Sofonias 1

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Het woord des HEEREN, hetwelk geschied is tot Zefanja, den zoon van Cuschi, den zoon van Gedalja, den zoon van Amarja, den zoon van Hizkia; in de dagen van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda.
1 Palavra do Senhor que veio a Sofonias, filho de Cusi, filho de Gedalias, filho de Amarias, filho de Ezequias, nos dias de Josias, filho de Amom, rei de Judá.
2 Ik zal ganselijk alles wegrapen uit dit land, spreekt de HEERE.
2 “Certamente consumirei todas as coisas sobre a face da terra”, diz o
3 Ik zal wegrapen mensen en beesten; Ik zal wegrapen de vogelen des hemels, en de vissen der zee, en de ergernissen met de goddelozen; ja, Ik zal de mensen uit dit land uitroeien, spreekt de HEERE.
3 “Consumirei as pessoas e os animais, consumirei as aves do céu, os peixes do mar, e as ofensas com os ímpios. E exterminarei os seres humanos da face da terra”, diz o
4 En Ik zal Mijn hand uitstrekken tegen Juda, en tegen alle inwoners van Jeruzalem; en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baal, en den naam der Chemarim met de priesters;
4 “Estenderei a mão contra Judá e contra todos os moradores de Jerusalém. Exterminarei deste lugar o resto de Baal e a lembrança dos ministros dos ídolos e seus sacerdotes.
5 En die zich nederbuigen op de daken voor het heir des hemels, en die zich nederbuigende zweren bij den HEERE, en zweren bij Malcham;
5 Exterminarei os que sobre os terraços adoram o exército do céu e os que adoram o e juram por ele e também por Milcom.
6 En die terugkeren van achter den HEERE; en die den HEERE niet zoeken, en vragen naar Hem niet.
6 Farei desaparecer também os que deixam de seguir o e os que não buscam o nem perguntam por ele.”
7 Zwijgt voor het aangezicht des Heeren HEEREN; want de dag des HEEREN is nabij; want de HEERE heeft een slachtoffer bereid, Hij heeft Zijn genoden geheiligd.
7 “Calem-se diante do porque o Dia do O e santificou os seus convidados.
8 En het zal geschieden in den dag van het slachtoffer des HEEREN, dat Ik bezoeking zal doen over de vorsten, en over de kinderen des konings, en over allen, die zich kleden met vreemde kleding.
8 No dia do sacrifício do Senhor , hei de castigar as autoridades, e os filhos do rei, e todos os que se vestem como estrangeiros.
9 Ook zal Ik ten zelven dage bezoeking doen over al wie over den dorpel springt; die het huis hunner heren vullen met geweld en bedrog.
9 Castigarei também, naquele dia, todos aqueles que sobem o pedestal dos ídolos e enchem de violência e engano a casa dos seus senhores.”
10 En er zal te dien dage, spreekt de HEERE, een stem des gekrijts zijn van de Vispoort af, en een gehuil van het tweede gedeelte, en een grote breuk van de heuvelen af.
10 “Naquele dia”, diz o “se ouvirá um grito desde o Portão dos Peixes, e um uivo desde a parte nova da cidade, e grande lamento desde as colinas.
11 Huilt, gij inwoners der laagte! Want al het volk van koophandel is uitgehouwen, al de gelddragers zijn uitgeroeid.
11 Lamentem, moradores da cidade baixa, porque todos os comerciantes serão mortos e todos os que pesam prata serão destruídos.
12 En het zal geschieden te dien tijde, Ik zal Jeruzalem met lantaarnen doorzoeken; en Ik zal bezoeking doen over de mannen, die stijf geworden zijn op hun droesem, die in hun hart zeggen: De HEERE doet geen goed, en Hij doet geen kwaad.
12 Naquele tempo, vasculharei Jerusalém com lanternas e castigarei aqueles que estão apegados à borra do vinho e dizem no seu coração: ‘O nem faz mal.’
13 Daarom zal hun vermogen ten roof worden, en hun huizen tot verwoesting; zij bouwen wel huizen, maar zij zullen ze niet bewonen; en zij planten wijngaarden, maar zij zullen derzelver wijn niet drinken.
13 Por isso, os bens deles serão saqueados, e as suas casas serão destruídas. Eles construirão casas, mas não habitarão nelas; plantarão vinhas, mas não beberão o vinho.”
14 De grote dag des HEEREN is nabij; hij is nabij, en zeer haastende; de stem van den dag des HEEREN; de held zal aldaar bitterlijk schreeuwen.
14 “Está perto o grande Dia do está perto e vem chegando depressa. Atenção! O Dia do e nele clamarão até os poderosos.
15 Die dag zal een dag der verbolgenheid zijn; een dag der benauwdheid en des angstes, een dag der woestheid en verwoesting, een dag der duisternis en der donkerheid, een dag der wolk en der dikke donkerheid;
15 Aquele dia será um dia de ira, dia de angústia e tribulação, dia de ruína e destruição, dia de trevas e escuridão, dia de nuvens e densas trevas,
16 Een dag der bazuin en des geklanks tegen de vaste steden en tegen de hoge hoeken.
16 dia de toque de trombeta e gritos de guerra contra as cidades fortificadas e contra as torres altas.
17 En Ik zal de mensen bang maken, dat zij zullen gaan als de blinden; want zij hebben tegen den HEERE gezondigd; en hun bloed zal vergoten worden als stof, en hun vlees zal worden als drek.
17 Trarei angústia sobre as pessoas, e elas andarão como se estivessem cegas, porque pecaram contra o O sangue dessas pessoas será derramado como pó, e a sua carne será espalhada como esterco.
18 Noch hun zilver, noch hun goud zal hen kunnen redden ten dage der verbolgenheid des HEEREN; maar door het vuur Zijns ijvers zal dit ganse land verteerd worden; want Hij zal een voleinding maken, gewisselijk, een haastige, met al de inwoners dezes lands.
18 Nem a prata nem o ouro poderão livrá-las no dia da ira do mas, pelo fogo do seu zelo, a terra será consumida. Porque ele certamente fará destruição total e repentina de todos os moradores da terra.”

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Sofonias 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.