Miquéias 3

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Voorts zeide ik: Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! Betaamt het ulieden niet het recht te weten?
1 Eu disse: Escutem agora, governantes de Jacó e chefes da casa de Israel: Por acaso não é a vocês que compete conhecer a justiça?
2 Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen.
2 Mas vocês odeiam o bem e amam o mal; arrancam a pele do meu povo e a carne de cima dos seus ossos.
3 Ja, zij zijn het, die het vlees mijns volks eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, gelijk als in een pot, en als vlees in het midden eens ketels.
3 Vocês comem a carne do meu povo e lhes arrancam a pele; quebram os seus ossos, e os repartem em pedaços que vão para a panela e em carne que vai para o caldeirão.
4 Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.
4 Um dia eles hão de invocar o mas ele não os ouvirá; naquele tempo, esconderá deles a sua face, por causa do mal que praticaram.
5 Alzo zegt de HEERE, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niets geeft in hun mond, tegen dien zo heiligen zij een krijg.
5 Assim diz o Senhor a respeito dos profetas que fazem o meu povo andar errante e que clamam: “Paz”, quando têm o que mastigar, mas apregoam guerra santa contra aqueles que não lhes dão nada para comer:
6 Daarom zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.
6 “Por isso, vocês terão noites sem visões; vocês terão trevas sem adivinhações. O sol se porá sobre os profetas, e o dia se transformará em escuridão.
7 En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.
7 Os videntes serão envergonhados, e os adivinhos serão humilhados. Todos eles colocarão a mão sobre a boca, porque não haverá resposta de Deus.”
8 Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israel zijn zonde.
8 Quanto a mim, estou cheio do poder do Espírito do cheio de justiça e de força, para declarar a Jacó a sua transgressão e a Israel, o seu pecado.
9 Hoort nu dit, gij hoofden van het huis Jakobs, en gij oversten van het huis Israels! die van het gericht een gruwel hebt, en al wat recht is verkeert;
9 Escutem agora isto, governantes da casa de Jacó e chefes da casa de Israel, vocês que detestam a justiça e pervertem tudo o que é correto,
10 Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.
10 que edificam Sião com sangue e Jerusalém, com iniquidade.
11 Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.
11 Os seus cabeças dão as sentenças por suborno, os seus sacerdotes ensinam por interesse, e os seus profetas adivinham por dinheiro. E ainda se apoiam no dizendo: “Não está o no meio de nós? Nenhum mal nos sobrevirá.”
12 Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.
12 Portanto, por causa de vocês, Sião será lavrada como um campo, e Jerusalém se tornará um montão de ruínas, e o monte do templo, numa colina coberta de mato.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Miquéias 3, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.