Sofonias 2

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!
1 Reúna-se e concentre-se, ó nação sem pudor,
2 Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt.
2 antes que saia o decreto e o dia se vá como a palha, antes que venha sobre você o furor da ira do sim, antes que venha sobre você o dia da ira do
3 Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.
3 Busquem o Senhor , todos vocês, os humildes da terra, que cumprem os seus mandamentos. Busquem a justiça, busquem a humildade. Talvez assim vocês sejam poupados no dia da ira do
4 Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
4 Porque Gaza será abandonada, e Asquelom ficará deserta; Asdode, ao meio-dia, será expulsa, e Ecrom será desarraigada.
5 Wee den inwonenden van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaan, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
5 Ai dos que habitam no litoral, do povo dos queretitas! A palavra do será contra você, Canaã, terra dos filisteus. “Farei com que você seja destruída, até que não reste um morador sequer.”
6 En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.
6 O litoral será de pastagens, com refúgios para os pastores e currais para os rebanhos.
7 En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van Askelon legeren, als de HEERE, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.
7 O litoral pertencerá ao remanescente da casa de Judá. Ali apascentarão os seus rebanhos e, ao anoitecer, se deitarão nas casas de Asquelom; porque o os visitará e mudará a sorte deles.
8 Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.
8 “Ouvi a zombaria de Moabe e as palavras injuriosas dos filhos de Amom, que zombaram do meu povo e se gabaram contra o seu território.
9 Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israels: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.
9 Portanto, tão certo como eu vivo”, diz o o Deus de Israel, “Moabe será como Sodoma, e os filhos de Amom, como Gomorra, campo de urtigas, poços de sal e desolação perpétua. O remanescente do meu povo os saqueará, e os sobreviventes da minha nação tomarão posse dos seus territórios.”
10 Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.
10 Isso lhes sobrevirá por causa do seu orgulho, porque zombaram e se gabaram contra o povo do
11 Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.
11 O Senhor será terrível contra eles, porque aniquilará todos os deuses da terra. E todos os povos das nações, cada um do seu lugar, o adorarão.
12 Ook gij, Moren! zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn.
12 Também vocês, ó etíopes, serão mortos pela espada do
13 Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.
13 Ele estenderá também a mão contra o Norte e destruirá a Assíria; e fará de Nínive uma desolação e terra seca como o deserto.
14 En in het midden van haar zullen den kudden legeren, al het gedierte der volken; ook de roerdomp, ook de nachtuil zullen op haar granaatappelen vernachten; een stem zal in het venster zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn, als Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben.
14 No meio dessa cidade, repousarão os rebanhos e todo tipo de animais. Nos capitéis das colunas se alojarão tanto o pelicano como o ouriço. A voz das aves ressoará nas janelas. Haverá escombros nos umbrais das portas, porque o madeiramento de cedro será arrancado.
15 Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.
15 Esta é a cidade alegre e confiante, que dizia consigo mesma: “Eu sou a única, e não há outra além de mim.” Como se tornou em desolação, em pousada de animais! Todos os que passarem por ela hão de vaiar e farão gestos de desprezo.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Sofonias 2, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.