Mateus 4

Dutch (DUTCH) vs NTLH

Sair da comparação
NTLH Nova Tradução na Linguagem de Hoje 2000
1 Toen werd Jezus van den Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel.
1 Então o Espírito Santo levou Jesus ao deserto para ser tentado pelo Diabo.
2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste.
2 E, depois de passar quarenta dias e quarenta noites sem comer, Jesus estava com fome.
3 En de verzoeker, tot Hem gekomen zijnde, zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg, dat deze stenen broden worden.
3 Então o Diabo chegou perto dele e disse: — Se você é o Filho de Deus, mande que estas pedras virem pão.
4 Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.
4 Jesus respondeu:
5 Toen nam Hem de duivel mede naar de heilige stad, en stelde Hem op de tinne des tempels;
5 Em seguida o Diabo levou Jesus até Jerusalém, a Cidade Santa, e o colocou no lugar mais alto do Templo.
6 En zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelven nederwaarts; want er is geschreven, dat Hij Zijn engelen van U bevelen zal, en dat zij U op de handen zullen nemen, opdat Gij niet te eniger tijd Uw voet aan een steen aanstoot.
6 Então disse: — Se você é o Filho de Deus, jogue-se daqui, pois as Escrituras Sagradas afirmam: “Deus mandará que os seus anjos cuidem de você. Eles vão segurá-lo com as suas mãos, para que nem mesmo os seus pés sejam feridos nas pedras.”
7 Jezus zeide tot hem: Er is wederom geschreven: Gij zult den Heere, uw God, niet verzoeken.
7 Jesus respondeu:
8 Wederom nam Hem de duivel mede op een zeer hogen berg, en toonde Hem al de koninkrijken der wereld, en hun heerlijkheid;
8 Depois o Diabo levou Jesus para um monte muito alto, mostrou-lhe todos os reinos do mundo e as suas grandezas
9 En zeide tot Hem: Al deze dingen zal ik U geven, indien Gij, nedervallende, mij zult aanbidden.
9 e disse: — Eu lhe darei tudo isso se você se ajoelhar e me adorar.
10 Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan, want er staat geschreven: Den Heere, uw God, zult gij aanbidden, en Hem alleen dienen.
10 Jesus respondeu:
11 Toen liet de duivel van Hem af; en ziet, de engelen zijn toegekomen, en dienden Hem.
11 Então o Diabo foi embora, e vieram anjos e cuidaram de Jesus.
12 Als nu Jezus gehoord had, dat Johannes overgeleverd was, is Hij wedergekeerd naar Galilea;
12 Quando Jesus soube que João tinha sido preso, foi para a região da Galileia.
13 En Nazareth verlaten hebbende, is komen wonen te Kapernaum, gelegen aan de zee, in de landpale van Zebulon en Nafthali;
13 Não ficou em Nazaré, mas foi morar na cidade de Cafarnaum, na beira do lago da Galileia, nas regiões de Zebulom e Naftali .
14 Opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken is door Jesaja, den profeet, zeggende:
14 Isso aconteceu para se cumprir o que o profeta Isaías tinha dito:
15 Het land Zebulon en het land Nafthali aan den weg der zee over de Jordaan, Galilea der volken;
15 “Terra de Zebulom e terra de Naftali, na direção do mar, do outro lado do rio Jordão, Galileia, onde moram os pagãos!
16 Het volk, dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen, die zaten in het land en de schaduwe des doods, denzelven is een licht opgegaan.
16 O povo que vive na escuridão verá uma forte luz! E a luz brilhará sobre os que vivem na região escura da morte!”
17 Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.
17 Daí em diante Jesus começou a anunciar a sua mensagem. Ele dizia:
18 En Jezus, wandelende aan de zee van Galilea, zag twee broeders, namelijk Simon, gezegd Petrus, en Andreas, zijn broeder, het net in de zee werpende (want zij waren vissers);
18 Jesus estava andando pela beira do lago da Galileia quando viu dois irmãos que eram pescadores: Simão, também chamado de Pedro, e André. Eles estavam no lago, pescando com redes.
19 En Hij zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal u vissers der mensen maken.
19 Jesus lhes disse:
20 Zij dan, terstond de netten verlatende, zijn Hem nagevolgd.
20 Então eles largaram logo as redes e foram com Jesus.
21 En Hij, van daar voortgegaan zijnde, zag twee andere broeders, namelijk Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, in het schip met hun vader Zebedeus, hun netten vermakende, en heeft hen geroepen.
21 Um pouco mais adiante Jesus viu outros dois irmãos, Tiago e João, filhos de Zebedeu. Eles estavam no barco junto com o pai, consertando as redes. Jesus chamou os dois,
22 Zij dan, terstond verlatende het schip en hun vader, zijn Hem nagevolgd.
22 e, no mesmo instante, eles deixaram o pai e o barco e foram com ele.
23 En Jezus omging geheel Galilea, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie des Koninkrijks, en genezende alle ziekte en alle kwale onder het volk.
23 Jesus andou por toda a Galileia, ensinando nas sinagogas , anunciando a boa notícia do Reino e curando as enfermidades e as doenças graves do povo.
24 En Zijn gerucht ging van daar uit in geheel Syrie; en zij brachten tot Hem allen, die kwalijk gesteld waren, met verscheidene ziekten en pijnen bevangen zijnde, en van den duivel bezeten, en maanzieken en geraakten; en Hij genas dezelve.
24 As notícias a respeito dele se espalharam por toda a região da Síria. Por isso o povo levava a Jesus pessoas que sofriam de várias doenças e de todos os tipos de males, isto é, epiléticos, paralíticos e pessoas dominadas por demônios; e ele curava todos.
25 En vele scharen volgden Hem na, van Galilea en van Dekapolis, en van Jeruzalem, en van Judea, en van over de Jordaan.
25 Grandes multidões o seguiam; eram gente da Galileia, das Dez Cidades , de Jerusalém, da Judeia e das regiões que ficam no lado leste do rio Jordão.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Mateus 4, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.