Marcos 1

Dutch (DUTCH) vs NAA

Sair da comparação
NAA Nova Almeida Atualizada 2017
1 Het begin des Evangelies van JEZUS CHRISTUS, den Zone Gods.
1 Princípio do evangelho de Jesus Cristo, Filho de Deus.
2 Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal.
2 Como está escrito na profecia de Isaías: “Eis que envio o meu mensageiro adiante de você, o qual preparará o seu caminho.
3 De stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.
3 Voz do que clama no deserto: Preparem o caminho do Senhor, endireitem as suas veredas.”
4 Johannes was dopende in de woestijn, en predikende den doop der bekering tot vergeving der zonden.
4 E foi assim que João Batista apareceu no deserto, pregando batismo de arrependimento para remissão de pecados.
5 En al het Joodse land ging tot hem uit, en die van Jeruzalem; en werden allen van hem gedoopt in de rivier de Jordaan, belijdende hun zonden.
5 E toda a região da Judeia e todos os moradores de Jerusalém iam até ele. E, confessando os seus pecados, eram batizados por ele no rio Jordão.
6 En Johannes was gekleed met kemelshaar, en met een lederen gordel om zijn lenden, en at sprinkhanen en wilde honig.
6 A roupa de João era feita de pelos de camelo. Ele usava um cinto de couro e se alimentava de gafanhotos e mel silvestre.
7 En hij predikte, zeggende: Na mij komt, Die sterker is dan ik, Wien ik niet waardig ben, nederbukkende, den riem Zijner schoenen te ontbinden.
7 E João pregava, dizendo: — Depois de mim vem aquele que é mais poderoso do que eu, do qual não sou digno de, curvando-me, desamarrar as correias das suas sandálias.
8 Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met den Heilige Geest.
8 Eu batizei vocês com água; ele, porém, os batizará com o Espírito Santo.
9 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Nazareth, gelegen in Galilea, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan.
9 Naqueles dias, Jesus veio de Nazaré da Galileia e foi batizado por João no rio Jordão.
10 En terstond als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen.
10 Logo ao sair da água, Jesus viu os céus se abrindo e o Espírito descendo como pomba sobre ele.
11 En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb!
11 Então veio uma voz dos céus, que dizia: — Você é o meu Filho amado; em você me agrado.
12 En terstond dreef Hem de Geest uit in de woestijn.
12 E logo o Espírito conduziu Jesus ao deserto,
13 En Hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den satan; en was bij de wilde gedierten; en de engelen dienden Hem.
13 onde ficou durante quarenta dias, sendo tentado por Satanás. Estava com as feras, e os anjos o serviam.
14 En nadat Johannes overgeleverd was, kwam Jezus in Galilea, predikende het Evangelie van het Koninkrijk Gods.
14 Depois de João ter sido preso, Jesus foi para a Galileia, pregando o evangelho de Deus.
15 En zeggende: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.
15 Ele dizia:
16 En wandelende bij de Galilese zee, zag Hij Simon en Andreas, zijn broeder, werpende het net in de zee (want zij waren vissers);
16 Caminhando junto ao mar da Galileia, Jesus viu os irmãos Simão e André, que lançavam a rede ao mar, porque eram pescadores.
17 En Jezus zeide tot hen: Volgt Mij na, en Ik zal maken, dat gij vissers der mensen zult worden.
17 Jesus lhes disse:
18 En zij, terstond hun netten verlatende, zijn Hem gevolgd.
18 Então eles deixaram imediatamente as redes e o seguiram.
19 En van daar een weinig voortgegaan zijnde, zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeus, en Johannes, zijn broeder, en dezelven in het schip hun netten vermakende.
19 Pouco mais adiante, Jesus viu Tiago, filho de Zebedeu, e João, seu irmão, que estavam no barco consertando as redes,
20 En terstond riep Hij hen; en zij, latende hun vader Zebedeus in het schip, met de huurlingen, zijn Hem nagevolgd.
20 e logo os chamou. E eles seguiram Jesus, deixando o seu pai Zebedeu no barco com os empregados.
21 En zij kwamen binnen Kapernaum; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.
21 Depois, entraram em Cafarnaum, e, logo no sábado, Jesus foi ensinar na sinagoga.
22 En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
22 E maravilhavam-se com a sua doutrina, porque os ensinava como alguém que tem autoridade e não como os escribas.
23 En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit,
23 E logo apareceu na sinagoga um homem possuído de espírito imundo, o qual gritou:
24 Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods.
24 — O que você quer conosco, Jesus Nazareno? Você veio para nos destruir? Sei muito bem quem você é: o Santo de Deus!
25 En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem.
25 Mas Jesus o repreendeu, dizendo:
26 En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem.
26 Então o espírito imundo, agitando-o violentamente e gritando em alta voz, saiu dele.
27 En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn!
27 Todos se admiraram, a ponto de perguntarem entre si: — Que é isto? Uma nova doutrina! Com autoridade ele ordena aos espíritos imundos, e eles lhe obedecem!
28 En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galilea.
28 E a fama de Jesus se espalhou depressa em todas as direções, por toda a região da Galileia.
29 En van stonde aan uit de synagoge gegaan zijnde, kwamen zij in het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.
29 E, saindo da sinagoga, foram, com Tiago e João, para a casa de Simão e André.
30 En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar.
30 A sogra de Simão estava de cama, com febre; e logo deram essa notícia a Jesus.
31 En Hij, tot haar gaande, vatte haar hand, en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.
31 Então, aproximando-se, Jesus pegou na mão dela e fez com que ela se levantasse. A febre a deixou, e ela passou a servi-los.
32 Als het nu avond geworden was, toen de zon onderging, brachten zij tot Hem allen, die kwalijk gesteld, en van den duivel bezeten waren.
32 À tarde, depois do pôr do sol, trouxeram a Jesus todos os enfermos e endemoniados.
33 En de gehele stad was bijeenvergaderd omtrent de deur.
33 Toda a cidade estava reunida à porta da casa.
34 En Hij genas er velen, die door verscheidene ziekten kwalijk gesteld waren; en wierp vele duivelen uit, en liet de duivelen niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.
34 E ele curou muitos que se achavam doentes de todo tipo de enfermidades. Também expulsou muitos demônios, não lhes permitindo que falassem, porque sabiam quem ele era.
35 En des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en bad aldaar.
35 Tendo-se levantado de madrugada, quando ainda estava escuro, Jesus saiu e foi para um lugar deserto, e ali orava.
36 En Simon, en die met hem waren, zijn Hem nagevolgd.
36 Simão e os que estavam com ele procuraram Jesus por toda parte.
37 En zij Hem gevonden hebbende, zeiden tot Hem: Zij zoeken U allen.
37 Quando o encontraram, lhe disseram: — Todos estão à sua procura.
38 En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.
38 Jesus, porém, lhes disse:
39 En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit.
39 Então ele foi por toda a Galileia, pregando nas sinagogas deles e expulsando os demônios.
40 En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieen, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
40 Um leproso se aproximou de Jesus e lhe pediu, de joelhos: — Se o senhor quiser, pode me purificar.
41 En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!
41 E Jesus, profundamente compadecido, estendeu a mão, tocou nele e disse:
42 En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.
42 No mesmo instante, a lepra desapareceu dele, e ele ficou limpo.
43 En als Hij hem strengelijk verboden had, deed Hij hem terstond van Zich gaan;
43 E, advertindo-o severamente, logo o despediu.
44 En zeide tot hem: Zie, dat gij niemand iets zegt; maar ga heen en vertoon uzelven den priester, en offer voor uw reiniging, hetgeen Mozes geboden heeft, hun tot een getuigenis.
44 E lhe disse:
45 Maar hij uitgegaan zijnde, begon vele dingen te verkondigen, en dat woord te verbreiden, alzo dat Hij niet meer openbaar in de stad kon komen, maar was buiten in de woeste plaatsen; en zij kwamen tot Hem van alle kanten.
45 Mas, tendo ele saído, começou a proclamar muitas coisas e a divulgar a notícia, a ponto de Jesus não poder mais entrar publicamente em nenhuma cidade. Por isso, permanecia fora, em lugares desertos. E de toda parte vinham ao encontro dele.

Ler em outra tradução

Comparar com outra

Estude este capítulo no WhatsApp

Peça à IA da Bíblia Fala para explicar Marcos 1, comparar traduções ou montar um estudo — tudo direto pelo WhatsApp.