet uitgedelgd.
14 Que o Senhor Deus nunca esqueça dos pecados da sua mãe e sempre lembre da maldade dos seus antepassados!
15 Dat zij gedurig voor den HEERE zijn; en Hij roeie hun gedachtenis uit van de aarde.
15 Que o Senhor lembre sempre dos pecados deles, porém que eles mesmos sejam completamente esquecidos!
16 Omdat hij niet gedacht heeft weldadigheid te doen, maar heeft den ellendigen en den nooddruftigen man vervolgd, en den verslagene van hart, om hem te doden.
16 Pois esse homem nunca pensou em fazer o bem, mas perseguiu e matou o pobre, o necessitado e o desamparado.
17 Dewijl hij den vloek heeft liefgehad, dat die hem overkome, en geen lust gehad heeft tot den zegen, zo zij die verre van hem.
17 Ele gostava de amaldiçoar: que a maldição caia sobre ele! Ele não gostava de abençoar: que ninguém o abençoe!
18 En hij zij bekleed met den vloek, als met zijn kleed, en dat die ga tot in het binnenste van hem als het water, en als de olie in zijn beenderen.
18 Para ele, era tão fácil amaldiçoar como se vestir. Que as suas maldições entrem nele como água e cheguem até os seus ossos como azeite!
19 Die zij hem als een kleed, waarmede hij zich bedekt, en tot een gordel, waarmede hij zich steeds omgordt.
19 Que as maldições nunca o larguem! Que seja como a roupa que o cobre e como o cinto que ele usa!
20 Dit zij het werkloon mijner tegenstanders van den HEERE, en dergenen, die kwaad spreken tegen mijn ziel.
20 Ó Senhor Deus, paga assim aos meus inimigos e aos que falam mal de mim!
21 Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.
21 Mas, quanto a mim, ó ajuda-me como prometeste e livra-me, pois és bom e amoroso!
22 Want ik ben ellendig en nooddruftig, en mijn hart is in het binnenste van mij doorwond.
22 Eu sou pobre e necessitado; estou ferido no fundo do coração.
23 Ik ga heen gelijk een schaduw, wanneer zij zich neigt; ik worde omgedreven als een sprinkhaan.
23 Vou me acabando como a sombra do anoitecer; sou levado pelo vento como se eu fosse um inseto.
24 Mijn knieen struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is.
24 De tanto eu jejuar, os meus joelhos tremem, e o meu corpo é pele e osso.
25 Nog ben ik hun een smaad; als zij mij zien, zo schudden zij hun hoofd.
25 Quando os outros me veem, caçoam de mim e, zombando, balançam a cabeça.
26 Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.
26 Ajuda-me, ó Senhor , meu Deus! Salva-me por causa do amor que tens por mim.
27 Opdat zij weten, dat dit Uw hand is, dat Gij het, HEERE! gedaan hebt.
27 Que os meus inimigos fiquem sabendo que és tu que me salvas!
28 Laat hen vloeken, maar zegen Gij; laat hen zich opmaken, maar dat zij beschaamd worden; doch dat zich Uw knecht verblijde.
28 Eles podem me amaldiçoar, mas tu me abençoarás. Que os meus perseguidores sejam derrotados, e que eu, que sou teu fique alegre!
29 Laat mijn tegenstanders met schande bekleed worden, en dat zij met hun beschaamdheid zich bedekken, als met een mantel.
29 Que sobre os meus inimigos caia a desgraça, e que a humilhação os cubra como roupa!
30 Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.
30 Em voz alta, darei graças a Deus, o eu o louvarei na reunião do povo
31 Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
31 porque ele defende o pobre para salvá-lo daqueles que o condenam à morte.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 109, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.