Salmos 102

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN.
1 Ó Senhor , ouve a minha oração e escuta o meu grito pedindo socorro!
2 O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.
2 Não te escondas de mim quando estou aflito. Ouve-me quando eu te chamar e responde depressa.
3 Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dagen als ik roep, verhoor mij haastelijk.
3 A minha vida está desaparecendo como fumaça, e o meu corpo queima como se estivesse no fogo.
4 Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.
4 Estou acabado como a grama que foi cortada e pisada; não tenho nem vontade de comer.
5 Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten.
5 Fico gemendo alto; sou apenas pele e osso.
6 Mijn gebeente kleeft aan mijn vlees, vanwege de stem mijns zuchtens.
6 Sou como um pássaro em lugares desertos, como uma coruja numa casa abandonada.
7 Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.
7 Não consigo dormir; sou como um pássaro solitário em cima do telhado.
8 Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.
8 Os meus inimigos me insultam o dia todo; aqueles que zombam de mim usam o meu nome para rogar pragas. as cinzas são a minha comida, e as lágrimas se misturam com a minha bebida. Tu me pegaste e me jogaste fora.
9 Mijn vijanden smaden mij al den dag; die tegen mij razen, zweren bij mij.
9 — ausente —
10 Want ik eet as als brood, en vermeng mijn drank met tranen.
10 — ausente —
11 Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij weder nedergeworpen.
11 A minha vida é como as sombras do anoitecer; vou secando como o capim.
12 Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
12 Mas tu, ó Senhor Deus, és Rei para sempre; todas as
13 Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.
13 Tu te levantarás e terás pena de Jerusalém. Já é hora de teres compaixão dela, a hora certa já chegou.
14 Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.
14 Ainda que ela esteja destruída, os teus eles têm compaixão dela, embora esteja arrasada.
15 Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.
15 As nações temerão o Senhor ; todos os reis do mundo temerão o seu poder.
16 Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.
16 Quando o Senhor tornar a construir Jerusalém, ele mostrará a sua
17 Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,
17 Ele ouvirá o seu povo abandonado e escutará a sua oração.
18 Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;
18 Que isso fique escrito para que os nossos descendentes saibam o que o e para que o louvem aqueles que ainda vão nascer!
19 Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;
19 Do seu lugar santo, nas alturas, o do céu ele olhou para a terra
20 Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;
20 a fim de ouvir os gemidos dos prisioneiros e libertar os que tinham sido condenados à morte.
21 Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;
21 Por isso, o Senhor Deus será louvado em Jerusalém, e a sua fama será anunciada ali
22 Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;
22 quando as nações e os reinos se reunirem para adorá-lo.
23 Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.
23 Ainda sou moço, mas Deus me tirou as forças e encurtou a minha vida.
24 Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.
24 Ó meu Deus, tu que vives para sempre, não me leves agora, antes que eu envelheça!
25 Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.
25 No começo, criaste a terra e, com as tuas próprias mãos, fizeste o céu.
26 Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;
26 A terra e o céu vão acabar, mas tu viverás para sempre. A terra e o céu se gastarão como roupas. Tu os trocarás como se troca de roupa, e eles serão jogados fora.
27 Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.
27 Mas tu és sempre o mesmo, e a tua vida não tem fim.
28 Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden. [ (Psalms 102:29) De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ]
28 Os nossos filhos viverão em segurança, e os seus descendentes terão sempre a tua proteção.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Salmos 102, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.