Números 30

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:
1 Moisés disse aos chefes das tribos dos israelitas o seguinte: — O que o
2 Wanneer een man den HEERE een gelofte zal beloofd, of een eed zal gezworen hebben, zijn ziel met een verbintenis verbindende, zijn woord zal hij niet ontheiligen; naar alles, wat uit zijn mond gegaan is, zal hij doen.
2 Quando alguém prometer dar alguma coisa ao Senhor ou jurar que fará ou deixará de fazer qualquer coisa, deverá cumprir a palavra e fazer tudo o que tiver prometido.
3 Maar als een vrouw den HEERE een gelofte zal beloofd hebben, en zich met een verbintenis in het huis haars vaders in haar jonkheid zal verbonden hebben;
3 — Quando uma moça que ainda estiver morando na casa do seu pai prometer dar alguma coisa a Deus, o Senhor , ou jurar que fará ou deixará de fazer qualquer coisa,
4 En haar vader haar gelofte, en haar verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal horen, en haar vader tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen al haar geloften bestaan, en alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.
4 se o pai, sabendo disso, não disser nada, então ela deverá fazer tudo o que prometeu ou jurou.
5 Maar indien haar vader dat zal breken, den dage als hij het hoort, al haar geloften, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen niet bestaan; maar de HEERE zal het haar vergeven; want haar vader heeft ze haar doen breken.
5 Mas, se o pai, logo que souber disso, a proibir de cumprir o que havia prometido, então ela não precisará cumprir a sua palavra. O Senhor a perdoará, pois o pai não a deixou cumprir o que ela havia prometido.
6 Doch indien zij immers een man heeft, en haar geloften op haar zijn, of de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft;
6 — Se uma moça solteira prometer alguma coisa a Deus, sabendo o que está fazendo ou sem pensar, ou jurar que fará ou deixará de fazer qualquer coisa, e depois casar,
7 En haar man dat zal horen, en ten dage als hij het hoort, tegen haar zal stilzwijgen, zo zullen haar geloften bestaan, en haar verbintenissen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zullen bestaan.
7 e, se o marido, sabendo disso, não disser nada, então ela deverá fazer tudo o que prometeu ou jurou.
8 Maar indien haar man ten dage, als hij het hoorde, dat zal breken, en haar gelofte, die op haar was, zal te niet maken, mitsgaders de uitspraak harer lippen, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zo zal het de HEERE haar vergeven.
8 Mas, se o marido, logo que souber disso, a proibir de cumprir o que tinha prometido, então ela não precisará cumprir a sua palavra. O Senhor a perdoará.
9 Aangaande de gelofte ener weduwe, of ener verstotene: alles, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal over haar bestaan.
9 — Tanto as viúvas como as divorciadas deverão dar o que prometeram a Deus, o Senhor , e cumprir o que juraram que fariam ou deixariam de fazer.
10 Maar indien zij ten huize haars mans gelofte gedaan heeft, of met een eed door verbintenis haar ziel verbonden heeft;
10 — Se uma mulher casada prometer alguma coisa a Deus ou jurar que fará ou deixará de fazer qualquer coisa,
11 En haar man dat gehoord, en tegen haar stil zal gezwegen hebben, dat niet brekende; zo zullen al haar geloften bestaan, mitsgaders alle verbintenis, waarmede zij haar ziel verbonden heeft, zal bestaan.
11 e, se o marido, sabendo disso, não disser nada, então ela deverá cumprir tudo o que prometeu ou jurou.
12 Maar indien haar man die dingen ganselijk te niet maakt, ten dage als hij het hoort, niets van al wat uit haar lippen gegaan is, van haar gelofte, en van de verbintenis harer ziel, zal bestaan; haar man heeft ze te niet gemaakt, en de HEERE zal het haar vergeven.
12 Mas, se o marido, logo que souber disso, a proibir de cumprir o que prometeu, então ela não precisará cumprir a sua palavra. O Senhor a perdoará, pois o marido não a deixou cumprir o que ela havia prometido.
13 Alle gelofte, en allen eed der verbintenis, om de ziel te verootmoedigen, die zal haar man bevestigen, of die zal haar man te niet maken.
13 O marido tem o direito de confirmar ou de anular qualquer promessa ou juramento que ela tenha feito.
14 Maar zo haar man tegen haar van dag tot dag ganselijk stilzwijgt, zo bevestigt hij al haar geloften, of al haar verbintenissen, dewelke op haar zijn; hij heeft ze bevestigd, omdat hij tegen haar stilgezwegen heeft, ten dage als hij het hoorde.
14 Mas, se até o dia seguinte o marido não disser nada a ela a respeito do assunto, então ela deverá fazer tudo o que prometeu ou jurou. O marido confirmou o juramento, pois não disse nada a ela logo que soube do caso.
15 Doch zo hij ze ganselijk te niet maken zal, nadat hij het gehoord zal hebben, zo zal hij haar ongerechtigheid dragen.
15 Porém, se mais tarde o marido anular o que ela prometeu, será ele o castigado, e não ela.
16 Dat zijn de inzettingen, die de HEERE Mozes geboden heeft, tussen een man en zijn huisvrouw, tussen een vader en zijn dochter, zijnde in haar jonkheid, ten huize haars vaders.
16 São esses os regulamentos que o Senhor deu a Moisés a respeito de promessas feitas por moças solteiras e por mulheres casadas.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Números 30, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.